Veel roken en kauwen

Schrijver Arnon Grunberg bericht vanuit Irak, waar hij enige tijd verblijft. Deel negen van een serie.

In alle vroegte zit ik met mijn escorte, specialist Frieling, in de MRAP oftewel Mine Resistant Ambush Protected Vehicle. De MRAP is het neusje van de zalm. Wie in zo’n voertuig zit en op een mijn rijdt heeft kans om het te overleven.

Ik krijg een koptelefoon op zodat ik kan horen waarover wordt gepraat.

Er wordt gesproken over mijn escorte. „Waarom poetst hij zijn tanden nooit?” hoor ik.

Specialist Frieling zit naast me, maar hij heeft geen koptelefoon op.

Frieling heeft inderdaad verklaard dat roken gezond is. Daarin is hij niet de enige. Er wordt gerookt in Irak alsof er geen morgen is. Daarnaast kauwen de meeste militairen op pruimtabak die ze tussen hun voortanden en hun onderlip geklemd houden. Hierdoor zijn ze de hele tijd aan het spugen.

Bestemming deze ochtend is de ‘local council’ van Taji, waar we een vergadering van de ‘qada’ gaan bijwonen. Een qada is groter dan een gemeente en kleiner dan een provincie, een soort van county in de Verenigde Staten.

Probleem is dat de qada van Taji niet erkend is door de regering van Irak, waardoor ze weinig tot geen geld krijgen.

Als we arriveren, beveiligen enkele militairen van ons ‘platoon’ het gebouw, opdat we in een sobere vergaderzaal kunnen plaatsnemen. Daar mogen scherfvest en helm uit.

De tolk heet Michelle. Alle tolken hebben een pseudoniem.

Michelle hoopt binnenkort naar de Verenigde Staten te emigreren.

Het heeft even geduurd, maar nu loopt een Irakese tolk werkend voor het Amerikaanse leger kans op een Amerikaans paspoort.

Er wordt thee in kleine glaasjes geschonken. Onderin bevinden zich vijf tot zes schepjes suiker.

Kapitein Bernier verklaart: „In hun systeem heeft alles twintig stappen nodig.”

Een dertigtal mannen zit in de vergaderzaal. Alle fauteuils zijn afgedekt met plastic vanwege het stof. De mens in Irak heeft twee vijanden: de zon en het stof. Daarna komen alle andere vijanden.

Naast mij zit kolonel Wilson uit Brooklyn. Hij bekijkt de vergadering van de qada met scepsis.

Een Irakese ingenieur verklaart dat er illegaal elektriciteit wordt afgetapt.

Iemand anders praat over een brug.

Van gebrek aan respect is geen sprake, toch liggen de verhoudingen duidelijk. De Irakezen zijn de kleuters, de Amerikanen kleuterjuffrouw.

Maar anders dan de Nederlanders in Afghanistan spelen ze hun rol met enige overtuiging.

Specialist Frieling is in slaap gevallen.

Hij wil niet voor kleuterjuffrouw spelen. Hij wil de veertien maanden dat hij in Irak zit opgesloten veel roken.