Onderarm

Guus Hiddink is in Moskou op stap met een Nederlandse cameraploeg. De huidige bondscoach van Rusland traint zijn selectie in het roestige stadion van de club Torpedo. Op verweerde reclameborden staan merken die allang niet meer in de handel zijn.

Met zijn handen op de rug bekijkt hij de spelers, die allemaal aan die typische benadering van Hiddink moeten geloven. Hij neemt je even apart, luistert, zoekt dan middels een schouderklopje lichamelijk contact om je daarna met een grap weer als herboren het veld in te sturen.

Hiddink is vleesgeworden charisma.

Als de Nederlandse coach na de training op een fluitje blaast, lijkt hij als een dirigent een heel staatsorkest aan te sturen. Alles lijkt groter en beter te worden als Hiddink in de buurt is. Hij heeft de gave ontwikkeld er zo weinig mogelijk voor te doen. Hiddink is ergens, en alleen dat al is afdoende.

In het centrum van Moskou heeft Hiddink nog altijd hetzelfde trainingspak aan als in het stadion. Hiddink draagt een vormeloze, blauwe trainingsbroek met daarboven een rood poloshirt met korte mouwen. Ik ken geen trainer met zulke solide onderarmen. Al die haren erop, het wekt groot vertrouwen.

Ik hou van voetbalmannen die in trainingspakken door een buitenlandse stad wandelen. Elftallen die vlak voor een Europees uitduel een verveeld rondje maken volgens een vast stramien: slenteren met de handen in de zakken, een foto hier, een foto daar. Ze lopen voorbij aan musea met beroemde kunstwerken, aan architectonische staaltjes. Aan alles zie je: alleen voetbal telt.

Hiddink is anders. Hij laat doorschemeren iets te weten van de cultuur van Rusland. Als hij voor het monument van Karl Marx staat, zegt hij: ‘Onze Karel?’ Wanneer Marx Het Kapitaal schreef, weet hij niet. Ik ook niet, trouwens. Maar hij heeft ook niet met een mond vol tanden naar de stenen man op de sokkel gewezen en gevraagd wie deze langharige voetballer toch was.

Als het over de historie van Rusland gaat, spreekt Hiddink van ‘een fascinerende maar ook wrede geschiedenis’. Waarmee bij mij onmiddellijk het beeld ontstaat van Hiddink die op een bank in de Winkler Prins bladert en stilhoudt bij het hoofdstuk Stalin.

Hiddink is heer en meester in het openbaar. Tijdens de gisteren uitgezonden reportage in Moskou kon ik zien hoe behendig hij met aandacht van vreemden omgaat. Iedere fan krijgt een ultrakort antwoord terug.

‘Ik wens u een goede gezondheid.’ Hiddink: ‘Dank u wel!’

Op het Rode Plein komt een vreemde man met een vlassnor naast de Nederlander staan. Hiddink merkt hem op en trekt hem voor de camera. Verslaggever Tom Egbers vraagt de man wie er bekender is in Rusland, Marx of Hiddink. De man kijkt naar Hiddink en raakt over zijn toeren. ‘It’s beautiful’, zegt hij verward.

Hiddink wordt gewezen op een billboard aan een drukke weg waar zijn hoofd op te zien is. Het is een reclame voor Samsung. Hij kijkt doodkalm omhoog naar de grote foto van hem, midden in de stad. Van gêne is geen sprake. Beroemd zijn is een dagelijkse besogne geworden. ‘Die reclame is een beetje uit de hand gelopen. Ik had me beter per vierkante meter kunnen laten betalen.’

Niets brengt Hiddink uit het evenwicht. Het is yin en yang uit de Achterhoek. Hij zal er weer ver mee komen op het EK. Daar twijfel ik niet aan.