Notaris met tegenzin koopman

Marktwerking heeft van de notaris meer koopman gemaakt. Sommige tarieven zijn verlaagd, maar de onafhankelijkheid staat onder druk.

Een lobbyclub met ruim 610.000 leden moest in actie komen om concurrentie op de markt van notarissen te bewerkstelligen. In 1999 trad de nieuwe Wet op het Notarisambt in werking. De wet beoogt meer marktwerking en vrijere vestigingsmogelijkheden waardoor de tarieven zouden gaan dalen. En meer concurrentie moet de kwaliteit en toegankelijkheid verbeteren. Maar het duurde nog drie jaar eer de notarissen in beweging kwamen.

Na 1999 werden de tarieven, geleidelijk, vrijgelaten. Omdat van deze mogelijkheid om te concurreren geen gebruik werd gemaakt, sloot de Vereniging Eigen Huis, namens 610.000 leden, een contract met het notariskantoor Actus. Leden kregen een korting van 25 procent bij het opstellen van hypotheekaktes. „Dat werd binnen de branche niet met gejuich ontvangen”, zegt Alfons Demaret van Actus. Hij was betrokken bij het onderhandelingen met Eigen Huis. „Sindsdien zie je op het terrein van het onroerend goed een lokale concurrentie op prijzen, de tarieven zijn gedaald.” Het ondernemersschap kwam, volgens hem, traditioneel bij het notariaat op de tweede, derde plaats. „Nu is het van levensbelang.”

Kerntaak van de notaris is verschaffen van rechtszekerheid door rechtsverhoudingen vast te leggen in akten. Volgens de wet ziet de taak van de notaris op het „verlijden van authentieke akten in de gevallen waarin de wet dit hem opdraagt of een partij dit van hem verlangt”. Notarissen hebben een zogeheten domeinmonopolie, ze concurreren enkel met andere notarissen. Door deze speciale positie hebben notarissen de invoering van marktwerking lang kunnen tegenhouden. Want als er iets is waar notarissen altijd erg goed in zijn geweest, is het lobbyen. Geen beroepsgroep wist, zo stelde onderzoeksinstituut Nyfer vast, de dreigende liberalisering van de sector zo lang af te houden als de notarissen. En geen branchevereniging slaagde er zo vaak in ongunstige wetsvoorstellen gewijzigd of teruggedraaid te krijgen als de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), voorheen de Broederschap.

In 1985 adviseerde de Sociaal-Economische Raad al marktwerking in te voeren in het notariaat. De voornaamste kritiek richtte zich op de tarieven. Voor de meeste handelingen waren er vaste tarieven, vastgelegd door de KNB.

In 2004 stelde minister Piet Hein Donner (Justitie, CDA) een commissie in onder voorzitterschap van A. Hammerstein, destijds president van het gerechtshof in Arnhem, om de vijf jaar oude wet te evalueren. Volgens Hammerstein heeft invoering van die wet geleid tot meer concurrentie, daling van tarieven en zijn notarissen ook efficiënter gaan werken. Hammerstein signaleerde ook dat veel notarissen „hun rol van onpartijdig en onafhankelijk partner maar moeilijk in overeenstemming kunnen brengen met de rol van koopman die hij krachtens de Wet op het Notarisambt moet vervullen”.

Het kabinet-Balkenende zei, in een reactie op het rapport, „reden tot zorg” te hebben over de ontwikkeling van de integriteit van het notariaat en wil dat de beroepsorganisatie heldere, toetsbare criteria ontwikkelt waaraan een goed notariskantoor moet voldoen. Wie die criteria overtreedt, kan onder verscherpt toezicht worden gesteld.

Notarissen hebben te maken met sterke marktpartijen, met name in de onroerendgoedsector, constateert Martin-Jan van Mourik, hoogleraar notarieel recht in Nijmegen. „70 procent van zijn omzet genereert de notaris in het onroerend goed. Daar is de notaris kwetsbaarder geworden voor beïnvloeding en manipulatie door grote partijen die in staat zijn om hun eigen voorwaarden te dicteren.”

Van Mouriks oordeel over de verdiensten van de marktwerking is genuanceerd. „Je hebt de invloed van makelaars en projectontwikkelaars – daar ben ik negatief over”, stelt de hoogleraar notarieel recht. Hij heeft geen voorbeelden waarbij het uit de hand is gelopen. „Maar daar staat tegenover dat door de concurrentie de kwaliteit en de dienstverlening zijn verbeterd. Notarissen hebben meer oog gekregen voor de noodzaak van klantvriendelijkheid.”

In de periode 2003-2007 is het gemiddelde notaristarief met 3 procent gedaald. De tarieven in de onroerendgoedpraktijk zijn met 9 procent gedaald. Daar staat tegenover dat de tarieven in bijvoorbeeld het familierecht (testamenten) zijn gestegen met 12 procent. Dat is, volgens Van Mourik, het gevolg van het wegvallen van de zogeheten kruissubsidies. In het verleden kon een notaris intern de kosten van het familierecht compenseren met de opbrengsten uit de onroerendgoedportefeuille. Dat mag niet meer.

De tariefdaling voor hypotheken kon makkelijk worden ‘opgevangen’ door de sterk gestegen prijzen van onroerend goed. De afgelopen vier jaar stegen de prijzen van koopwoningen bijvoorbeeld met meer dan 4 procent per jaar. Daardoor konden de tarieven met 4 procent dalen om een gelijke opbrengst te halen.

De invoering van marktwerking heeft niet geleid tot wanpraktijken op structurele schaal, is een van de conclusies van de commissie-Hammerstein.

De Koninklijke Notariële Beroepsgroep behandelt jaarlijks gemiddeld 250 klachten over het werk van notarissen. Het aantal uitspraken in tuchtrechtszaken is sinds 1999 meer dan verdubbeld tot ruim 300 uitspraken per jaar.

Een andere doelstelling van de marktwerkingsoperatie was meer concurrentie door verlaging van de toetredingsdrempels. De groei van het aantal notarissen is echter niet gewijzigd sinds de invoering van de nieuwe notariswet in oktober 1999. In de zeven jaar voorafgaand aan oktober 1999 steeg het aantal notarissen van 1.100 naar 1.300. In de zeven jaar na het loslaten van de vestigingseisen steeg het aantal van 1.300 naar 1.500. In beide gevallen een toename met 200 in zeven jaar.

Dit is het vierde deel in een serie over marktwerking. Eerdere delen zijn te lezen op nrc.nl/marktwerking