Zingen

Nog gezongen het afgelopen weekeinde? Nee, ik bedoel niet in je eentje meeneuriën met een cd terwijl je in de file staat, maar samen, en echt uit volle borst. Dan was je waarschijnlijk in een stadion om je favoriete ploeg een hart onder de riem te steken. Of er was iemand jarig die je nog een lang leven hebt toegezongen. Misschien was je in de kerk, waar een populaire psalm of een bekend lied werd opgegeven.

Samen zingen heeft iets van bezwering. De combinatie van woord en melodie doet iets geheimzinnigs. Ze heft mensen boven zichzelf uit. Het is de ideale manier om iets naar je toe te halen, waarvan je ten diepste niet zeker bent: de overwinning van je ploeg, een nieuw levensjaar of godsvertrouwen. Veel mensen die met kerk en geloof niets meer hebben, zingen nog graag de psalmen van vroeger mee om de verloren zekerheid van hun jeugd terug te halen. Dat geeft een goed gevoel. Voormalige gereformeerden komen regelmatig in Groningen bijeen om de oude, vertrouwde psalmen en gezangen te zingen. En vorig jaar puilde de Grote Kerk in Maassluis uit, toen daar zingend het Psalmenoproer uit 1776 werd herdacht.

Maar in het postmoderne tijdperk is het zingen van zingeving losgezongen. Zekerheden ontbreken en dus valt er ook weinig meer naar jezelf toe te zingen. Samen zingen is alleen nog een uitdrukking van saamhorigheid. Maar wel een saamhorigheid van drenkelingen die zich aan elkaar vastklampen. Het geloof in wat dan ook ontbreekt. En daarmee is zingen in de grijparmen van de commercie terechtgekomen, een onderdeel geworden van een cultuur van competitie en vermaak, zoals we het afgelopen weekeinde weer konden vaststellen tijdens het songfestival in Belgrado. En dan kunnen we het niet hebben dat ons liedje verliest. En met dat Europees kampioenschap zal het ook wel niets worden.

Deze rubriek geeft wekelijks antwoord op vragen over verschillende religies.

Online luisteren naar de psalmen 89, 103 en 128? Ga naar psalm-singing.org