Maden in vleeswonden op biologie-examen

Gisteren deed de havo eindexamen in biologie. NRC-redacteur Carola Houtekamer – examenjaar 1998 (vwo), cijfer 8 – sprak met haar biologieleraar. Deel 6 van een serie.

Een overdaad aan akelige beesten in het biologie-examen: ganzen, snoeken, kabeljauwen, oesters, aaltjes onder de grond en maden in vleeswonden. En vragen over asperge-urine, trombose en lichtallergie. Echt spicy ogen de opdrachten op het eerste gezicht niet.

Bas Pors (47), biologieleraar op het reformatorische Calvijn College in Goes, vindt het wel een leuk examen. Al zat er te weinig ‘menselijk lichaam’ in en te veel ecologie en milieu. Maar, zegt hij over de telefoon, „die vragen over de invloed van Japanse oesters in de Oosterschelde, dat speelt hier echt in Zeeland. En maden in vleeswonden vinden ze natuurlijk heel interessant.”

Pors heeft er samen met zijn collega Tonnie Bastiaanse naar gekeken, want zelf doet hij geen havo-klassen meer. „Ze kunnen in hun handjes knijpen”, had Bastiaanse geoordeeld. Het examen was goed te maken, zonder weggevertjes, maar ook zonder gemene vragen.

De vraag over dominante en recessieve konijnenvachtgenen op het einde was wel echt lastig, vindt Pors. „Die leek eenvoudig, maar er zat een addertje onder het gras. Uit de eerste plaatjes met gekruiste konijnen blijkt dat de genen voor brandneus en albino allebei recessief zijn ten opzichte van het wildtype. Maar op het derde plaatje zie je dat brandneus opeens dominant is over albino. Dat kán wel, maar dan moet je snappen dat er tussen twee recessieve genen verschil kan zijn in dominantie.”

De blokken met lange teksten, waaruit de leerlingen zelf de relevante informatie voor de vragen moeten halen, bevallen Pors. „Dat was tien jaar geleden anders. De vragen werden rechttoe-rechtaan gesteld.” Het gevaar is wel, vindt hij, dat er meer leesvaardigheid wordt getest dan biologische kennis. „Als je een willekeurige, intelligente leerling zonder biologie in zijn pakket dit examen laat maken, komt hij een heel eind.”

Bas Pors, voor de helft docent, voor de andere helft coördinator vwo, heeft al 21 jaar nergens anders gewerkt dan op de reformatorische scholengemeenschap in Goes. En dat wil hij graag zo houden, want het verveelt hem niet. „Het werk verandert niet heel sterk, maar de leerlingen zijn elk jaar anders, en de lesmethode is veranderd. Minder frontaal, meer nieuwe werkvormen, leuker.” Of de klassen drukker zijn dan vroeger? „Nauwelijks. Types als jij komen elk jaar voor.”

Pors had de gave om een onwerkelijke rust te creëren in zijn lessen. Waar we in het naburige scheikundelokaal de boel afbraken en de wijn wegwerkten voordat de destilleerles begon, heerste bij Pors een onverstoorbare orde. Misschien dat dat biologie tot een van mijn favoriete vakken maakte.

Biologieles op een reformatorische school was, denk ik, niet radicaal anders dan elders. Evolutietheorie zat niet uitgebreid in het curriculum, maar werd niet helemaal verzwegen. En we kregen ook te horen, zij het op wel erg zakelijke toon, hoe je zwanger wordt en hoe niet. Pors ziet seksuele voorlichting nu niet meer als zijn taak. „Als ze dat pas in de vierde horen, zijn we toch te laat.” Meer dan de schoolregels en kledingvoorschriften, die ik star en onmogelijk vond, stond de bewondering voor de schepping voorop in Pors’ lokaal.

De rust in zijn klassen is er nog steeds, zegt Pors. „Niet altijd, ze vliegen soms alle kanten op. Maar ze komen om te leren. Sommige leraren maken van hun laatste les een feest. Dat doe ik niet. Bij mij wordt gewerkt. Daarom proberen ze de rest van het jaar ook niks.”

Eens per jaar liet de vrede zich verstoren, als er tien glibberige koeienogen of -harten moesten worden ontleed. Dikke pret. Het is lastiger geworden om dat spul te krijgen, zegt Pors. „Als een van mijn leerlingen bij een slager werkt, is het gemakkelijker.” Vanwege gevaar voor Creutzfeldt-Jakob zijn ogen moeilijk te krijgen. Harten moeten eerst worden gekeurd, waardoor er een snee in zit. Dat is jammer, vindt Pors. „Een gaaf hart is het mooist.”

Kijk voor opgaven en discussie op nrc.nl/eindexamen