Nieuw in Parijs: Jesse Huta Galung

Vorige week drong tennisser Jesse Huta Galung verrassend door tot het hoofdtoernooi van Roland Garros.

„Ik heb als debutant niets te verliezen.”

Samen komen ze het persrestaurant van Roland Garros binnenlopen, tennisser Jesse Huta Galung en zijn verloofde Vera. Vera is secretaresse in hun woonplaats Heel (Limburg) en als haar werk het toelaat begeleidt zij haar aanstaande naar toernooien. „Voor Roland Garros kon ik makkelijk een paar dagen vrij nemen”, vertelt ze een dag nadat Huta Galung (22) tot het hoofdtoernooi in Parijs is doorgedrongen. „Toen mijn collega’s via de radio hoorden dat Jesse zijn derde kwalificatiepartij had gewonnen, renden ze op me af. Iedereen leefde mee, want het komt niet elke dag voor dat een bekende op een grandslamtoernooi speelt.”

Jesse kijkt haar vol bewondering aan. „Ik ben zó blij dat Vera hier is”, zegt de nummer 188 van de wereld. „Twee jaar geleden hebben we elkaar op een feest ontmoet en sindsdien is zij mijn steun en toeverlaat. Ik kan slecht tegen kritiek, maar van Vera kan ik veel hebben. Als zij iets zegt over mijn negatieve gedrag op de baan – en dat gebeurt regelmatig – maakt het indruk. Dat is een van de redenen waarom ik nu mijn debuut maak bij een grandslamtoernooi: ze houdt mij continu een spiegel voor.”

Davis-Cupcaptain Jan Siemerink was onder de indruk van je spel tegen Marc Lopez, afgelopen vrijdag. „Ik heb Jesse nooit eerder zien knokken”, zei hij. „Dit keer kwam het uit zijn tenen.”

„Jan heeft relatief weinig wedstrijden van mij gezien. Daarom concludeert hij dat ik win als ik goed speel en verlies als ik slecht speel. Maar geloof me: ik kan best knokken, hoor. Het is niet zo zwart-wit als de captain doet voorkomen.”

Toch sta je bekend als een speler die onvoldoende van zich afbijt. Je zou te lief zijn voor het internationale proftennis. Een ‘moederskindje’ word je door sommigen genoemd.

Lacht. „Ik ben inderdaad gehecht aan mijn moeder. Vroeger belde ik haar elke dag, sinds ik met Vera samenwoon bellen we om de paar dagen. En wat die karakterschets betreft: U doelt natuurlijk op het onderzoek dat ik een jaar geleden bij psycholoog Rico Schuijers in Papendal heb gedaan. Daaruit bleek dat ik een te lief mannetje ben. Ik wil dat mensen mij aardig vinden. En ik schat tegenstanders vaak hoger in dan mezelf. Dat zijn punten waar ik hard aan werk.”

Volgens Siemerink laat je je nog te vaak uit de tent lokken. Wat bedoelt hij daarmee?

„Als mensen op de tribune mij verrot schelden, dan kan ik het niet laten daarop te reageren. Dat gaat ten koste van mijn tennis – ook daarvan ben ik mij inmiddels bewust.” Vera onderbreekt voorzichtig. „Dat heeft te maken met zijn gebrek aan zelfvertrouwen. Als je arrogant bent, kan niets of niemand je raken. Zo is Jesse niet. Hij is een gevoelige jongen.”

Huta Galung („mijn grootvader is Indonesisch”) combineerde tennis tot zijn elfde met voetbal. Daarna dwongen zijn ouders hem tot een keuze, en die was volgens de geboren Haarlemmer snel gemaakt. „Ik woonde nog geen vijftig meter van de tennisbaan. Was er elke dag te vinden. En naarmate ik beter ging spelen, werden ook mijn ambities groter.”

Op zijn zeventiende meldde Huta Galung zich aan bij de tennisacademie van Sanches-Casal in Barcelona. Daar deelde hij een appartement met de Schotse tennisser Andy Murray en diens jongere broer Jamie. „Ik heb veel in Spanje opgestoken. Niet alleen in tactisch en technisch opzicht, maar ook sociaal. Als jonge jongens in een vreemd land moesten wij ons zien te redden. Dat vergrootte onze zelfstandigheid.”

Twee jaar na zijn terugkomst maakte Huta Galung zijn debuut voor het Davis-Cupteam. Nadat Nederland op 3-0 achterstand was gekomen tegen Rusland, mocht hij de geblesseerde Peter Wessels vervangen. „Een van de hoogtepunten uit mijn carrière”, zegt hij terugkijkend. „Net als mijn twee partijen tegen Portugal (die hij vorig jaar won, red.). Er is niets zo mooi als spelen voor je land.”

Hoewel Huta Galung kan terugkijken op een succesvol jaar – hij won onder meer de challenger in Alphen aan den Rijn en was finalist bij de challenger in Genève – heeft hij geen privécoach. „Een privécoach kost klauwen vol geld; ik kan dat niet betalen. Wie weet dient zich na dit toernooi een sponsor aan. Het zou mijn leven een stuk makkelijker maken.”

Morgen speel je in de eerste ronde tegen Jiri Vanek. Hoe schat je je kansen in?

„Vanek is een Tsjech. En Tsjechen zijn bloedhonden, die doen alles om te winnen. Toch acht ik mijzelf niet kansloos tegen de nummer 92 van de wereld. Ik sta lekker te spelen, heb niets te verliezen als debutant. Het toernooi is voor mij al geslaagd, zei ik gisteren tegen Vera. Alles wat ik nu nog doe, beschouw ik als een bonus.”