Hoofdrol voor de leerlingen

Entre les Murs werd pas op de laatste dag vertoond van het Filmfestival in Cannes.

En werd heel onverwacht de grote winnaar van de Gouden Palm.

De verrassende winnaar van de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes is Entre les Murs (‘Tussen de muren’) van de Franse regisseur Laurent Cantet. Niet omdat het geen goede film zou zijn, is die keuze een verrassing, want dat dat is het zonder meer. Maar de film zat zo laat in het festival dat het in alle verhitte discussies en speculaties over mogelijke prijswinnaars nauwelijks een rol speelde.

Het docudrama over een leraar op een zwarte school en zijn klas, is pas op de laatste competitiedag van het festival vertoond, toen Cannes al grotendeels was leeggelopen. De perspremière vond zaterdag plaats voor een half gevulde zaal, die de film wel met een warm applaus beloonde.

Entre les Murs is gebaseerd op de gelijknamige roman van de voormalige leraar François Bégaudeau, die ook de hoofdrol speelt. Hij speelt/is een docent die niet gelooft in de harde hand, maar met grappen en overredingskracht zijn klas bij de les probeert te houden. Ook de leerlingen zijn allemaal amateuracteurs, die door regisseur Cantet langdurig zijn gecoacht en onvoorstelbaar naturel en levendig voor de camera spreken en bewegen. De leerlingen treden allemaal op onder hun eigen naam, net als de leraar François.

Haast ongemerkt laat de film de machtsverschuivingen in de klas zien tussen de leraar en de leerlingen. Zonder ook maar een moment didactisch te zijn, komen veel hete hangijzers van de multiculturele samenleving voorbij: opvoeders die bij de ouderavond geen Frans blijken te spreken, leerlingen die zichzelf wel en niet als ‘Frans’ beschouwen, en de machocultuur van de straat – een van de jongens ondervraagt François aanhoudend of het gerucht klopt dat hij „van mannen houdt”.

Als de Frans-Afrikaanse Nassim na een vechtpartijtje van school dreigt te worden gestuurd, staat François voor een dilemma: als de jongen weg moet, stuurt zijn vader hem misschien terug naar Afrika en is zijn toekomst verkeken. Maar in hoeverre kan hij daar rekening mee houden? En is hij niet zelf medeverantwoordelijk voor het uit de hand lopen van Nassims gedrag? Het knappe is dat niemand echt goed of echt slecht is in de film – kinderen, ouders noch de leraren.

Cantet maakte eerder veelgeprezen films als Vers Le Sud, (2005) over blanke vrouwen op leeftijd die als sekstoeristen in een Afrikaans land verblijven, en L’Emploi du Temps (2001), het waargebeurde verhaal van een man die verstrikt raakt in zijn leugens terwijl hij voor zijn familie verborgen probeert te houden dat hij werkloos is.

Veel minder verrassend is de Camera D’Or (de prijs voor de beste debuutfilm) voor de Britse beeldend kunstenaar Steve McQueen. Zijn buitengewone Hunger is vrijwel unaniem geprezen. De film is een intense studie naar de barre omstandigheden waaronder IRA-gevangenen leefden in de Maze-gevangenis, even buiten Belfast, begin jaren tachtig, die uiteindelijk leidde tot een hongerstaking.

De prijs voor beste actrice was ook nogal een verrassing, maar zo één waarvan je achteraf denkt: ja, natuurlijk. Waarom heb ik daar zelf niet aangedacht? De winnares, Sandra Corveloni, is inderdaad fantastisch in Linha de Passe van het Braziliaanse regieduo Walter Salles en Daniela Thomas. Ze speelt een alleenstaande moeder van vier zoons, die opnieuw zwanger is van een afwezige man. Zo doorleefd en levensecht zie je het niet vaak in de bioscoop.

Dat geldt iets minder voor Benicio del Toro, die de prijs voor beste acteur in ontvangst mocht nemen voor de titelrol in Che van Steven Soderbergh. Natuurlijk is het een tour de force, die Del Toro laat zien. Hij is vierenhalf uur lang in elk beeld aanwezig. Hij heeft het charisma en het gezag om de guerrillastrijder Ernesto ‘Che’ Guevara te spelen. Je gelooft meteen dat hij een leider is die de onvoorwaardelijke loyaliteit van zijn manschappen wist te winnen. Maar een visie op de persoonlijkheid van Che brengt Del Toro minder helder over.

De Grand Prix (informeel: de prijs voor de op-een-na-beste film) gaat naar de Italiaan Matteo Garrone voor Gomorra, een indringende ensemblefilm over de ijzeren greep van de onderwereld in het gebied rond Napels. De film is gebaseerd op de faction-bestseller van journalist Roberto Saviano, die sinds de publicatie moet leven onder zware politiebewaking. Ook in Cannes werd de equipe van Gomorra zwaar bewaakt. Net als Entres les Murs is de film briljant gecast: met zeer geloofwaardige maffiatypes, die hun acteeropleiding deels in de gevangenis hebben genoten.

Authenticiteit en geloofwaardigheid lijken belangrijke criteria te zijn geweest voor de jury. Hoewel, dat geldt juist weer minder voor de film die de Prix de jury kreeg (informeel: de derde prijs). Met inventiviteit en creativiteit, lol en lef heeft Paolo Sorrentino de prijs verdient voor Il Divo. De film is een hoogst origineel en swingend portret van de omstreden Italiaanse staatsman Giulio Andreotti. De film blaast het even populaire als platgetreden genre van de biopic nieuw leven in. Sorrentino is een groot stilist, die alle registers tegelijk bespeelt: realisme, droom en satire.

Jammer – sterker nog: een misser – dat de jury Waltz with Bashir niet heeft beloond; de indrukwekkende animatiefilm van de Israëlische regisseur Ari Folman over de Israëlische inval in Libanon in 1982. Maar die film komt er toch wel.

Rectificatie / Gerectificeerd

Winnaars Cannes

In het lijstje Cannes 2008, de winnaars (maandag 26 mei, pagina 21) klopte de naam van de categorie waarin Catherine Deneuve en Clint Eastwood bekroond zijn niet: het betreft een speciale eenmalige prijs. Deneuve won deze voor haar rol in Un conte de Noël.