Twee knetterhard werkende belhamels

De broers Sven en Kalle Coster zeilen al jaren samen. Met vader Dick als coach laten ze zien dat familiebanden topsporters ook kunnen helpen.

Sven en Kalle Coster zijn de eersten die zullen toegeven dat ze jongens met een gebruiksaanwijzing zijn. Geen types die zich in een keurslijf laten persen, die blindelings de strakke schema’s van hun trainer uitvoeren. „Wij zijn eigenwijs”, zegt stuurman Sven (29). „Maar een voetbalteam wordt nooit kampioen zonder belhamels.”

Gezien hun recente prestaties is ‘Team-Coster’ in China een serieuze medaillekandidaat in de 470-klasse. Hoe ver hun potentie reikt lieten ze vorig jaar zien met hun WK-zilver in het Portugese Cascais. Tot dan toe waren ze meer bekend als sparringpartners van wereldkampioenen Marcelien de Koning en Lobke Berkhout. Maar terwijl de vrouwen triomfen vierden, voelden de Costers zich steeds minder thuis in de 470-kernploeg van coach Jacco Koops. Drie weken voor ‘Cascais’ barstte de bom, al wisten de Costers dat geheim te houden tot de prijsuitreiking. Ze hadden de samenwerking opgezegd. Hun vader Dick werd coach.

„Marcelien en Lobke zijn heel goed, maar ze zullen nooit zo hard gaan als wij”, zegt Sven. „Wij werden vooral gebruikt om hen beter te maken”, voegt Kalle (25) eraan toe. „Wij waren altijd sneller, maar we lagen de hele tijd stil omdat de coaches hun aandacht richtten op de dames. Dat was frustrerend.”

Dat gevoel werd nog versterkt door de werkwijze van Koops, die haaks stond op de karakters van de broers. Sven: „Ik moest eigenlijk helemaal veranderen, dingen doen die ik niet wilde. Ik hoef geen sessies met een relatietherapeut, zoals Marcelien en Lobke. Alsjeblieft, zeg! Ik heb een paar weken op een zenkussen gezeten, omdat dat moest van de coach. Maar ik werd gillend gek als ik naar mijn eigen gebries zat te luisteren. Voor Marcelien en Lobke werkte de aanpak van Koops, voor ons niet.”

Ook persoonlijk liep het niet altijd goed. „Jongens en meisjes denken anders”, zegt Kalle. „Met jongens kun je ’s avonds ook eens een spelletje doen, effe lachen, of een biertje drinken. Dat is heel anders. Dat plezier was er nooit met de dames. Die teamspirit is wel belangrijk als je 220 dagen per jaar met elkaar moet optrekken.”

Na ruim een half jaar met de vrouwen hakten de Costers de knoop door. „Iedereen kon op zijn kop gaan staan, al hadden we geen stuiver meer gekregen, wij gingen doen wat we zelf wilden”, zegt Sven. „Maar het Watersportverbond steunt ons nu toch. We namen een groot risico, want we hadden in Cascais ook vijftiende kunnen worden, dan waren we niet gekwalificeerd voor de Spelen.”

Doorsneesporters waren ze nooit. Ze keken het zeilen af op het jacht van hun ouders. Als junioren werden ze niet goed genoeg bevonden voor de kernploegen, maar met hun vader als trainer haalden ze de jeugdtop wel. In 1999 stapte Kalle aan boord bij zijn oudere broer.

Maar de Costers vormden nooit een gelukkige combinatie met de nationale kernploegen. Beiden werden wel eens weggestuurd. Kalle: „Ik was als jochie eigenwijs. Ik zei wel eens tegen een coach: wat heb jij eigenlijk bereikt als zeiler? Dat werd me niet in dank afgenomen.” Ook Sven heeft een geschiedenis op dat gebied. Hij werd in 2002 tijdens een trainingskamp op Mallorca weggestuurd door Henk Gemser, toen technisch directeur van het Watersportverbond, omdat hij was wezen stappen. „Ik kwam de volgende ochtend te laat op de training. Ze kochten een ticket voor me, ga maar naar huis. Ik dacht: einde carrière. Toen ben ik knetterhard gaan werken. Twee maanden later haalden we zilver op de Holland Regatta. Gemser had gelijk. Het heeft me veranderd als persoon.”

