Neil Diamond geeft een carrière-overzicht

Pop Neil Diamond. Gehoord: 24/5 Ahoy Rotterdam.

Twaalf muzikanten, drie zangeressen, één glitteroverhemd. Neil Diamond bracht een stukje Las Vegas naar Rotterdam, alsof hij het hoogst persoonlijk moest opnemen tegen het Songfestival op tv.

De 67-jarige ras-entertainer met de stem van gemalen kiezel bracht een uiterst professionele show en zong als vanouds de sterren van de hemel, hier en daar zelfs met nog net een beetje meer galm dan in de vroege jaren zeventig, toen hij naam maakte met zelfgeschreven hits als I am… I said. Niets was aan het toeval overgelaten: zelfs de akoestische gitaar die hij in veel nummers bespeelde, werd gesouffleerd en klonk al breeduit door Ahoy voordat Diamond het eerste akkoord had aangeslagen.

Op zijn laatste twee albums 12 Songs en Home Before Dark laat Diamond juist een soberder, meer aardse aanpak horen onder invloed van producer Rick Rubin, die ook Johnny Cash in diens nadagen aan een artistieke opleving hielp. Waar Cash ontroerde door de kwetsbaarheid van een oudere man alleen aan de microfoon, houdt Diamond zelfs in zijn eentje de glans van een ster die zijn publiek van rijpe meisjes wil behagen met een opgepoetst en bronstig geluid. In een zaal vol mensen doe je dat als geoefend Vegas-performer met een orkest en een bewegend podium, dat hij als een hondje zijn gitaar liet apporteren.

Een goede hand van liedjes schrijven heeft hij nog steeds; zie Pretty amazing grace, waarin hij maar weer eens jubelt dat hij alles te danken heeft aan de liefde. Verder werd het natuurlijk een uitbundig feest der herkenning met steunpilaren als Beautiful noise, Solitary man en een massaal meegezongen Song sung blue. Diamond keerde terug naar de vroege jaren zestig met I’m a believer, het lied dat hij voor The Monkees schreef, maar later terugclaimde. Het Streisand-duet You don’t bring me flowers vertolkte hij met een achtergrondzangeres, nadat hij eerst aan een tafel met een eenzaam glaasje wijn had zitten mijmeren.

Prachtig, zoals hij Sweet Caroline er in zijn enthousiasme uit brulde op deze eerste avond van zijn wereldtournee. Dankbaar memoreerde hij het live-dubbelalbum Hot August Night dat in 1972 zo belangrijk was geweest voor zijn carrière.

Op een hete avond in mei bleef bij Neil Diamond één ding te wensen over, namelijk dat hij nog eens terugkomt om het kale Rick Rubin-materiaal alleen in een club te vertolken. Dan pas geloven we dat hij echt gitaar kan spelen, want die playbackshow was eigenlijk een beetje gênant.