Sella schittert in Dolomieten

De Spanjaard Alberto Contador (rechts) gisteren in de rit van Arabba naar Passo Fedaia. Contador veroverde gisteren de roze leiderstrui. Foto Reuters Spain's Alberto Contador (R) cycles during the 15th stage of the Giro d'Italia cycling race 153-km from Arabba to Passo Fedaia May 25, 2008. REUTERS/Alessandro Garofalo (ITALY) REUTERS

Meer dan driehonderd kilometer had wielrenner Emanuele Sella in het zware Dolomietenweekeinde al in de aanval gereden, toen hij gisteren in de stromende regen aan de voet van de loodzware Passo Fedaia nogmaals aanzette. De 27-jarige Italiaan bekroonde op de top een monsterontsnapping over zes cols met zijn tweede opeenvolgende ritzege. Zaterdag was de 1.65 meter lange en 55 kilo lichte klimmer, ook al na een lange vlucht, solo de sterkste op Alpe di Pampeago.

Alberto Contador nam gisteren de roze leiderstrui over van de Italiaan Gabriele Bosisio. De Spaanse Tourwinnaar van 2007, die met zijn ploeg Astana pas op het laatste moment aan de Giro mocht meedoen, moest wel wat tijd prijsgeven aan zijn concurrenten. Hij heeft in het algemeen klassement nu 33 seconden voorsprong op Riccardo Riccò en 55 op Danilo Di Luca, de winnaar van vorig jaar. Sella klom naar de tiende plaats, op 4.41 minuut van Contador.

„Ik heb historie geschreven”, zei de nummer elf van de Giro 2007 na zijn tweede ritzege. Sella trad in de voetsporen van z’n legendarische landgenoot Marco Pantani, die in 1994 en 1999 twee bergritten achter elkaar won, en van de Colombiaan Ivan Parra, die dat in 2005 deed. Ook de Nederlander Johan van der Velde soleerde in 1987 op de Fedaia naar zijn tweede opeenvolgende bergritzege.

Sella’s CSF-ploeg, het vroegere Panaria, domineerde verrassend de koninginnerit van de 91ste Giro. Domenico Pozzovivo eindigde op de Fedaia als tweede, en ook Fortunato Baliani en de Mexicaan Julio Perez Cuapio hielden lang stand voorin. De op een Ierse licentie rijdende procontinentale ploeg leidt het ploegenklassement, vóór alle ProTourteams.

Zaterdag hielden de favorieten voor de eindzege zich rustig tot de laatste kilometers van de slotklim. Daarin reed de Russische Rabo-kopman Denis Mentsjov zijn tegenstanders op kleine achterstand. Ploegleider Erik Breukink, in 1988 tweede in het eindklassement van de Giro, vond niet dat de tweevoudig winnaar van de Ronde van Spanje eerder had moeten aanvallen. „Het was al zwaar genoeg en hij kon ook maar één tempo rijden. Op dit moment steekt niemand er echt bovenuit, de verschillen zijn klein.”

Dat bleek ook gisteren, hoewel de toppers elkaar wél vroeg aanvielen. Op de 2.236 meter hoge Passo di Giau, met nog vijftig kilometer en twee zware cols te gaan, dunden tempoversnellingen van de Italianen Franco Pellizotti en Di Luca de groep flink uit. Rozetruidrager Bosisio had toen al veel terrein verloren, net als de Duitser Andreas Klöden en de Italiaan Leonardo Piepoli, die in de afdaling van de Giau viel en opgaf.

In de steile slotkilometers van de Fedaia, waar Pantani in 1998 de Giro besliste, viel Riccò tot drie keer toe aan. De 24-jarige klimmer won uiteindelijk slechts een handvol seconden op Di Luca, Contador, Mentsjov en Gilberto Simoni. Dit vijftal staat met de Italiaanse tijdritspecialist Marzio Bruseghin, die gisteren een minuut verloor, binnen anderhalve minuut van de eerste plaats. Na de klimtijdrit van vandaag naar Plan de Corones eindigt de Giro komend weekeinde met een zware bergetappe en een vlakke tijdrit naar Milaan.