4 Havo en Floortje Bloem

Hoe kijken havo- of vwo-leerlingen naar een lijst met boeken waaruit ze hun literatuurlijst moeten samenstellen? Als leraren Nederlands die moeten bepalen welk hiphopnummer ze willen bespreken, zegt Theo Witte. „California Love of Fuck da Police?” De leraren, gisteren bijeengekomen in de Rode Hoed in Amsterdam, lachen.

Witte hoopt later deze week te promoveren aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek Het oog van de meester, waarin hij de literaire ontwikkeling van scholieren heeft bestudeerd. Hij heeft die ontwikkeling verdeeld in zes mogelijke niveaus: van het ‘belevend’ lezen van boeken als Het verrotte leven van Floortje Bloem van Yvonne Keuls tot het ‘academisch’ niveau dat nodig is om Harry Mulisch’ Het stenen bruidsbed te begrijpen.

Uit het onderzoek van Witte blijkt dat veel leerlingen aan het begin van 4 havo of vwo op een te laag niveau zitten. De leraar bespreekt pakweg De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans, terwijl zij ‘Floortje Bloem’ net aankunnen. Geen wonder, zegt Witte, dat veel scholieren het literatuuronderwijs saai vinden. „En dat terwijl de meesten wel van lezen houden en omhoog willen.”

De oplossing zit volgens Witte in het opstellen van een corpus van tweehonderd boeken, opgedeeld naar de zes niveaus. Als leraren een goede inschatting van het niveau van een leerling maken, blijkt vanzelf uit het corpus welke boeken daarbij horen. Jaarlijks moeten er vijf titels worden vervangen.

De aanwezige leraren zijn overwegend enthousiast. Deze aanpak moet voorkomen dat leerlingen De aanslag van Mulisch „niet echt realistisch” noemen, zoals Witte eens heeft opgetekend.