Stilte rond ontslagrecht

De commissie-Bakker moet voor het kabinet een uitweg vinden uit de impasse rond het ontslagrecht. Maar ook binnen de commissie heerst weer verdeeldheid.

Het is nu bijna dagelijks vergaderen voor de commissie-Bakker, die half juni een belangrijk advies aan het kabinet moet uitbrengen over de arbeidsparticipatie. Het ontslagrecht, een heet hangijzer voor het kabinet-Balkenende IV, is daar een cruciaal onderdeel van.

Maar binnen de commissie tekent zich een richtingenstrijd af tussen wetenschappers en praktijkmensen, bevestigen bronnen rondom de commissie. Moet het een breed advies worden, zodat de politiek er zelf de goede ideeën uit kan halen? Of wordt het een advies met harde maatregelen op omstreden terreinen zoals de WW en het ontslagrecht?

De ‘praktijkmensen’ in de commissie pleiten voor een breed advies, de wetenschappers willen graag komen met gedetailleerde, op economische modellen gebaseerde aanbevelingen.

Met de eindstreep in zicht lekt er ook af en toe wat uit: individuele voorstellen van commissieleden waarover nog volop discussie is. Zo werd vorige week duidelijk dat er in de commissie plannen circuleren om de duur van de werkloosheidsuitkering (WW) te beperken.

Ook lekte uit dat de commissie werknemers in principe niet meer wil laten ontslaan via het CWI of de kantonrechter. De werkgever moet helpen bij het zoeken naar een nieuwe baan, en in de overgangsperiode moet deze het loon doorbetalen. De WW zou dus voor een deel geprivatiseerd worden.

Voorzitter Peter Bakker was genoodzaakt even naar buiten te treden. Hij zei: „Alle speculatie over de mogelijke inhoud is voorbarig”. Er is nu weer radiostilte afgekondigd, tot half juni.

Alles rond de commissie ligt gevoelig, te beginnen bij de benoeming van de leden. Het CDA wilde vooral gezaghebbende wetenschappers in de commissie.

Vervolg Bakker: pagina 15

Commissieleden waren al in debat

De PvdA pleitte voor een commissie van mensen uit de praktijk.

Het achtkoppige gezelschap van ‘onafhankelijke deskundigen’ werd eind vorig jaar ingesteld om het conflict tussen de regeringspartijen CDA en PvdA over het ontslagrecht te sussen. Hoewel alle acht leden zijn aangezocht wegens hun deskundigheid op het terrein van de arbeidsparticipatie en er nadrukkelijk is gezocht naar mensen die op zijn minst een schijn van onafhankelijkheid kunnen ophouden, is van een aantal leden bekend wat hun standpunt is in de discussie over het ontslagrecht, of zelfs wat hun politieke kleur is.

Zo is Lans Bovenberg geen onbekende in politiek Den Haag. Deze econoom, directeur van Netspar, kenniscentrum over pensioenen, is prominent lid van het CDA. Het plan van minister Donner om het ontslagrecht te moderniseren noemde Bovenberg vorig jaar „moedig”, want ook Bovenberg vindt het bestaande systeem „hopeloos verouderd”.

De Tilburgse econoom heeft nog meer omstreden denkbeelden. Zo vindt hij, anders dan veel partijgenoten, dat de pensioengerechtigde leeftijd geleidelijk moet worden verhoogd.

Zijn belangrijkste stokpaardje is echter de door hem bedachte levensloopregeling, die het vorige kabinet-Balkenende heeft ingevoerd. Bovenberg hoopt dat het kabinet deze regeling, waaraan tot nu toe nog maar weinig werknemers deelnemen, wil uitbouwen.

Jan Willem Oosterwijk is ook een econoom. Deze voormalige secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, heeft in het economenblad Economisch Statistische Berichten betoogd dat het ontslagrecht moet worden versoepeld.

En dan Peter Bakker zelf. Hij is geen wetenschapper, maar bestuursvoorzitter van postbedrijf TNT, een van de grootste werkgevers in Nederland. Bij zijn bedrijf verliezen de komende jaren duizenden mensen hun baan. De SP eiste direct na zijn benoeming als voorzitter van de commissie zijn ‘ontslag’: Bakker zou belang hebben bij versoepeling van het ontslagrecht.

Maar volgens mensen die Bakker goed kennen, is de TNT-topman ervan doordrongen dat dit onderwerp politiek muurvast zit en dat zijn commissie beter advies kan uitbrengen over onderwerpen waarvoor wél politiek draagvlak is.

Bakker benadrukt steeds dat zijn bedrijf probeert werknemers ‘van werk naar werk’ te brengen. „Dat is niet altijd de goedkoopste oplossing”, zegt hij in Fem Business van 15 maart dit jaar. „Zo zit ik ook niet in de wedstrijd. Werkgevers hebben volgens hem „meer verantwoordelijkheid dan alleen winst maken”.

Dit wordt waarschijnlijk ook de kern van het advies. Werkgevers hebben een verantwoordelijkheid om mensen die hun baan dreigen te verliezen, te helpen bij het vinden van vervangend werk. En werknemers hebben de plicht om zich tijdig bij- of om te scholen, zodat de overstap naar ander werk makkelijker wordt.

Die visie heeft Bakker niet in zijn eentje verzonnen. Toen hij aantrad als voorzitter van de commissie lag er al een hele stapel rapporten van adviesorganen als de WRR en de SER waarin stond dat er meer gedaan moet worden om de employability of inzetbaarheid van werknemers te vergroten. Als dat gebeurt, is sleutelen aan de ontslagbescherming nauwelijks meer nodig.

Dat standpunt wordt gedeeld door commissieleden die meer vanuit de alledaagse praktijk redeneren, zoals de Rotterdamse PvdA-wethouder Dominic Schrijer, die in zijn stad probeert duizenden mensen aan het werk te helpen, Rens de Groot, voorzitter van het CWI (de opvolger van Arbeidsvoorziening) en Anton Westerlaken, voormalig voorzitter van de vakcentrale CNV, die tegenwoordig bestuurder is van het Erasmus Medisch Centrum.

De interne discussie houdt de commissie nog even bezig. Dat is ook de reden waarom de commissie het niet redt om, zoals eerst de bedoeling was, voor 1 juni advies uit te brengen.

De accenten binnen het rapport kunnen nog verschuiven. Wat vaststaat, is dat de commissie niet zal voorstellen om in deze kabinetsperiode het ontslagrecht te versoepelen. Maar bijvoorbeeld vergaande voorstellen over de WW kunnen nog altijd tot spanning leiden tussen PvdA en CDA.

Lees meer over het ontslagrecht op nrc.nl/ontslagrecht