Kraakblues van Black Keys

Pop Black Keys. Gehoord: 25/5 Melkweg, Amsterdam. Herhaling: 21/11 Tivoli, Utrecht.

Ieder lied een avontuur. Dat is de sensatie van een avondje met de Black Keys. Vijf cd’s maakte het duo uit Akron, Ohio en juist die ‘tweemansvorm’ geeft een ongekende flexibiliteit aan de muziek. Dat bleek zondagavond tijdens hun concert in een uitverkochte Max, Amsterdam. Zanger/gitarist Dan Auerbach en drummer Pat Carney begonnen hun carrière als bluesfanaten, nadat Auerbach zichzelf gitaar leerde spelen door studie van de rauwe, elementaire licks van Junior Kimbrough. Hij speelt nog altijd met een knetterend gitaargeluid, alsof zojuist de bliksem is ingeslagen in zijn hoekige Gibson Explorer.

Op cd hebben de twee muzikanten hun instrumentarium uitgebreid. Het onlangs verschenen Attack & Release werd gemaakt samen met producer Danger Mouse (het creatieve brein achter het soulduo Gnarls Barkley), die duistere synthesizertonen en een basgitaar meebracht. Mede dankzij hem werd Attack & Release een prachtig voorbeeld van eigenzinnige, eigentijdse kraakblues.

Live worden de nieuwe nummers kaal gebracht. Links op het toneel beroert Pat Carney met zijn lange armen fel alle trommels. Bij al die felheid is Auerbachs stem een pleister op de wonde: met soms de empathie van Bono of met hoog jankende uithalen zong hij teksten over maatschappelijke verwarring en harten van steen.

Opgaand in de muziek, de tederste stembuigingen uit zijn liedjes niet vergetend, stond Auerbach achter de microfoon. Met baard en schouderlang haar, werd hij een Jezusfiguur die van het kruis een gitaar heeft gemaakt en op milde toon zijn nood bezingt.