Zauberflöte met lappen popjes

Opera: Die Zauberflöte van W.A. Mozart door de Nat. Reisopera/Het Gelders Orkest o.l.v. Andreas Stoehr. Regie: Mirjam Koen en Gerrit Timmers. Gezien: 23/5, Schouwburg Almere. Tournee t/m 28/6. Inl.: www.reisopera.nl

Voor de Nationale Reisopera zijn ze hét regieteam voor luchtige maar lastige opera’s. Mirjam Koen en Gerrit Timmers verzorgden in 2002 een hilarische aankleding van de opera Platée van Rameau; barokslapstick die lang beklijfde. En nu is er Mozarts Die Zauberflöte – het nec plus ultra voor regisseurs die zich graag verliezen in alchemie of vrijmetselaarssymboliek.

Timmers en Koen bleken er gisteren in de nieuwe Schouwburg Almere (2007) vooral een parabel over de goedheid van de mens in te zien. Voor Mozarts versleutelde symbolen verzonnen ze een dramaturgische ontsnappingslist: de zangers spelen op een vrijwel leeg toneel, maar aan weerszijden beelden poppenspelers de handeling uit, live gefilmd en geprojecteerd.

Op papier biedt dat de mogelijkheid tot meer dramatische diepgang; de poppen kunnen emoties en gebeurtenissen duiden, becommentariëren, uitvergroten. Maar in de praktijk blijven de poppen veelal gewoon maar lappen Lijsjes: vaak dubbelend met de interactie van de zangers, slechts soms verduidelijkend of grappig. Waar een laag wordt toegevoegd, is die vrij dun. In het duet over vrouwelijke list (‘Dood en vertwijfeling zijn je loon!’), danst een skelet de lambada. Bij Sarastro’s In diesen Heiligen Hallen zweeft Pamina’s wraakmes omineus door het beeld. Het is het Kurt Moll-achtige gruisgeluid van Dimitri Ivasjtsjenko die maakt dat deze aria toch sterk werkt. Gewoon: door een man met een stem. Daar heb je geen pop voor nodig.

Muzikaal klonk het gisteren allemaal erg direct – ondanks de diepteligging van de bak. Dirigent Andreas Stoehr zette bij het Gelders Orkest de dramatiek fel aan, maar miste in zijn timing nog te vaak aansluiting met de cast.

Opvallend daarin is het aantal prima Nederlandse zangers, met Johannette Zomer als stralende Pamina en Marcel Reijans als koene Tamino; ouderwets slank van geluid in Dies Bildnis. Peter Bording geeft Papageno een camp-uitstraling; met geschoren oksels en kinky heupbroek is hij geen onschuldige onnozelaar maar een mondaine representant van aardse geneugten; deze vogelvanger vergrijpt zich niet aan een landwijntje, maar aan een rijpe Pomerol. Wonderlijk is de Zuid-Afrikaanse Beverley Chiat als Koningin van de Nacht – in staat tot halsbrekende coloraturen, maar dramatisch weinig uitgesproken en in haar Duitse dictie onnavolgbaar.

De poppen staken hun spel in de slotscène. Daar gaat het over Schoonheid en Wijsheid, en daar ligt voor Koen en Timmers de harde, niet meer met een metalaag te omhullen kern. Maar eigenlijk maakt het weinig uit. Waar deze Zauberflöte sprankelt, is het dankzij de goede zangers, dankzij het komisch talent van Roman Arzomand als zeldzaam gore Monostatos. Slechts één keer zorgen de poppen voor een gulle lach: als Papageno en Papagena dromen van „lieve kleine kindertjes” verschijnen bosjes pluizige mini-Papageni in beeld – in alle pretentieloosheid een hilarisch hoogtepunt.