In Egypte blijft alles uit Israël besmet

De publieke opinie in Egypte ten aanzien van Israël wordt steeds vijandiger. Na bijna dertig jaar vrede is er van een vredesstemming absoluut geen sprake.

Een groep van 45 bejaarde joden uit Israël is niet welkom in Egypte. Hun bezoek werd deze week door de Egyptische staatsveiligheidsdienst afgeblazen nadat een populaire televisiepresentator, Amr Adib, had verklaard dat ze er alleen maar op uit waren hun oude bezittingen terug te claimen. Gabriel Rosenbaum, directeur van het Israëlisch Academisch Centrum in Kairo reageert verbolgen. „De gemiddelde leeftijd van deze mensen is zeventig tot tachtig. Ze wilden alleen maar naar Egypte komen om de overgebleven synagogen en graven van hun vaders te bezoeken.”

Egypte telt nauwelijks nog joden. Begin vorige eeuw werd hun aantal nog geschat op bijna 100.000, maar nu zijn het er niet meer dan enkele tientallen. De meesten verlieten het land nadat Israëlische, Franse en Britse troepen in 1956 Egypte waren binnengevallen in reactie op de nationalisatie van het Suezkanaal.

Zestig jaar na de stichting van de staat Israël en bijna dertig jaar na het ondertekenen van het vredesakkoord tussen Egypte en Israël is er van normalisatie van de betrekkingen nog absoluut geen sprake. In tegendeel, steeds vaker lijkt de aversie tegenover Israël het gedrag van de autoriteiten op verschillende niveaus te beïnvloeden. Regelmatig komt de antipathie tot uiting in pesterijtjes. Zo werd eerder deze maand de Med-Red Race-zeilregatta afgeblazen omdat de havenautoriteiten in Port Said de boten die tevoren Tel Aviv hadden aangedaan niet wilden toelaten tot het Suezkanaal.

Hoe de vijandigheid van de Egyptische publieke opinie haar weerslag vindt in de onderlinge verhoudingen, is misschien nog het duidelijkst geworden door het succes van de campagne tegen gasleveranties aan Israël. Actievoerders brachten de regering in ernstige verlegenheid door erop te wijzen dat Israël goedkoop gas zal krijgen geleverd terwijl in Egypte zelf de subsidies worden afgebouwd en prijsstijgingen doorgevoerd. Minister van Olie Sameh Fahmy weigerde in eerste instantie vragen over het gascontract in het parlement te beantwoorden. Onder toenemende druk kondigde hij deze week aan de onderhandelingen te zullen heropenen. De actievoerders willen echter dat Israël helemaal geen gas ontvangt.

Opiniemakers grijpen elke aanleiding aan om te voorkomen dat de banden tussen beide landen heimelijk worden aangehaald. Onlangs stelde een oppositiecoalitie een zwarte lijst op met de namen van zo’n 500 Egyptenaren die aanwezig waren op de receptie van de Israëlische ambassadeur ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de staat Israël.

Journalisten nagelen iedereen aan de schandpaal die nauwe banden met Israëliërs lijkt te onderhouden. Zo kreeg de Egyptische filmster Amr Waked een reprimande van de vakbond omdat hij naast een Israëlische acteur op de set had gestaan in een film over Saddam Hussein. Overigens mogen Israëlische films al sinds jaar en dag niet worden getoond in Egypte. Het bericht dat een Israëlische film over een Egyptische politieband die per abuis in Israël verzeild raakt op het International Filmfestival van Kairo zou worden getoond, veroorzaakte vorig jaar veel ophef. De productie werd onmiddellijk in de ban gedaan.

Tegen deze achtergrond wordt de rol die Egypte speelt als bemiddelaar tussen Israël en de Palestijnen steeds moeizamer. Veel Egyptische intellectuelen vinden dat de regering zich telkens voor het karretje van Israël laat spannen. Kairo wordt verder in verlegenheid gebracht door het Israëlische beleg van de Gazastrook. Egypte werkt in feite mee aan de blokkade door de enige grensovergang tussen de Gazastrook en Egypte dicht te houden in overeenstemming met afspraken met Israël, de Europese Unie en de Verenigde Staten. Deze maatregel komt voort uit het wantrouwen van het Egyptische regime tegen de militante Hamasbeweging die in de Gazastrook de macht heeft. Maar de medewerking aan de blokkade is aan de eigen bevolking nauwelijks uit te leggen. De meeste Egyptenaren koesteren sympathie voor de Palestijnen.

Met antisemitisme heeft de groeiende aversie tegen Israël niets te maken, zo is de uitleg van de Egyptische minister van Cultuur, Farouk Hosni, die kandidaat is voor het hoogste ambt bij UNESCO. „Ik ben niet tegen normalisering van de betrekkingen zolang Israël zich houdt aan internationale verplichtingen tegenover de Palestijnen en hun recht op een eigen staat respecteert”, verklaarde hij eerder deze week. „Maar zolang er Palestijns bloed vloeit in de bezette gebieden kan er van normalisering geen sprake zijn.” Eerder had hij in het parlement gezegd persoonlijk Israëlische boeken te zullen verbranden als hij ze in Egyptische bibliotheken zou aantreffen. Hij reageerde daarmee op een verwijt van een parlementariër van de Moslimbroederschap.

De Moslimbroederschap probeert steun te winnen met kritiek op wat zij de huichelachtige betrekkingen noemt van de regering met Israël. Zo nemen oppositieleden regelmatig het preferentiële handelsverdrag tussen Egypte en de Verenigde Staten op de korrel. Egyptische goederen vallen alleen onder een gunstig invoertarief als het product 10,5 procent aan Israëlische bestanddelen bevat. Deze voorwaarde zou door de Amerikanen zijn afgedwongen om toenadering tussen Israël en Egypte te bevorderen. Maar veel Egyptenaren beschouwen het als een vernederende concessie die alleen is bedoeld om de Israëlische economie te bevoordelen.