Potjandriedubbeltjes

Ieder jaar verschijnt ’ie en ieder jaar erger ik me er kapot aan: de Vloekmonitor.

Die godvergeten Vloekmonitor.

Sinds 2003 trommelt onderzoeksbureau TNS-Nipo, op verzoek van de Bond tegen het vloeken, jaarlijks een stel Wajongers bij elkaar om drie willekeurige weken lang scheldwoorden op televisie te turven. Naast het standaardrepertoire aan godslasterlijkheden (‘Jezus Mina’!) wordt ook gelet op taalvervuilers als ‘uilskuiken’, ‘brillenjood’, ‘lul de behanger’ ‘gatverdarrie’, ‘goh’, ‘getsie’, ‘nondeju’, ‘ojee’ en ‘tjeetje’. De standaardconclusie luidt altijd: ‘Het schelden op tv is toegenomen’.

Goh. (Pardon. Ik bedoel: oh ja, joh?)

Dit jaar konden helaas niet alle programma’s geturfd worden, omdat enkele onderzoekers – zo schrijft TNS in het rapport – „onaangekondigd op vakantie” waren gegaan. Nondeju, het aantal vloeken had dus nog hoger kunnen uitvallen dan de geturfde 0,3 vloek per uur. Geen wonder dat uit een peiling is gebleken dat 74 procent van de Nederlanders vindt dat er minder gevloekt moet worden op tv.

Potjandriedubbeltjes nog aan toe.

Nu zal dat wel een peiling zijn geweest onder de 33.000 wereldvreemde medelanders die donateur zijn van de Bond tegen het vloeken, maar toch: het blijft een grote groep die niet begrijpt wat vloeken eigenlijk is. Tegen vloeken zijn is namelijk een pleonasme: de definitie van vloeken is al dat het ‘niet mag’. En daarin schuilt ook de functie ervan; door ‘verboden woorden’ te gebruiken, kan een mens zijn agressie en frustratie kwijt. Vloeken en schelden is, omdat het niet hoort, een uitlaatklep in taal. Het lucht op.

Vloeken ontmoedigen is ook onbezonnen. Het zet, net als het censureren van ‘beledigende’ cartoons of ‘aanstootgevende’ kunst, enkel aan tot het opkroppen van woede. En dat kan twee gevolgen hebben. Of mensen internaliseren hun agressie en voelen zich gekwetst door de ‘verruwde’ buitenwereld. Of ze uiten hun agressie – alleen nu niet in woorden, maar in daden. Zoals de filosoof Richard Rorty schreef: „Voorbij de taal bestaat alleen hulpeloze passiviteit of een toevlucht in geweld.” In gewoon Nederlands: wie scheldt, slaat niet.

Tjeetje.

Rob Wijnberg