Kredietbureaus vormen geen front meer

Er tekent zich eindelijk een breuklijn af in het traditioneel hechte front van de kredietbeoordelaars. Net als bij geologische storingen ligt de oorzaak in een verandering van de relatieve druk. Nu de sector voor gestructureerde financiële producten (zoals hypotheekobligaties) op sterven na dood is, hebben Standard & Poor’s en Moody’s weinig reden meer om vast te houden aan de ficties die ooit werden gebruikt ter rechtvaardiging van het waarderen van prullaria als goud. En nu hun reputaties in duigen liggen, proberen beide firma’s zich harder op te stellen.

Deze twee factoren helpen samen het besluit van Standard & Poor’s te verklaren om de kredietstatus van Moody’s te verlagen wegens de fout die deze firma maakte bij de waardering van zogenoemde CPDO’s (grote, met veel geld gefinancierde gokken op de kwaliteit van de obligaties van een aantal bedrijven met een hoge kredietstatus).

De stap van S&P zal Moody’s in eerste instantie weinig kwaad doen. Moody’s heeft zelf weinig schulden en kan zijn activiteiten waarschijnlijk prima voortzetten zonder geld te hoeven lenen. Maar de inspanningen van Moody’s om de schade van zijn vergissing te beperken worden er wel door gehinderd.

De aandeelhouders zijn duidelijk van mening dat de CPDO-fout slecht is voor de naam van het bedrijf – ze hebben de beurskoers met eenvijfde doen dalen sinds het bekend worden van het nieuws. S&P zegt dat zijn herziening van de kredietstatus van Moody’s slechts een weerspiegeling is van dat risico. Maar omgekeerd is het risico natuurlijk eerder groter dan kleiner geworden door de stap van S&P.

De kredietanalyse mag dan nog zo objectief zijn, het beeld blijft hangen dat de pot de ketel verwijt dat hij zwart ziet. S&P heeft zelf ook een aantal van de gewraakte CPDO’s zijn zegen gegeven – zelfs zonder de invloed van de computerfout die Moody’s naar verluidt op het verkeerde been zette. De twee firma’s zijn eenvoudigweg langs verschillende paden tot dezelfde foutieve conclusie gekomen.

Het zal voor Moody’s niet makkelijk zijn S&P met gelijke munt terug te betalen. S&P maakt deel uit van een groter conglomeraat en zijn problemen hebben minder invloed op het kredietprofiel van moederconcern McGraw Hill. Maar Moody’s kan zijn concurrent toch de nodige hoofdbrekens bezorgen door bijvoorbeeld nog grotere gaten te schieten in de mythe rond gestructureerde financiële producten. Zo kan de firma bepaalde effecten, die van S&P de hoogste kredietstatus (AAA) hebben gekregen, stevig afwaarderen. Eén gemeenschappelijk kenmerk van breuklijnen is nu eenmaal dat ze de neiging hebben steeds groter te worden.

Dwight Cass

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com