Abou Jahjah gebruikte ‘moreel gezag’ niet

Abou Jahjah, oud-leider van de Arabisch Europese Liga in België, werd vorig jaar veroordeeld wegens opruiing. Gisteren begon het hogere beroep.

ANTWERPEN, 27 MEI. - De beelden trokken ook buiten België de aandacht. Te zien was een opgewonden Dyab Abou Jahjah van de Arabisch Europese Liga. Tegenover hem in het donker stond Luc Lamine, de chef van de Antwerpse politie. Antwerpen leek op ontploffen te staan op 26 november 2002. Eerder die avond was de islamleraar Mohamed Achrak vermoord door een autochtone Belg. Achter Abou Jahjah en Lamine stonden boze jongeren en agenten met wapenstokken.

Gisteren zaten ze op amper een meter van elkaar: Abou Jahjah en Lamine. Dyab Abou Jahjah, een Belg van Libanese origine, werd vorig jaar veroordeeld tot een jaar celstraf, omdat hij zou hebben aangezet tot rellen, samen met zijn rechterhand Ahmed Azzuz. In Antwerpen begon het hoger beroep. Politiechef Lamine kwam getuigen. Ten gunste van de twee.

Destijds vonden politici Abou Jahjah en zijn Arabisch Europese Liga (AEL) gevaarlijk. Maar de sfeer is veranderd. Academici, kunstenaars en ook een enkele politicus namen het de afgelopen maanden voor hem op.

Vorig jaar oordeelde de rechter dat Abou Jahjah en Azzuz de jongeren hadden opgehitst en ook hadden verzuimd hun ‘morele gezag’ te gebruiken om hen te kalmeren. „Als die argumentatie ingang vindt in de rechtspraak kunnen bijvoorbeeld vakbondsleiders die bij een staking niet aanzetten tot werkhervatting voor de strafrechter worden gedaagd”, schreven enkele prominente Vlamingen na de veroordeling.

Abou Jahjah – voor het hoger beroep overgekomen uit Libanon, waar hij woont – en Azzuz werden vorig jaar veroordeeld op basis van een wetsartikel uit 1891, de ‘opruiingswet’. Die wet dateert uit de tijd van priester Daens en de arbeidersbeweging. Volgens historicus Ludo De Witte bedacht de heersende elite die wet „om de invoering van de democratie te verhinderen”.

Op verzoek van de advocaten van Abou Jahjah en Azzuz keek de rechter gisteren naar het ruwe beeldmateriaal dat de VRT bewaarde van de avond in 2002. Daarop is te zien dat een agent pepperspray gebruikt om een groep uiteen te jagen. Niet te zien is wat er precies aan voorafging. Abou Jahjah zegt daarna tegen een verslaggever: „Toen Pim Fortuyn werd vermoord, kregen mensen een klop op de schouder van de politie. Die kwam bloemen brengen en meehuilen. Wij mogen ons niet eens uiten.”

Korpschef Luc Lamine zei die avond tegen een agent dat Abou Jahjah „een agressieve houding aannam” en dat hij beloofde een betoging te organiseren met tienduizend mensen. „Dan kunt u lachen”.

De rechter die Abou Jahjah vorig jaar veroordeelde, vond het niet nodig om Lamine zelf te horen, hoewel de politieman in een interview met weekblad Humo al eens had gewezen op de positieve rol die Abou Jahjah op de avond in 2002 zou hebben gespeeld. Gisteren mocht Lamine wel getuigen.

De jongeren werden die avond uiteindelijk naar een moskee in de buurt geleid. Dat was te danken aan een imam, de familie van de vermoorde man én aan Abou Jahjah, zei oud-korpschef Lamine gisteren. „Abou heeft daar aan meegeholpen. Heel duidelijk. Hij was voor rede vatbaar.” Lamine voelde zich zelfs niet ‘gesmaad’ door Abou Jahjah, zei hij. Er was sprake van „wederzijds begrip”.

Belangrijkste bewijs tegen Abou Jahjah is een verklaring van een politieagent van Marokkaanse afkomst. Die zou hem in het arabisch hebben horen roepen: „Blijf samen, samen zijn wij sterk tegen de politie. Al wie ons niet volgt is een schijnheilige, zij (de politie) zijn de oorzaak van de dood van onze broeder, vecht terug!”

Maar volgens historicus Ludo De Witte, die zich als een soort Maurice de Hond heeft vastgebeten in de zaak, is de verklaring vals. In een recent artikel in weekblad Knack citeert hij een andere agent, die dat anoniem bevestigt. De allochtone agent zou onder druk zijn gezet om een valse verklaring af te leggen.

„Dit is een politiek proces”, zegt Dyab Abou Jahjah bij de ingang van de rechtzaal als de zitting is geschorst. Naast hem staat Abdou Bouzerda van de AEL Nederland. „Je kunt hier goede Belgenmoppen over maken”, zegt Bouzerda. De zitting duurt lang, omdat de griffier slechts met twee vingers kan typen. Alles moet voortdurend worden herhaald.

Abou Jahjah: „Onze gasten zitten zonder werk, en deze klungels hebben gewoon een baan.”

Uitspraak na het vervolg van de zaak op 8 september.