Mannen: ga voor het werk nog even de boom in

Fanny & Alma staan elke maandag stil bij dingen die heel gewoon lijken en voor iedereen herkenbaar zijn.

Vandaag: is de sportschool werkelijk verslavend?

Het is half zes. Happy hour in de sportscholen is begonnen. Fanny moet in de rij staan voor iets wat de abdominal crunch heet. De man op wie ze wacht, perst het zweet uit zichzelf. Zijn witte T-shirt verandert langzaam in een natte lap. Hij lijkt daar zelf erg content mee te zijn. De manier waarop hij kreunt, lijkt op die van een leeuw in hongerstaking. Het wordt steeds luider. Iedereen in de sportschool moet weten hoe erg hij zijn best doet. Na honderd keer gewichten van zestig kilo gelift te hebben, stapt hij van het apparaat af. „Heerlijk”, mompelt de man.

„Dit is niet heerlijk”, zegt Fanny tegen Alma, „Waarom zijn de mensen in de sportschool liever moe dan lui?” Alma rolt met haar ogen: „Omdat je er niet moe van wordt, achteraf heb je alleen maar meer energie.” Dat is de zin die we nu uit zo’n veertig verschillende hoeken hebben moeten aanhoren. Een vriendin zei zelfs: „Je kunt nu wel zeggen dat sport nergens voor nodig is en dat je genoeg fietst op een dag, maar uiteindelijk vind je jezelf toch op de sportschool. Niemand kan zonder. Wacht maar af.”

En ze heeft zichzelf als een ware Jehovagetuige bewezen, want hier staan we. Maar niet alleen de vriendin heeft ons omgekregen, sportjefit.nl mag zich ook gelukkig prijzen. Vlak voordat we hier kwamen, vatte Fanny de website vanuit een luie stoel voor Alma samen:

„Je leeft langer.”

„Ik haat lang leven”, moppert Alma.

„Je blijft dun.”

„Ik ben al niet dun. Ik ben en blijf gevuld.”

„Je krijgt meer zelfvertrouwen.”

„Nog meer?”

„Vermindert stress. Belangrijkste remedie voor een burn-out.”

We zijn om. Gek genoeg lijdt een aantal van onze vrienden aan een burn-out. Omdat wij niet als een murw geslagen vetrol vol zelfwalging kotsend van de stress op de bank willen hangen, zit er wellicht niets anders op dan toch naar de sportschool te gaan. Fanny’s conditie is naatje pet, ze wil niet meer door oma’s met paars haar worden ingehaald als ze fietst. En Alma wil een strakke broek kunnen dragen zodat haar tieten daarboven nog meer opvallen.

Fanny neemt plaats op het apparaat. De man was nog zo vriendelijk om zijn bezwete handdoek daar een keer overheen te halen om zijn lichaamszweet met lichaamszweet weg te vegen. „Bedankt”, knikt Fanny. Voorzichtig laat ze haar billen zakken. Na tien keer crunchen, voelt Fanny zweet opborrelen. Ze wil direct stoppen. Zweten is vies.

Terwijl Fanny doorzet, springt Alma op een hometrainer die voor een glazen ruit staat. Ze fietst de benen uit haar lijf en komt geen meter vooruit. Door de ruit zijn de mensen op straat te zien, ze zoeven voorbij over het asfalt met de wind in hun haren. Alma loert om zich heen. Nergens ziet ze ooit mannen met staartjes, maar hier telt ze er in een eerste oogopslag meteen drie. Is dit misschien de verzamelplaats voor zweterige mannen met staartjes?

Anderhalf uur is voorbij. De sportschool is klaar met ons. We zijn twee gram lichter geworden. Fanny is een hijgende tomaat. Alma voelt aan haar buik: „Nog steeds rond.” En het roze drankje dat we na afloop van een begeleider krijgen, maakt ons misselijk voor de rest van ons leven.

Onze volgende poging begint daarom bij een concern dat zegt je professioneel te laten afvallen. Een vrouw die zelf redelijk wat vet meedraagt, laat ons zien hoe alles werkt. Ze loopt een trap af. Langs een korte muur staan vier grote witte plastic bakken. Uit elke bak steekt het hoofd van een vrouw van middelbare leeftijd. We dachten dat chagrijniger kijken dan Jerney Kaagman onmogelijk was. Vergeleken bij de uitdrukkingen op het gezicht van de vrouwen kijkt zij vrolijk.

„Door twintig minuten in de ozon te zitten, raakt je lichaam gewend aan afvallen. Neem maar plaats.” Alma wurmt zich een weg naar binnen. Haar hoofd ploept er aan de bovenkant uit. De medewerkster klikt de klep naar beneden. Geleidelijk wordt het warm in de cabine. Onze hoofden lijken tepels op twee enorme witte tieten. „Weer dat achterlijke zweet”, denkt Alma bij zichzelf. Na twintig minuten begint de machine wild te piepen. Maar geen hond die ernaar omkijkt. Pas na een minuut en honderd procent diep schaamrood op Fanny’s wangen, komt de mevrouw aanlopen om ons eruit te helpen. „Nu is het tijd voor de work-out.”

We moeten liggen in een doorzichtige, verwarmde cabine. „Wat je hier in twintig minuten verbrandt, daar doe je in de sportschool twee en een half uur over.” We trappelen met onze benen in lucht, moeten met onze neus onze knieën aanraken en tillen onzichtbare gewichtjes op. Als de tijd om is zweten we aanzienlijk minder dan in de sportschool. Na een paar keer terug te zijn gegaan, voelen we ons beter en wegen we daadwerkelijk minder. Vooral in de portemonnee.

Maar plezier kunnen we ook daar niet vinden. En dus gebeurt er dat waar sportscholen rijk van worden: we betalen voor een half jaar, maar we komen na een maand niet meer opdagen. Er is altijd wel wat beters te doen. Dan merk je opeens dat je al twee weken niet bent gegaan. En tja, dan ben je al gestopt zonder dat je het doorhad.

Sport is niet leuk. De kans dat je op de loopband een hartinfarct krijgt is groter dan thuis op de sofa. Sporters zien er ook niet uit. Ze lachen niet, ze hebben verbeten koppen, ze stinken en ze zijn altijd nat. Bovendien kun je aan sporten verslaafd raken. Als je zou willen stoppen is dat een immense opgave, dat krijg je alleen niet voor elkaar. Iets als een Sporters Anonymous bestaat niet.

Genoeg redenen om het niet te doen, maar toch heeft de wereld ons in een houdgreep. Stiekem benijden we mensen die sporten leuk vinden. Want wat zou het fijn zijn om door iets te doen wat je leuk vindt een dunnere buik te krijgen. Van de dingen die wij leuk vinden krijgen we alleen maar een dikkere buik.

Alma heeft een oplossing. „Waarom wordt alle zweet uit het straatbeeld geweerd en verbannen naar de sportschool? Juist omdat het in een hok gebeurt en in rare kleren, is het vies. Het zou toch geweldig zijn als huismoeders in zomerjurken huppelend naar de supermarkt zouden gaan. Mannen in driedelig pak, die voor hun werk nog even hoog in een boom klimmen om hun eigen grenzen te testen. Slagers die van hun winkel naar de voorraadkast koppeltje duikelen”, zegt ze. Dat is de oplossing. De sport terug op straat. En daar beginnen wij vandaag mee. Dus kijk niet raar op als Fanny morgen op stelten naar de universiteit komt. Alma tijgert vanaf nu naar haar school.