The Hague Jazz verstevigt zich met onstuimig jazztalent

Jazz The Hague Jazz. Gehoord: 23 en 24/5 World Forum, Den Haag.

Nergens was het dit weekend op The Hague Jazz zo druk als bij Miriam Makeba. Het was haar ‘Dutch farewell concert’ – een laatste mogelijkheid de charismatische zangeres en politiek activiste die gedurende haar ballingschap uitgroeide tot woordvoerster van de anti-apartheid beweging, aan het werk te zien. Het lijf is moe, land voor land neemt zij afscheid. Haar jubelfeest was zoals te verwachten doordrenkt van pathos en weemoed, met een gebarsten zangstem en vrolijke troostmuziek.

De lichte hang naar nostalgie was terug te vinden in het hele programma van The Hague Jazz. Van Makeba’s afscheidsgroet ging het van oude jazzlegendes als de vitaal spelende McCoy Tyner en Toots Thielemans naar vergeelde popnamen. Dat betekende in het geval van Guru’s Jazzmatazz, Matt Bianco en Level 42 met meesterdrummer Billy Cobham dat zij hun oude kunstje kwamen opvoeren. Spandau-Ballet vocalist Tony Hadley deed een flauwe croonerpoging met het Millenium Jazz Orchestra. Maar dat jeugdsentiment de tijd ook heel goed kan doorstaan bewees gitarist/producer Nile Rodgers en zijn Chic. De strakke en puntige discofunk van toen stond nog steeds als een huis.

The Hague Jazz was voor het eerst nagenoeg uitverkocht met zo’n 25.000 bezoekers. Het verwacht volgend jaar uit te breiden, ondanks de ‘shock’ over het recente negatieve subsidieadvies. Nog steeds herinnert het jazzevenement in het voormalige Congresgebouw aan North Sea Jazz. Maar het festival heeft zich van een vaal en slap aftreksel verstevigd tot een serieus te nemen muziektweedaagse, waar echt leuke ontdekkingen kunnen worden gedaan.

De sprankelende afrobeat van Sean Kuti, zoon van Fela, sloeg goed aan. Evenals de sluimerende zang van Karrin Allyson. De Japanse pianiste Hiromi Uehara brak door als groot talent op beide festivaldagen. Haar zoete meisjesuitstraling was misleidend: Hiromi’s jazz is ronduit hyperactief. Met Sonicbloom bracht zij bijna symfonische rockjazz en fusion in zeer brede zin, haar tijd verdelend tussen vleugel en keyboard, razendsnel opspelend tegen de gitaargrooves.

De energie was minstens zo hoog bij Sex Bom van Steven Bernstein: luid, scherp, grotesk en geniaal krankzinnig. En ook de jazzrock van het Deense Jazzkamikaze was onstuimig. Bonkige ritmes, melodieuze retrozang via een vocoder en een gierende gitaar herinnerden aan jaren tachtig poprock, maar de improvisatie maakte de muziek helemaal van nu.