Die 280.000 dollar hoort ze terug te storten

Iedere VN-ambtenaar weet voor zijn benoeming precies wat wel en niet mag. Het verweer van Herfkens is zwak. Ze moet het geld gewoon terugbetalen, vindt P.H.F. Bekker

De kogel is door de kerk: volgens een onderzoek van VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP heeft oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking Eveline Herfkens „interne gedragsregels overtreden” door 280.000 dollar aan huur- en verhuistoelagen te ontvangen van de Nederlandse staat.

Het recht doet doorgaans op een bewezen schending van regels een sanctie volgen. In dit geval kan die sanctie geen andere zijn dan terugbetaling van de door Herfkens onrechtmatig verkregen gelden. Daarbij doen de omstandigheden waaronder ze die onrechtmatige gelden heeft verkregen, inclusief handelen „in goed vertrouwen” of „medeplichtigheid” van de Staat, er niet toe.

Als voormalig VN-jurist heb ik vanuit New York de Nederlandse berichtgeving en parlementaire behandeling van de affaire-Herfkens met stijgende verbazing en verbijstering gevolgd. Ik herinner mij nog glashelder hoe ik 16 jaar geleden van de VN een aanstellingsbrief ontving waarin standaard werd verwezen naar de VN-gedragsregels. Net als duizenden andere versbenoemde VN-ambtenaren nam ik die verwijzing serieus en las ik de interne gedragsregels alvorens de standaard VN-eed af te leggen bij aanvang van mijn werkzaamheden. Volgens die eed belooft een VN-ambtenaar om de interne gedragsregels na te leven. Kortom, iedere VN-ambtenaar wordt minstens twee keer vóór de officiële benoeming geconfronteerd met de interne gedragsregels, eerst in de aanstellingsbrief en daarna middels het afleggen van de ambtseed.

Het mag dan ook geen verbazing wekken dat het UNDP-rapport bevestigt wat voor iedere ingewijde allang vaststond, namelijk dat mevrouw Herfkens had kunnen en moeten weten dat de huursuppletie van 280.000 dollar in strijd was met regel 1.2(j) van de voor haar geldende VN-gedragscode. Die regel verbiedt uitdrukkelijk het ontvangen van gelden van iedere VN-lidstaat. Het staat nu vast dat ze de gedragscode ontvangen had rondom haar aanstelling. Zelfs als ze die niet had ontvangen, of zich niet de moeite had getroost om die te lezen, dan was ze nog onderhevig aan de code en kon ze zich niet op onwetendheid of goede trouw beroepen.

Het strafrecht staat ook niet aan een overtreder toe om zich op onwetendheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht te beroepen na een vergrijp. Het kan niet zo zijn dat men een gedragscode ontvangt en door het niet lezen ervan te goeder trouw zonder sanctie een overtreding kan plegen.

Overeenkomstig beginselen van goed bestuur had mevrouw Herfkens zich als ervaren bestuurder moeten vergewissen van de gedragsregels voor VN-medewerkers. Haar argument dat ze „voor dat soort dingen geen tijd had” snijdt geen hout: op het moment dat ze zich had kunnen vergewissen van de gedragsregels hadden haar werkzaamheden voor de VN nog geen aanvang genomen. Ook na aanvang van die werkzaamheden kon van haar als hoge bestuurder worden verwacht kennis te nemen van de voor haar toepasselijke regels, zeker gezien het forse bedrag van de huursubsidie die Nederland haar ter beschikking stelde.

Minister Verhagens voorbehoud dat mevrouw Herfkens de ten onrechte verstrekte huursubsidie alleen zou moeten terugbetalen, indien zij willens en wetens VN-regels had overtreden moet als gekunsteld worden verworpen. De VN-gedragscode vermeldt nergens dat overtredingen van de code en bijbehorende sancties afhankelijk zijn van het willens en wetens overtreden van de code. Een dergelijke voorwaarde zou de gedragsregels tot dode letter reduceren in de praktijk. Immers, geen enkele VN-ambtenaar zal willen toegeven dat hij willens en wetens de gedragscode heeft overtreden.

Mevrouw Herfkens zou de gelden niet vrijwillig terug willen betalen uit vrees daarmee „schuld” te bekennen. Echter, de schuldvraag (opzet) is niet aan de orde, alleen de vaststelling dat zij „interne gedragsregels overtreden” heeft.

Mocht minister Verhagen onverhoopt aan zijn gekunstelde constructie vasthouden dan slaat Nederland de plank mis in de wereldwijde strijd tegen corruptie van ambtenaren, daar waar men juist het goede voorbeeld zou moeten geven. Niet-terugvordering/betaling is ook een klap in het gezicht voor de vele VN-ambtenaren, inclusief die van Nederlandse origine die de gedragsregels wél strikt naleven, geen duizenden dollars huursubsidie per maand vragen of ontvangen van de staat, en een sanctie accepteren bij niet-naleving van de gedragsregels.

De Nederlandse belastingbetaler is ontegenzeggelijk de dupe van de affaire-Herfkens. Als de betrokken ministers niet de door hun oud-collega/partijgenote onrechtmatig verkregen gelden terugvorderen en mevrouw Herfkens terugbetaling blijft weigeren, staat het de belastingbetaler vrij om mevrouw Herfkens en de staat op hun onrechtmatigheid aan te spreken voor de Nederlandse rechter, met inroeping van het UNDP-rapport als bewijsmateriaal. Hiertoe zou de in Europa in opkomst zijnde class action, oorspronkelijk ontwikkeld in het Amerikaanse rechtsapparaat, tot voorbeeld en inspiratie kunnen dienen. Het is echter allereerst aan de volksvertegenwoordiging om namens de belastingbetalers de betrokken bewindslieden te dwingen terugbetaling te bewerkstelligen en mevrouw Herfkens eensluidend tot terugbetaling op te roepen.

Mr. dr. P.H.F. Bekker is advocaat en doceert aan Columbia University in New York.