Ziek van drank en drugs, van elkaar en van de studio

Pinkpop, dit jaar twee weken na de zeer vroege Pinksteren, wordt een toetssteen voor het ooit zo succesvolle Metallica, dat sinds vier jaar ernstig in de war is. Wat ging er toen precies mis?

Metallica op 15 mei 2008: Robert Trujillo, James Hetfield, Lars Ulrich en Kirk Hammett in het Wiltern Theatre, Los Angeles Foto Reuters/Mario Anzuoni Members of the heavy metal band Metallica (L-R) bassist Robert Trujillo, lead vocalist James Hetfield, drummer Lars Ulrich and guitarist Kirk Hammett, performs at the Wiltern Theatre in Los Angeles May 14, 2008. The concert benefits the Silverlake Conservatory of Music. REUTERS/Mario Anzuoni (UNITED STATES) REUTERS

Zouden ze nog steeds zo in de war zijn? Dat is de vraag die vrijdagavond, rond kwart over acht, wordt beantwoord als Metallica op het podium in Landgraaf de eerste van drie dagen Pinkpop afsluit.

Wat er precies misging met Metallica deed de band uit San Francisco vier jaar geleden zelf uit de doeken in hun real-life-studio-docusoap Some Kind Of Monster. De twee uur en twintig minuten durende aaneenschakeling van rockclichés deed denken aan de befaamde nepdocumentaire This Is Spinal Tap.

Daarin wordt het heavy-metalgenre genadeloos te kakken gezet, met scènes waarin een band backstage verdwaalt, of uitlegt waarom de volumeknop van hun versterkers kan worden doorgedraaid tot standje elf – oftewel: ‘one louder’.

Maar Some Kind Of Monster was geen grappig bedoelde fictie. Het vertrek van de vereenzaamde bassist Jason Newsted, de drankverslaving en opname in een ontwenningskliniek van zanger-gitarist James Hetfield, de voor vele dollars ingehuurde therapeut die moest proberen de bandleden met elkaar te laten praten: het was allemaal echt.

Twee decennia kameraadschap eindigde in een dramatisch dieptepunt toen drummer Lars Ulrich, met Hetfield oprichter van de band, tot op één centimeter afstand van diens gezicht ,,Fuck! Fuck! Fuck!” bleef brullen.

Dat zoveel frustratie toch nog een plaat opleverde, was een wonder; dat daar de geestelijke chaos vanaf zou spetteren niet. Onder de toepasselijke naam St. Anger kreeg de luisteraar de crisis nogmaals voor zijn kiezen. Grillige partijen struikelden over elkaar heen. Geen gitaarriff was rechtlijnig. Het enige wat de ellenlange erupties nog bij elkaar had kunnen houden, de snaredrum van roffelfanaat Ulrich, klonk als een blikken pedaalemmer. De geestesgesteldheid van de band werd in het refrein van het openingsnummer perfect geschetst: ,,Frantic tick tick tick tick tick tock.”

Metallica leek rijp voor de sloop. Het monstersucces van The Black Album uit 1991, dat dankzij hits als Nothing Else Matters en Enter Sandman 22 miljoen keer was verkocht, had alsnog zijn tol geëist.

Destijds had het van een redelijk bekende speedmetalband plotseling stadiumrockers van formaat gemaakt. Om niet alsnog onder de druk te bezwijken, had die band nu een gedrocht van een plaat gemaakt waarop alle ellende er keihard werd uitgeschreeuwd.

De vraag was alleen: hoe nu verder? Zonder nieuwe plaat, was het aanvankelijk antwoord. Bij het meest recente Nederlandse optreden in het Arnhemse Gelredome, in 2006, werd het oude album Master of Puppets, dat van ver vóór The Black Album stamt, integraal gespeeld. Het concert maakte deel uit van de ‘Escaping the Studio Tour’. Een jaar later, toen Metallica op het Belgische festival Werchter stond, was die tournee herdoopt tot ‘Sick of the Studio Tour’.

En toch is er een nieuwe plaat aangekondigd die in september moet verschijnen. En ook al is de peperdure therapeut daarbij verdwenen, de camera’s mochten blijven. Sinds twee weken is er op de site www.missionmetallica.com te volgen hoe het er in de studio aan toegaat. Zogeheten fly-on-the-wall-footage toont hoe de band in ogenschijnlijk opperbeste stemming aan nieuwe nummers schaaft.

Voor de kijker blijft het nog gissen wat de plaat haalt, en wat niet. Maar uit alle losse riffs, breaks en solo’s is wel al één boodschap te destilleren: Metallica gaat weer hard rockende nummers maken, met een kop en een staart.

Wat helemaal geruststellend is: dit gebeurt onder leiding van producer Rick Rubin, befaamd om zijn werk met Red Hot Chili Peppers, Johnny Cash en genregenoten Slayer, Slipknot en System of a Down.

,,The chunck is there”, constateert Hetfield tevreden over het gitaargeluid in een van de filmpjes. Ullrich, lachend: ,,I have a good time once in a while.” Eens kijken of ze dat vrijdag ook voor elkaar krijgen.

Metallica speelt vrijdagavond 30 mei op Pinkpop, Landgraaf. De totstandkoming van het nieuwe album is te volgen op www.missionmetallica.com