Politicus die carrière wil maken mijdt de provincie

Een politieke carrière? Weinig prominente politici in Den Haag hebben een verleden in de provincie. En ook lagere partijgoden worden al commissaris van de koningin.

In de provincie Utrecht verdienden de meeste gedeputeerden hun sporen in de lokale politiek. Ze verruilden het directe contact met de burger voor het impopulaire middenbestuur. Ook elders zitten relatief veel ex-wethouders en -burgemeesters in Gedeputeerde Staten (GS).

Om door te stomen naar Den Haag is een stap via de provincie niet handig, zegt politicoloog Nico Baakman, die politieke benoemingen onderzoekt.

„Je moet je politieke carrière niet te veel willen plannen”, zegt de Utrechtse gedeputeerde Bart Krol (CDA). „Ik wilde als jongetje van twaalf niet dolgraag gedeputeerde worden, maar ik ben wel opgevoed met het idee dat ik iets moet doen voor de samenleving.”

In Den Haag zijn maar weinig prominente bestuurders te vinden met een verleden in de provincie. CDA-fractievoorzitter Van Geel is een uitzondering, zegt Baakman, „maar het is niet het gebruikelijke carrièrepad. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat het provinciebestuur niet zo vreselijk belangrijk wordt geacht. Het leeft in elk geval niet bij de burgers.”

Wie gaat er dan toch voor die provincie werken? Bart Krol (43) bijvoorbeeld. Hij had net een jaar zijn eigen adviesbureau voor ruimtelijke ordening, toen hem werd gevraagd te solliciteren voor gedeputeerde ruimtelijke ontwikkeling, stedelijke vernieuwing en landelijk gebied. Krol moest er even over nadenken, na zestien jaar lokale politiek. Maar ja, grote vraagstukken zoals de toekomst van het Groene Hart en de Utrechtse Heuvelrug, dat dóét ertoe.

Soms mist hij de boze burgers op de publieke tribune wel, of de inwoners die bij hem als wethouder thuis aan de deur verhaal kwamen halen. Maar in de provincie houdt hij zich bezig met grote vraagstukken en dat bevalt hem, al vraagt hij soms na het vergaderen wel eens: hoeveel bomen hebben we nu met dit uurtje praten gepland? Of: hoeveel huizen hebben we gebouwd? „Dan kijken collega’s me nog wel eens raar aan. Ik wil graag iets doen dat direct met de leefomgeving van burgers te maken heeft.”

Hij zegt niet de behoefte te voelen om naar Den Haag te gaan. Maar, zegt hij er direct achteraan, dat is ook omdat die vraag nu niet aan de orde is. „Als ze me vragen, zal ik het afwegen.” Want zo gaat dat, ook als gedeputeerde, je wordt ervoor gevraagd door de partij. „Een politieke carrière laat zich niet zo makkelijk plannen. Vooral binnen partijen die in de lift zitten, zijn er wel mensen die heel bewust carrière maken en daarom ook de provincie mijden, maar ik zie dat maar weinig.”

Volgens onderzoeker Baakman is partijpolitiek ook binnen de provincie erg belangrijk. Baakman: „Een politieke carrière hangt af van de mogelijkheden die geboden worden en de indruk die je maakt binnen de partij. En omdat de provincie minder in de schijnwerpers staat, speelt bij benoemingen daar ongetwijfeld meer partijpolitiek. Maar het is slecht meetbaar.”

Overzichtelijker is dat voor benoemingen van commissarissen van de koningin, waar hij onderzoek naar deed. „Sinds midden jaren zestig werden vooral oud-ministers benoemd. Denk aan coryfeeën als Van Agt, Wiegel en Terlouw. Maar die trend lijkt gekeerd, je ziet er nu ook lagere partijgoden commissaris worden.” Zoals in Utrecht, waar Roel Robbertsen werd aangesteld. Hij was eerder burgemeester van Ede, wethouder van Renswoude en gedeputeerde in Utrecht. „Geen sprankelende politieke carrière.”

Volgens Baakman moet je voor de functie van commissaris van de koningin nog altijd lid zijn van CDA, PvdA, VVD of D66. Andere partijen komen niet aan bod. Behalve bij een „bedrijfsongeval”, zoals in 2002 het geval was bij de benoeming van Harrie Borghouts (GroenLinks) in Noord-Holland. „Het was toen al lang bedisseld dat het Tineke Netelenbos (PvdA) het moest worden, maar dat lekte uit. Door het rumoer eromheen kreeg een aantal statenleden slappe knieën en werd Borghouts maar gekozen. Dat was voor het eerst in een eeuw dat iemand van een nietgouvernementele partij commissaris van de koningin werd.”

Gedeputeerde Krol bestrijdt het beeld van achterkamertjes bij de provincie. „Zeker voor gedeputeerden gaat dat echt niet meer op. Tegenwoordig volgt, nadat je gevraagd wordt, een selectieprocedure. Voor mijn functie waren zes kandidaten en het ging er behoorlijk pittig aan toe. Dan moet je nog gekozen worden door Provinciale Staten. Zo houd je de goeden over. Het is dan ook prettig dat we nu met veel mensen uit het lokale bestuur in GS zitten, die zijn toch vaak wat praktischer ingesteld.”

Dit is het slot van een achtdelige serie over de provincie Utrecht.

Alle eerdere afleveringen op nrc.nl/binnenland