Meute aan de macht

De ene na de andere hoopvolle natie in Afrika dreigt momenteel te ontsporen. Nadat eerder Kenia het toneel was van tribaal geweld, wordt nu Zuid-Afrika geteisterd door raciale moord en doodslag. Kenia werd tot voor kort nog gezien als hét democratische model voor de rest van het continent. Sinds een week loopt Zuid-Afrika het risico zijn voorbeeldfunctie voor verzoening en voorspoed te verliezen. Het xenofobe geweld heeft er al ruim veertig mensen het leven gekost en 20.000 zielen hun huis.

Naar geopolitieke maatstaven gemeten, heeft de geweldsgolf in Zuid-Afrika nog meer betekenis dan die in Kenia. Zuid-Afrika is hét economische en politieke centrum van een grote regio. Het land is bovendien een spiegel voor al die landen elders op het continent. De leiders, die vijftien jaar geleden nog streden tegen de apartheid, etaleren dan ook graag hun superioriteit jegens die landen, waar de dekolonisatie minder voortvarend en vooral minder vreedzaam is verlopen. De reactie van president Thabo Mbeki, die afgelopen weekeinde pas openlijk stelling nam tegen deze „schande”, is alleen al daarom schrijnend.

Maar daarbij blijft het niet. De meutes, die in de townships jacht maken op buitenlandse arbeiders, lijken zelfs trots te zijn op hun lynchwerk. Ze gedragen zich als wrekers in een corrupte samenleving. Want het lijdt geen twijfel dat de xenofobie in Zuid-Afrika een van de structurele bijverschijnselen is van het beleid van Mbeki. In een land met bijna 50 miljoen inwoners, 5 miljoen gastarbeiders en een werkloosheid van circa 25 procent heeft de regering jarenlang met vuur gespeeld door geen serieuze dam op te werpen tegen illegale arbeid. Verblijfsvergunningen zijn in Zuid-Afrika te koop, een praktijk waartegen ook de werkgevers om hun moverende redenen geen bezwaar hadden zolang de economie maar floreert.

Dat de politie nu niet meer is opgewassen tegen de heksenjacht, die qua vorm doet denken aan de zwartste tijden van de apartheid, is niet eens het zorgelijkst. De Zuid-Afrikaanse politie heeft zich nooit los kunnen maken van het stigma dat haar sinds de apartheid aankleeft. Het leger, dat recent door Mbeki is gemobiliseerd om de politie bij te staan bij het herstellen van de orde, heeft minder last van dat verleden. Zorgelijker is dat het ANC, al vijftien jaar onbetwist aan de macht, de ernst van de situatie lijkt te bagatelliseren.

Zoals Mbeki tot nu toe geen aanstalten heeft gemaakt om zijn macht in Zimbabwe te doen gelden, zo passief is hij ook in eigen land. In regeringskringen circuleerde zelfs de redenering dat het geweld een opzetje is van tegenstanders binnen het ANC om de president beentje te lichten.

Gelukkig heeft ANC-voorzitter Jacob Zuma deze paranoia afgelopen weekeinde naar het rijk der fabelen verwezen. Want Zuid-Afrika kan zich dat soort redeneringen niet permitteren. Ten eerste omdat het over twee jaar gastheer is van het wereldkampioenschap voetbal. Ten tweede omdat het geen negatieve voorbeeldfunctie voor een heel continent mag worden. Afrika is immers politiek en economisch belangrijk geworden voor de rest van de wereld.