Liever kasteloos dan lage kaste

Rellen dit weekeinde in de Indiase deelstaat Rajasthan om het kastensysteem, dat officieel allang is afgeschaft.

Hoe groter het onrecht toen, hoe meer rechten nu.

Zeker 37 doden – dat was gisteravond de balans van drie dagen van geweld tussen de politie en duizenden etnische Gujjars in de Indiase deelstaat Rajasthan. Nog geen twee weken geleden werden de ziekenhuizen van de hoofdstad Jaipur overspoeld met slachtoffers van een serie dodelijke bomaanslagen in de oude binnenstad, uitgevoerd door moslimextremisten. Nu zijn er meer dan 70 gewonden van het jongste kastengeweld in India opgenomen.

De Gujjars in Rajasthan, een stammenvolk dat naar schatting rond de 11 procent uitmaakt van de totale bevolking van de deelstaat, eisen een lagere status in de maatschappelijk hiërarchie. Dat klinkt gek, maar dat is het niet, gezien het beleid van positieve discriminatie dat de Indiase overheid nastreeft. Degradatie als kaste zou voor de Gujjars paradoxaal genoeg betere toegang betekenen tot overheidsbanen, hoger onderwijs, gezondheidszorg en andere voorzieningen.

Het geweld in Rajasthan onderstreept vóór alles hoe belangrijk kastenpolitiek in India is. Officieel is het kastenstelsel al lang geleden afgeschaft. Maar kastenidentiteit is des te belangrijker geworden. Zonder steun van grote groepen stemmers geen kans op politieke macht. Omgekeerd: zonder politieke macht geen cadeautjes voor de eigen kaste.

India’s beleid van positieve discriminatie is stevig verankerd in de grondwet. In die grondwet (van 1950) wordt het ‘historisch onrecht’ gerepareerd dat de onaanraakbaren, de buitengeslotenen, eeuwenlang is aangedaan. De dalits, in het ambtelijke jargon aangeduid als ‘Scheduled Castes’ en ‘Scheduled Tribes’, hebben recht op 22,5 procent van alle overheidsbanen en op 22,5 procent van de plekken op de (door de overheid gefinancierde) universiteiten en hogere onderwijsinstituten. Zo kunnen zij hun gerechtvaardigde plek in de maatschappij gaan innemen. Ook de Gujjars in Rajasthan willen nu de status van ‘Scheduled Tribe’.

Tussen de absolute onderkant van ‘kastenlozen’ en de bovenste kaste van brahmanen zitten evenwel vele lagen van groepen die, afhankelijk van hun positie in de hiërarchie, ook werden en nog steeds worden gediscrimineerd. Ze hebben minder kans op de arbeidsmarkt dan anderen, ze volgen niet of nauwelijks onderwijs, blijkt uit de statistieken.

Een door de regering benoemde commissie telde in 1980 meer dan 3.700 specifieke kastengroepen die als ‘achtergesteld’ beschouwd moeten worden – naar schatting meer dan de helft van de totale bevolking.

Deze groepen worden formeel aangeduid als ‘Other Backward Classes’, ‘Andere Achtergestelde Klassen’. Sinds 1990 is voor hen een banenquotum van 27 procent gereserveerd in de Indiase ambtenarij. In april stemde het Hooggerechtshof in met het voornemen van de regering om deze OBC’s daarnaast een quotum te geven van 27 procent in het universitair onderwijs.

Daarmee wordt een nieuwe historische slag geslagen in hun emancipatie. De universiteiten moeten zich nu gaan voorbereiden op een jaarlijkse toestroom (in fasen) van naar schatting meer dan 600.000 studenten extra.

Een logische ontwikkeling, meent professor Sukhadeo Thorat, een gerenommeerd onderzoeker naar kastenverhouding, armoede en plattelandsontwikkeling en thans voorzitter van de University Grants Commission in Delhi. Dat is het orgaan van de regering dat toezicht houdt op het hoger onderwijs in India en dat de financiering van de universiteiten regelt.

„Als mensen worden gediscrimineerd omdat ze tot een bepaalde groep of kaste behoren, dan is het de plicht van de overheid hen te beschermen. Om hen een gelijkwaardige kans op participatie in de samenleving te bieden. Daarover hoef je niet te discussiëren”, zegt professor Thorat.

Hij heeft alle cynische opmerkingen (‘Het loont tegenwoordig om tot een lagere kaste te willen behoren’) over het uitdijende Indiase beleid van positieve discriminatie al zo vaak gehoord, dat hij er niet eens meer op in wil gaan.

Dat politici handelen uit opportunisme om zich te verzekeren van kastenstemmen, noemt hij een „absurd” verwijt. „Alles is politiek. Politiek gaat over belangen, mijn belang versus jouw belang. Natuurlijk is dat zo”, zegt hij. „Maar waar het om gaat is: als een groep last heeft van discriminatie, ook zestig jaar na de onafhankelijkheid, dan heeft hij recht op bescherming van de staat.”

Toch waarschuwt ook één van de rechters van het Hooggerechtshof in het recente vonnis voor de gevaren van een permanent quotasysteem. „In plaats van een harmonieuze samenleving op te bouwen waarin plaats is voor diversiteit, zullen we uitkomen op een verscheurde maatschappij waarin iedereen voor altijd wantrouwig staat tegenover de ander”, aldus de rechter.

„Die visie deel ik niet”, zegt professor Thorat. „Maatschappelijke ongelijkheid leidt tot spanningen, tot conflicten en verdeeldheid. Ontwikkeling en het overbruggen van ongelijkheid leiden tot integratie. Reservering is het beleid dat de kloof vermindert tussen groepen. Juist daardoor wordt integratie in de samenleving bevorderd.”

Blijft de vraag waarom de Gujjars in Rajasthan de status van ‘Sheduled Tribe’ eisen en niet langer ingedeeld willen worden bij de ‘Other Backwars Classes’ met vergelijkbare quota. Het antwoord, zeggen deskundigen, vloeit opnieuw voort uit kastenpolitieke calculatie. Het gereserveerde quotum voor banen en nu ook voor hoger onderwijs voor de ‘Andere Achtergestelde Klassen’ moet in Rajasthan door meer groepen uit de middenlaag worden gedeeld, dan het quotum voor de dalits.

Om extra voorzieningen te krijgen, moeten de Gujjars daarom worden erkend als ‘Sheduled Tribe’. „We willen erkenning en iets anders is voor ons niet acceptabel”, zei kolonel Bainsla afgelopen weekeinde. „Deze keer zullen we geen millimeter toegeven.”