Recordaantal topmannen weg in 2007

Ruim eenderde van de topmannen die begin 2007 een AEX-fonds leidde, trad vorig jaar af, zo blijkt uit een vandaag verschenen studie van Booz & Company. „Een recordaantal”, aldus Otto Waterlander, consultant bij het strategiebureau.

Van de 25 AEX-bestuursvoorzitters moesten zeven vorig jaar ‘gedwongen’ vertrekken. Bij Rijkman Groenink (ABN Amro), Klaas Wagenaar (Getronics), Jan Bennink (Numico) en Maarten Hulshoff (Unibail Rodamco) was de overname van hun bedrijf de oorzaak. Bij hun vertrek kregen die toplieden samen 116 miljoen euro (in contanten en aandelen) uitbetaald. Ook dat is een record.

Bij topmanagers zoals Frans Koffrie (Corporate Express), Zach Miles (Vedior) en Anders Moberg (Ahold) waren ondermaatse prestaties de aanleiding. Zij kregen samen 20 miljoen euro uitgekeerd.

Verder constateert Booz dat Europa veeleisender is voor topmensen van bedrijven dan de VS. „In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt”, zegt Waterlander. De afgelopen tien jaar moest bijna 40 procent van alle Europese topmanagers die het bedrijf verlieten, gedwongen weg. In de VS was dit in 27 procent het geval. Europese bestuursvoorzitters zitten ook veel minder lang in het pluche: de afgelopen tien jaar gemiddeld 6,6 jaar, tegenover 9,4 jaar in de VS.

Een andere misvatting is dat slechte prestaties op korte termijn (twee jaar) tot het ontslag van de topman leiden. „Dit klopt niet”, zegt Otto Waterlander. „De afgelopen tien jaar is slechts 2,1 procent van de toplui wereldwijd ontslagen om slechte prestaties op de korte termijn.” Van de slechtst presterende topmannen – die van bedrijven waarvan de koers in twee jaar met 25 procent is gedaald – is slechts 5,7 procent de wacht is aangezegd. Als mogelijke verklaring hiervoor wijst Booz & Company op het gebrek aan geschikte kandidaten om slecht presterende toplui te vervangen.

Booz & Company – dat al sinds 1996 de cijfers rond het vertrek van topmanagers onder de loep neemt – voerde de studie voor dit jaar uit bij de 2.500 grootste beursgenoteerde ondernemingen wereldwijd. Afzonderlijke observaties over bedrijven uit de zogenoemde BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) waren niet beschikbaar.

In het algemeen stelt het adviesbureau vast dat het totale verloop van bestuursvoorzitters in 2007 rond het niveau van 13,7 procent is gestabiliseerd. Zeker in vergelijking met het topjaar 2005, toen 15,3 procent wegging. Nederland vormt hierop een uitzondering. „Het overnamegeweld in het Nederlandse bedrijfsleven is daarvan volgens ons de voornaamste oorzaak”, aldus Waterlander.