‘Bowling’ blijft in ongein steken

Muziektheater Operadagen Rotterdam: Bowling, door het RO Theater. Composities: Florentijn Boddendijk en Remco de Jong. Gezien: 24/5 RO Theater, Rotterdam. Daar t/m 1/6. Info: 010-4046888 en www.rotheater.nl.

Kogelronde hoofden duiken uit het donker op: de performers in Bowling dragen even maskers die op enorme bowlingballen lijken. Echte bowlingballen liggen vóór hen, op de bowlingbaan. Ze worden niet vaak aangeraakt.

Het idee van het componistenduo Florentijn Boddendijk en Remco de Jong om hun muziekprogramma als een uitje naar zo’n bowlingbaan te presenteren, blijft in de aanzet steken. Er ontwikkelt zich geen verhaal, geen intrige, geen dramatisch conflict. Alleen een sfeer komt over: een harde, cynische sfeer.

Actrice Fania Sorel speelt een hunkerend wijfje met een potsierlijke bril, acteur Rogier Philipoom doet spastisch bewegend een opgefokte macho na en over twee videoschermen zoeven beelden van gezwollen penissen. Een smakeloze vertoning – maar het ergst is de muziek zelf.

Boddendijk & De Jong, die ooit de uitstekende soundtrack voor de Hollandia-voorstelling Ongebluste kalk leverden, plunderen er in deze productie van het RO Theater schaamteloos op los.

Ze overgieten songs van Rufus Wainwright, Serge Gainsbourg en Björk met een pompeus sausje. Het synthesizergeweld krijgt, door de ironie waarmee Sorel en Philipoom zingen, een perverse lading. Voeg daaraan toe de opgeblazen klanken uit het klassieke repertoire en de bombastische larie is compleet.

Zonde, want zanger nummer drie heeft heel wat in zijn mars. Gijs Naber, van huis uit acteur, beheerst alle stijlen en alle registers, van ijle kopstem tot en met ronkende bas. De Rotterdamse Operadagen zouden meer gebaat zijn bij een solo van Naber en niemand anders. Een solo zonder ongein over zaad- en bowlingballen, maar met die prachtige stem.

Rectificatie / Gerectificeerd

Opera Bowling

In de recensie over de opera Bowling (29 mei, pagina 9) staat dat de componisten Boddendijk en De Jong er „schaamteloos op los plunderen”: „Ze overgieten songs van Rufus Wainwright, Serge Gainsbourg en Björk met een pompeus sausje.” Zij schreven echter tien oorspronkelijke composities, en gebruikten twee composities van anderen: Cole Porter en Steppenwolf. De genoemde popzangers dienden als inspiratiebronnen.