In de regio moet het gebeuren

Er is werk aan de winkel voor de partijen die werklozen aan een baan moeten helpen. Harde afspraken maken over participatie blijft lastig.

Afwachten tot de commissie-Bakker met haar aanbevelingen komt over een hogere arbeidsparticipatie, is niet aan de orde. Er moeten deze kabinetsperiode 200.000 mensen aan de slag; bovendien wil het kabinet in 2016 80 procent van de beroepsbevolking aan het werk hebben. Nu heeft 67 procent een baan. Terwijl in de komende tien jaar ook ruim een miljoen mensen stopt met werken en met pensioen gaat.

Alleen het vervangen van die mensen wordt al lastig, laat staan extra mensen aan de slag te krijgen. „Zelfs alle mensen in de kaartenbakken bij gemeenten zijn niet genoeg om onze doelen te halen”, aldus staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA) gisteren. Hij kwam daarom in Amersfoort eigenhandig de organisaties die werklozen aan een baan moeten helpen en werkgevers „een schop onder de kont geven”. Aboutaleb woonde een bijeenkomst bij van werkgevers, gemeenten, CWI en UWV waar afspraken gemaakt moesten worden om meer mensen aan de slag te helpen. „Dat lukt niet vanuit Den Haag, maar moet op lokaal of regionaal niveau gebeuren”, aldus de staatssecretaris.

Daarin kreeg hij gisteren gelijk van de enige ervaringsdeskundige aanwezig op de ‘regiowerktop’. De Iraanse Marjam Arshadi (50) deed er zeven jaar over om aan werk te komen in Nederland. Ze had een goede baan als verpleegkundige in haar vaderland, maar toen ze naar Nederland vluchtte, mocht ze geen opleiding doen. „Dat was moeilijk, moeilijk, moeilijk. Allochtonen maken de opleiding nooit af, dat kost ons te veel geld”, kreeg zij als reactie. „Ik vond het vreselijk om thuis te zitten. Je bent gezond, maar mag niet aan het werk. Maar ik heb doorgezet”, aldus Arshadi. Ze lacht en balt haar vuisten. Nu is ze aan de slag als tandartsassistente, en wil uiteindelijk een opleiding tot mondhygiëniste volgen.

Arshadi heeft haar baan aan haar eigen doorzettingsvermogen te danken. De regionale toppen die regelmatig in gemeenten worden gehouden, moeten de tegenwerking zoals Arshadi die ondervond, uit de weg ruimen. Overleg tussen lokale partijen moet duidelijkheid scheppen, bezwaren wegnemen en leiden tot onderlinge afspraken om mensen aan de slag te helpen. Harde afspraken werden gisteren niet gemaakt, wel kwamen enkele taboes ter sprake. Werkgevers gaven bijvoorbeeld toe dat het niet altijd lonend is om mensen ‘met een vlekje’ aan te nemen. „Zij hebben soms economisch een lagere toegevoegde waarde. Als zo iemand 40.000 euro oplevert en een 100 procent functionerende werknemer 100.000, dan heeft de werkgever liever de laatste.” Aboutaleb had zijn antwoord klaar: „Inkomsten van 40.000 euro is altijd beter dan nul. En als de productiviteit te wensen overlaat, dan zijn daarvoor loonkostensubsidies.”

Bedrijven hebben door het grote aantal vacatures de luxe niet meer om uit te kijken naar de beste werknemers. Maar dat doen ze vaak wel, bleek gisteren: „Ze zoeken in hun vacatureomschrijving nog steeds het schaap met de vijf poten. Dat kunnen wij niet bieden”, zegt Ida Dral van het ‘werkgeversservicepunt’ van CWI, UWV en gemeente in Amersfoort. Werkgevers vallen al over een gat in het cv van mensen die nog maar een half jaar van de arbeidsmarkt zijn, constateert ze. „Ook nu, met deze krapte op de arbeidsmarkt”, aldus Dral. Twee weken geleden ging haar servicepunt voor bedrijven van start, om de communicatie te verbeteren en zo meer mensen aan de slag te helpen.

Het centrale aanspreekpunt „moet het werkgevers gemakkelijk maken”, aldus Dral. In Amersfoort staan 3.700 mensen in de bijstand geregistreerd. Daar kan volgens haar nog zeker 10 tot 20 procent vanaf. „Bedrijven moeten niet alle partijen langs hoeven gaan voor een werknemer, daar hebben ze geen zin in.” Werkgevers zijn toch al niet altijd happig op mensen uit kaartenbakken, aldus een CWI-medewerkster: „De intentie is er wel, nu het werk nog.”

De versoepeling van het ontslagrecht kwam kort aan de orde als optie om meer mensen aan een baan te helpen. Aboutaleb liet geen twijfel bestaan over zijn standpunt: „Het effect van een soepeler ontslagrecht op de werkgelegenheid ligt dicht bij nul.”