Foeterende ouwe gek

Het zonnige terras trekt behalve habitués en toeristen ook de meest rare snuiters. Dat er tussen het bedienend personeel en die mensen wel eens wat speelt, is niet moeilijk voor te stellen.

Iedereen kent hem. Niet omdat hij oud is en voorover loopt, noch omdat hij altijd halfluid in zichzelf loopt te praten, want dat doen er zoveel, maar omdat zijn stem zo verongelijkt klinkt.

Bovendien kan dat boze gemompel plotseling overgaan in schelden, zonder dat de andere straatgebruikers daar enige aanleiding toe zien.

Laatst trakteerde hij de vuilnisjongens – die toch bepaald niet op hun mondje zijn gevallen – op een scheldkanonnade waar zelfs zij niet van terug hadden. Soms jaagt hij onschuldige toeristen de stuipen op het lijf en als hij moet uitwijken voor een vrouw met een kinderwagen, heb je kans dat de baby er verbaal van langs krijgt.

Maar vandaag is het prachtig weer en ook Brombeer besluit het leven van de zonnige kant te bekijken.

Op een overvol terras, waar het personeel af en aan rent, zoekt hij een stoel, bestelt koffie met appeltaart en vergeet te mopperen.

„Dat is dan vijf euro”, zegt het meisje terwijl ze een paar pieken van haar bezwete voorhoofd veegt .

„Ik heb geen geld”, antwoordt Brompot luid.

Het meisje peilt hem met één blik. Daarop legt zij het hoofd in de nek, haalt diep adem, kijkt smekend naar de hemel alsof ze van die kant hulp verwacht en zegt laconiek: „Dan moet je afwassen.”

Het is niet het antwoord dat hij verwachtte, want hij herhaalt nog harder dat hij geen geld heeft.

Het meisje negeert hem. Ze heeft geen tijd voor flauwekul en begint het tafeltje naast hem af te ruimen.

Prompt houdt hij haar een biljet van 50 euro voor. Wanneer ze dat aan wil pakken, trekt hij pesterig zijn hand terug. Weer heft ze de blik ten hemel. Dan wringt ze haar mond tot een beroepsgrijns die zo vervaarlijk oogt dat je haar bijna hardop hoort denken: „Ouwe lul, zie je niet hoe

druk het is?’’

Ze kijkt hem niet meer aan en gaat glazen stapelen. Zodra hij opnieuw genegeerd wordt, steekt hij haar het briefje toe en roept boos: „Zij kan niet tegen een grapje!”

Omdat geen mens daarop reageert, brult hij het nog een keer. Het enige effect is dat alle terrasbezoekers hem de rug toe draaien. Niemand heeft zin in een ouwe gek. De zon kaapt vandaag alle aandacht van hem weg. Het meisje is naar binnen gegaan om het biljet klein te maken. Wanneer ze weer buiten komt, begint ze nieuwe bestellingen op te nemen alsof de man niet bestaat. De foeteraar is inmiddels razend. Zijn woedende blik volgt haar overal, maar hij zegt niets meer. Is hij bang zijn wisselgeld mis te lopen?

Na een paar minuten komt het meisje – quasi nonchalant – zijn richting uit en steekt hem de vijfenveertig euro toe. Als hij die wil aanpakken, trekt ook zij haar hand terug.