Dergelijke incidenten werkten vormend. Kalle, toen 19, bleef alleen achter op Mallorca; de coaches geloofden wel in hém. „Ik had kunnen zeggen dat Sven mij dupeerde. Natuurlijk vond ik het niet leuk, maar ik kan niet van Sven verwachten dat hij in één dag verandert. Ik doe ook wel eens dingen die Sven liever niet ziet. Hij klust veel meer aan de boot dan ik. Ik ben niet zo handig. Ik doe meer het papierwerk. Wij zijn een hecht team omdat we elkaar voor honderd procent accepteren.”

Ze zien elkaar meer als vrienden dan als broers. Al tien jaar zeilen ze samen, dag in dag uit, op weg naar hun olympische droom. En wat doen ze op hun vrije dag? Dan pakken ze ieder hun eigen bootje in Medemblik, een Bladerider, om tégen elkaar te zeilen. Kalle: „We pokeren ook samen. We hebben dezelfde vriendengroepen.” Sven: „Als we elkaar een paar dagen niet zien, bellen we drie keer per dag.”

En ze koesteren een warme relatie met vader Dick. Sven: „Hij kent ons als geen ander.” Kalle: „Ik heb drie relaties met hem. Dick is mijn vader, mijn vriend en mijn coach.” Dat maakte het soms ook ingewikkeld, erkennen ze. Kalle: „Hij ziet mij soms dingen doen als zoon, soms als vriend, soms als zeiler. Die belangen botsen wel eens. Maar door de jaren heen hebben we geleerd daarmee om te gaan.”

Confronterend was het vroeger wel eens, zegt Sven. „Als ik aan tafel een vierde glas wijn inschonk, zei Dick: ‘morgen moet je weer het water op’. Als ik nu een glas wijn inschenk, zegt hij niks. Hij weet dat ik volwassen genoeg ben.”

De sportwereld wantrouwt nauwe banden tussen vaders en zonen vaak, beseffen ze. Dat geldt ook voor het familiebedrijf Coster. Sven: „Ik weet dat ook NOC*NSF vraagtekens had. Daarom moesten we laten zien dat het werkt. Dat hebben we gedaan. Wij zijn nu een van de meest stabiele teams.”

Toch verschillen ze behoorlijk van elkaar. Kalle vindt zichzelf „een beetje chaotisch”. „Ik moet precies aangeleverd krijgen welke trainingen ik moet doen.” Sven is impulsiever. „Een gevoelsmens. Ik sta op en denk: ik moet fietsen. Het is niet zo dat ik geen fitness doe, want dan kun je dit werk niet. Maar als iemand mij iets oplegt, doe ik het per definitie niet. Dick zal nooit zo direct zijn. Hij weet hoe hij mij moet aanpakken.”

In Qingdao maken ze kans op een medaille, is de overtuiging. Sven: „Ik roep nooit dat we goud halen.” De voorbereiding was goed, met podiumplaatsen in Hyères, in Palma en tijdens de Spring Cup. „We zijn klaar, we hebben ons materiaal gekozen. Dat is een valkuil in elke olympische campagne.” Of ze straks zullen varen met de revolutionaire 470 van Nautivela, medeontwikkeld door DSM, zeggen ze niet. Kalle: „De concurrentie is erg geïnteresseerd, maar we laten ze in het ongewisse.” Sven: „Ze begrijpen het niet. Wij zijn het enige team dat steeds met een andere boot het podium haalt. Laat ze maar gissen.”

Dit is deel 2 van een serie olympische portretten. Lees deel 1 op nrc.nl/olympiërs