Gujjars willen tot een lagere kaste behoren

Als er uit de rellen dit weekeinde in de Indiase deelstad Rajasthan iets blijkt, dan is het wel dat het officieel afgeschafte kastenstelsel nog steeds belangrijk is.

Zeker 35 doden – dat is tot dusver de balans van het geweld tussen de politie en duizenden etnische Gujjars in de Indiase deelstaat Rajasthan.

Nog geen twee weken geleden werden de ziekenhuizen van de hoofdstad Jaipur overspoeld met slachtoffers van een serie dodelijke bomaanslagen in de oude binnenstad, uitgevoerd door moslimextremisten. Nu liggen er tientallen gewonden van het jongste kastengeweld in India. De ongeregeldheden begonnen vrijdag en ook zaterdag waren er heftige botsingen met de politie. Daarbij werd met scherp op de betogers geschoten.

De Gujjars, een stammenvolk dat zo’n 11 procent uitmaakt van de totale bevolking van Rajasthan, eisen een lagere status in de maatschappelijke hiërarchie. Dat hangt samen met het beleid van positieve discriminatie van de Indiase overheid. Degradatie als kaste zou voor de Gujjars betere toegang betekenen tot overheidsbanen, hoger onderwijs, gezondheidszorg en andere voorzieningen.

Het geweld in Rajasthan onderstreept hoe belangrijk kastenpolitiek in India nog is. Officieel is het kastenstelsel lang geleden afgeschaft. Maar kastenidentiteit is alleen maar belangrijker geworden. Zonder steun van grote groepen stemmers geen kans op politieke macht. Omgekeerd: zonder politieke macht geen cadeautjes voor de eigen kaste.

India’s beleid van positieve discriminatie is stevig verankerd in de grondwet (van 1950). Daarin wordt het ‘historisch onrecht’ gerepareerd dat de onaanraakbaren, de buitengestotenen, eeuwenlang is aangedaan. De dalits, in het ambtelijke jargon aangeduid als ‘Sheduled Castes’ en ‘Sheduled Tribes’, hebben recht op 22,5 procent van alle overheidsbanen en op 22,5 procent van de plekken op de (door de overheid gefinancierde) universiteiten en hogere onderwijsinstituten. Ook de Gujjars in Rajasthan willen nu de status van ‘Sheduled Tribe’.

Tussen de onderkant van ‘kastenlozen’ en de bovenste kaste van brahmanen zitten vele lagen van groepen die, afhankelijk van hun positie in de hiërarchie, ook werden en nog steeds worden gediscrimineerd. Ze hebben minder kans op de arbeidsmarkt dan anderen, ze volgen niet of nauwelijks onderwijs, blijkt uit de statistieken. Een door de regering benoemde commissie telde in 1980 meer dan 3.700 kastengroepen die als ‘achtergesteld’ beschouwd moeten worden – ruim vijftig procent van de bevolking.

Deze groepen worden aangeduid als ‘Other Backward Classes’. Sinds 1990 is voor hen een banenquotum van 27 procent gereserveerd in de Indiase ambtenarij. In april stemde het Hooggerechtshof in met het voornemen van de regering om de OBC’s, de ‘Andere Achtergestelde Klassen’ ook een quotum te geven van 27 procent in het universitair onderwijs: een nieuwe historische slag in hun emancipatie. De universiteiten moeten zich nu voorbereiden op een jaarlijkse toestroom (in fasen) van meer dan 600.000 extra studenten.

Een logische ontwikkeling, meent professor Sukhadeo Thorat, onderzoeker naar kastenverhouding, armoede en plattelandsontwikkeling. Hij is voorzitter van de University Grants Commission in Delhi, die toeziet op het hoger onderwijs in India en de financiering van de universiteiten regelt.

„Als mensen worden gediscrimineerd omdat ze tot een bepaalde groep of kaste behoren, is het de plicht van de overheid hen te beschermen. Om hen een gelijkwaardige kans op participatie in de samenleving te bieden. Daarover hoef je niet te discussiëren”, zegt professor Thorat. Hij heeft cynische opmerkingen (‘Het loont tegenwoordig om tot een lagere kaste te behoren’) over het uitdijende Indiase beleid van positieve discriminatie al zo vaak gehoord, dat hij er niet eens meer op in wil gaan.

Dat politici handelen uit opportunisme om zich te verzekeren van kastenstemmen, noemt hij een „absurd” verwijt. „Alles is politiek. Politiek gaat over belangen, mijn belang versus jouw belang. Natuurlijk is dat zo”, zegt hij. „Maar als een groep last heeft van discriminatie, ook zestig jaar na de onafhankelijkheid, heeft hij recht op bescherming van de staat.”

Toch waarschuwt ook het Hooggerechtshof in een recent vonnis voor de gevaren van een permanent quotasysteem. „In plaats van een harmonieuze samenleving op te bouwen waarin plaats is voor diversiteit, zullen we uitkomen op een verscheurde maatschappij waarin iedereen voor altijd wantrouwig staat tegenover de ander”, aldus de rechter.

„Die visie deel ik niet”, zegt professor Thorat. „Maatschappelijke ongelijkheid leidt tot spanningen, tot conflicten en verdeeldheid. Ontwikkeling en het overbruggen van ongelijkheid leiden tot integratie. ‘Reservering’ vermindert de kloof tussen groepen. Juist daardoor wordt integratie in de samenleving bevorderd.”

Blijft de de vraag waarom de Gujjars in Rajasthan de status van ‘Sheduled Tribe’ eisen, en niet langer ingedeeld willen worden bij de ‘Other Backward Classes’ met vergelijkbare quota. Het antwoord, zeggen deskundigen, vloeit opnieuw voort uit kastenpolitieke calculatie. Het gereserveerde quotum voor banen en nu ook voor hoger onderwijs voor de ‘Andere Achtergestelde Klassen’ moet in Rajasthan door meer groepen uit de middenlaag worden gedeeld, dan het quotum voor de dalits.

Om extra voorzieningen te krijgen, moeten de Gujjars daarom worden erkend als ‘Sheduled Tribe’. „We willen erkenning en iets anders is voor ons niet acceptabel”, zei kolonel Bainsla afgelopen weekeinde. „Deze keer zullen we geen millimeter toegeven”.