Forensisch Instituut gaat sneller werken

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaat zich de komende jaren vooral richten op snelheid. Dat maakte algemeen directeur Tjark Tjin-A-Tsoi vanochtend bekend bij de presentatie van het jaarverslag. „De cultuur binnen het NFI was tot voor kort vooral gericht op kwaliteit en minder op snelheid. Maar de klant heeft niets aan een goed onderzoek dat te laat komt.”

Het NFI doet in opdracht van onder andere het Openbaar Ministerie wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van bewijsvoering of opsporing van daders. Het instituut kampt met een achterstand op het gebied van DNA-onderzoek. Op dit moment wachten nog 10.000 zaken op behandeling.

De druk om misdaden snel op te lossen ligt hoog. Daarom geeft het NFI het Programma Verkorting Levertijden, gericht op het terugdringen van de levertijden, hoge prioriteit. In het jaarverslag is te lezen wat de „radicaal andere aanpak” behelst: vroeger werden aanvragen op volgorde van binnenkomst afgewerkt, tegenwoordig worden de gewenste en haalbare leverdatum beter afgestemd. Als een bepaald onderzoek snel klaar moet zijn, wordt een minder urgent onderzoek doorgeschoven.

Een van de oorzaken van de achterstand is dat de diensten van het NFI kostenloos zijn, aldus Tjin-A-Tsoi. „Het is gratis winkelen bij het NFI.” Het NFI hoopt door inzicht te geven in zijn onkosten te bereiken dat opdrachtgevers beter prioriteiten stellen. „Eerlijk is eerlijk, het NFI kan efficiënter werken”, zegt Tjin-A-Tsoi. „Onze concurrenten zullen ons daartoe ook dwingen.” Het agentschap had voorheen in feite een monopolie, maar kreeg de laatste jaren te maken met concurrentie. Ex-medewerkers van het NFI richtten Independent Forensic Services, The Maastricht Forensic Institute en FOX-IT op. Tjin-A-Tsoi zei die ontwikkeling toe te juichen, mits door accreditatie, certificering en een deskundigenregister de kwaliteit gewaarborgd blijft.