Atheïstische dominee

Klaas Hendrikse noemt zichzelf een atheïstische dominee. Daarin staat hij niet alleen. Volgens een IKON-onderzoek, geciteerd in zijn recente boek Geloven in een God die niet bestaat, gelooft een op de zes voorgangers zelf niet meer in het bestaan van God. Het geloof in een God als een persoon die over je waakt, tot je spreekt en die boos of verdrietig kan zijn, noemt hij een vorm van afgoderij – zo geloven de heidenen. Voor Klaas Hendrikse valt God niet in de categorie verschijnselen die bestaan zoals een appeltaart bestaat. „Als God bestaat, is er niets te geloven”, luidt zijn stelling op het VU-debat.

Dat klinkt nogal cryptisch…

„Dat is ook de bedoeling. Mijn standpunt is dat je alleen maar kunt geloven in een God die niet bestaat. Als hij wél bestaat, als je wéét dat hij bestaat, dan hoef je het immers niet meer te geloven. Het niet-bestaan van God is voor mij geen beletsel, maar een voorwaarde om in God te geloven. Ik ben een gelovige atheïst.”

Kun je ervoor kiezen om te geloven?

„Daar ben ik uiterst terughoudend over. Geloven is voor mij ten diepste, in de oorspronkelijke betekenis van het woord, het geven van vertrouwen. Maar om iemand te vertrouwen, moet je hem eigenlijk goed kennen en om hem goed te leren kennen, moet je hem eerst vertrouwen. Je zult dus eerst het risico moeten nemen van overgave. Of je dat aandurft, zal afhangen van wat je onderweg hebt ervaren.

„Geloven heeft voor mij een heel andere betekenis dan ‘geloof’. Kinderen worden grootgebracht in het christelijk geloof, als een automatisme, totdat je de leeftijd des onderscheids bereikt en zelf moet kiezen – ga ik door op het ingeslagen pad of laat ik dat los? Geloven is iets anders, dat zit niet in je kop, maar in je hart, het is een manier van leven Voor mij is God niet een mannetje, maar een woord voor een menselijke ervaring: Ga maar, dan ga ik met je mee. God trekt mee met mensen die onderweg zijn. Zonder mensen is God nergens.”

U ziet God dus niet als een almachtige vaderfiguur?

„Nee! Dat noem ik heidendom. Het christelijke geloof in één almachtige God berust op een wankel bijbels fundament. Met de opkomst van de wetenschap werd het idee onhoudbaar. Als je één avond naar het journaal kijkt, kun je zien dat dat simplistische idee van een goede én almachtige God, die toch het kwaad in de wereld toestaat, niet kan kloppen, ook al houdt de kerk daar krampachtig aan vast. Mensen lopen daar hopeloos in vast en keren vervolgens de kerk massaal de rug toe. De oude Grieken hadden al begrepen dat een God niet tegelijkertijd goed en almachtig kan zijn.”