Beleggen of sparen: wat is slimmer?

Marc Vermaak (42) uit Baarn vraagt zich af wat verstandiger is: geld beleggen of geld op een goed renderende spaarrekening zetten. „Voor beleggingsfondsen ben ik huiverig. Ik heb ooit meegedaan met het Sprintplan en ben mijn volledige inleg kwijtgeraakt.”

Sparen of beleggen betekent het maken van een afweging tussen rendement en risico. Wie veel risico aankan, wordt vaak beloond met een hoger rendement. Bij het kiezen van de verhouding speelt de risicobereidheid een grote rol, en die is persoonlijk.

Uit onderzoek van onder andere De Nederlandsche Bank blijkt dat Nederlanders risico op vermogensgebied lastig kunnen inschatten. Vooral bij complexe beleggingsproducten. Financieel adviseurs kunnen helpen. Ze worden opgeleid om in te schatten welk risico een klant kan dragen.

Maar door zelf een aantal vragen te stellen kom je al een eind, volgens Ramon Wernsen. Wernsen is financieel planner en directeur vaktechniek bij financieel opleidingsinstituut Dukers & Baelemans. „De belangrijkste vraag die men eerst voor zichzelf moet beantwoorden is: waarvoor is het geld bedoeld? Voor aanvulling op een pensioen, of is er nog niet echt een doel?” In dat laatste geval adviseert Wernsen om het geld op een goedrenderende spaarrekening te zetten of te kiezen voor een deposito.

Als er wel een concreet bestedingsdoel is, dan is de vraag wanneer dit doel moet worden bereikt. Wernsen: „Hoe lang kan het geld gemist worden? Eén maand of twintig jaar?” Als het geld pas over 23 jaar gebruikt wordt als pensioenaanvulling is sparen geen goede oplossing. Er schuilt een fiscaal risico in sparen op de langere termijn. De fiscus neemt namelijk aan dat het rendement op het spaargeld 4 procent bedraagt. Wie minder rendement maakt heeft te maken met een relatieve hoge belastingdruk.

Een ander gevaar van sparen is het inflatiespook. Kortom, het rendement op een spaarrekening na aftrek van belasting en inflatie is nihil. „Hierdoor zal een doel nooit worden gehaald.” Op de langere termijn is beleggen dus eigenlijk de enige optie, volgens Wernsen. „Het risico van beleggen neemt af naarmate het geld voor een langere periode niet hoeft te worden aangesproken.”

Wernsen benadrukt dat Sprintplan niet te vergelijken is met beleggen in beleggingsfondsen. „Sprintplan is een aandelenleaseconstructie, waarbij de inleg bestaat uit rente over een van Aegon geleend bedrag. Met dit bedrag koopt Aegon vervolgens aandelen. Na vijf jaar worden de aandelen verkocht en moet het geleende bedrag worden terugbetaald.” Wernsen legt uit dat daardoor sprake is van beleggen met geleend geld in combinatie met een te korte looptijd. „Hierdoor is sprake geweest van speculeren in plaats van beleggen.” Verschillende Sprintplan-deelnemers hebben zich nu verenigd om compensatie voor hun verliezen te krijgen.

Cleo Scheerboom

Zelf een vraag? Mail naar nextgeld@nrc.nl