‘Happy Days’ is gitzwart én geestig

Becketts Happy Days is de openingsvoorstelling van het Holland Festival zaterdag.

Waarin Winnie tot haar nek in het beton zit, maar optimistisch blijft.

„Schrijf nou toch eens een vrolijk toneelstuk”, zei mevrouw Beckett in 1961. Haar man had de kunstwereld acht jaar eerder verbijsterd met zijn toneeldebuut Wachten op Godot. Het viel precies in de juiste existentialistische aarde van die tijd: de wereld als woestijn, de mens als dakloze, een stilstaande vertelling vol open symboliek waar een ieder zijn eigen filosofische verhandeling aan kan ophangen. Zijn tweede stuk, Eindspel, was ook al zo hopeloos zwart en grauw.

Om zijn vrouw te pesten schreef Beckett Happy Days. Weer een stel ontheemden in een woestenij. Winnie, een dame van rond de vijftig, zit tot haar middel vast in een heuvel en ziet zichzelf langzaam vergaan. Dit krachtige beeld laat Beckett botsen met het onverwoestbare optimisme van de vrouw. Ze babbelt erop los en roept uitbundig. Ondanks haar blije moed kun je niet anders dan de mooie dagen, de goede tijden uit de titel als wrang ervaren.

Zaterdag is Happy Days de openingsvoorstelling van het Holland Festival in Amsterdam. De voorstelling van het Britse National Theatre kreeg bij de Londense première vorig jaar een juichende ontvangst, maakte een internationaal tournee en stond deze winter in New York.

Begin februari in het BAM-theater in Brooklyn, New York. Het bijna honderd jaar oude theater stond decennialang leeg en wordt nu in zijn vervallen staat gebruikt. Voor Happy Days is dit de perfecte ruimte. Het decor bestaat uit een enorme vlakte vol puin: grote brokken beton, gruis en een beetje onkruid. De Europese toerist zal aan Dresden of Berlijn denken, de New Yorker aan Ground Zero na de aanslag van 11 september 2001. Het is in ieder geval een woestenij door mensen veroorzaakt. Tweehonderd witte lampen bootsen een brandende zon na.

Middenin zit Fiona Shaw, zij speelt Winnie. Met het hoofd op de handen ligt zij te slapen. Een doordringende bel schelt. Shaw tilt het hoofd op en geeft de zaal een stralende glimlach. Hier geen burgerlijk omaatje met rond brilletje, zoals in de oer-opvoering, maar een bloeiende vrouw met stevige schouders. Shaws jeugdige uitstraling geeft de voorstelling meteen een heel andere lading.

Vanaf de eerste doordringende bel die Winnie wakker maakt, moet de zaal hard lachen. De grauwe, diepzinnige zwaarmoedigheid die Beckett aankleeft, krijgt bij Shaw geen seconde de kans. Ze speelt schaamteloos op de zaal, laat haar ogen rollen en trekt haar mond scheef. Het is echter niet alleen haar gezicht, ze haalt ook een lach uit ongeveer iedere zin.

Dat is een prestatie, want de tekst van Happy Days bestaat uit fragmentarische zinnen van drie, vier woorden. Daarna volgt steeds een regieaanwijzing: „draait hoofd”. In het stuk zitten eenentachtig voorgeschreven stiltes die allemaal op een andere wijze gespeeld moeten worden.

Fiona Shaw, de volgende dag in haar huurappartement in Manhattan: „We hadden er geen enkel vermoeden van dat het grappig zou worden. De repetitieperiode was heel serieus, we dachten dat we aan een extreem duister stuk bezig waren. Maar toen we voor het eerst voor publiek speelden, begon dat na een paar seconde al te lachen, nog vóór ik iets had gedaan. Het publiek vertelt me in wat voor stuk ik sta.”

Regisseuse Deborah Warner: „Beckett was gek op vaudeville, als een oervorm van theater. Dat bijvoorbeeld telkenmale de opkomst van Willie wordt aangekondigd – tadá! – en dat hij steeds toch weer niet komt, is een typisch vaudeville-effect. Beckett speelt graag met zijn publiek, zijn teksten hebben de directe reacties van het publiek nodig. Daarom werkt Beckett op film ook niet. Het slaat dood. Je kunt overigens ook geen totaal nihilistisch toneelstuk maken, dat wist Beckett ook wel. Theater is een viering van het leven.”

Bij het repeteren aan het stuk raakte Warner zelf nogal gedeprimeerd. „Niet door Becketts wereldbeeld, maar omdat ik niet wist hoe ik het moest regisseren. Zo’n fragmentarische tekst kun je pas goed repeteren als je weet hoe het moet, en je weet pas hoe het moet als je gerepeteerd hebt. Beckett pest ook graag zijn regisseurs en acteurs. Ik bedoel, ik heb in mijn loopbaan honderden opkomsten en afgangen geregisseerd en de meest uitgekiende mise-en-scènes. En hier toont Beckett aan dat het allemaal vergeefse moeite was: hij zet een actrice vast in een berg puin (op zich al een aardige pesterij) en je hebt geen verdere bewegingen nodig.”

Shaw verzucht: „Soms denk ik wel: het is niet eens een toneelstuk, het is een installatie. Ik zou in een museum moeten zitten.”

Warner: „Het is de mens geplaatst in een wrede proefopstelling. Met extreme beproevingen test Beckett de buigzaamheid van de menselijke geest. ”

Winnie is niet alleen. Ze is getrouwd met Willie, die achter haar rug rondscharrelt en nauwelijks iets zegt. Het moet een ondankbare rol zijn voor acteur Tim Potter: nog geen honderd woorden tekst en nauwelijks zichtbaar voor het publiek. Winnie geeft Willie bezorgde bevelen en zij kwekt tegen hem aan. Willie neemt doorgaans niet de moeite om iets terug te zeggen. Het huwelijk wordt teruggebracht tot zijn essentie: de vrouw praat, de man bromt wat en gaat zijn eigen gang.

De scène na de pauze is essentieel. Winnie is inmiddels tot haar nek in het beton verdwenen. Willie is weg. Zonder Willie kan Winnie haar goedgemutste decorum niet langer ophouden. Ze begint te schreeuwen, een vreselijk verdriet dat van heel diep komt.

Warner: „Meer nog dan aan haar optimisme hangt Winnie aan het kleine beetje aandacht dat zij krijgt van Willie. Aandacht is een basisbehoefte in het leven.”

Winnie verbeeldt de condition humaine. Wij zitten muurvast – in huwelijk, gezin, werk, klasse, afkomst; kies zelf maar. Net als Winnie klampen we ons vast aan het decorum en we blijven geloven in een beter morgen.

Warner: „Naarmate we langer in New York staan, begrijp ik steeds beter waarom de voorstelling zo aanslaat bij New Yorkers. Dit gáát over hen. Ze werken zich dood en toch staan ze iedere ochtend op met het idee: vandaag ga ik het maken. Daar is heel Amerika op gebouwd. Ik denk dat Amerikanen zich beter herkennen in Winnies optimisme-tegen-de-klippen-op dan Europeanen. Ik verwacht dan ook dat jullie straks in Amsterdam minder hard gaan lachen dan de New Yorkers.”

In de laatste minuten van de voorstelling komt de doodgewaande Willie ineens toch opdagen. Winnie is verrukt. Wordt het toch nog een mooie dag.

Happy Days, aanstaande zaterdag en 1-2 juni in de Stadsschouwburg Amsterdam. Info www.hollandfestival.nl.