Gergjev in Nederland

De drie loepzuivere uitvoeringen van Ein deutsches Requiem van Brahms afgelopen weekeinde door het Rotterdams Philharmonisch Orkest waren niet het laatste optreden van de Russische dirigent Valery Gergjev in Nederland. Formeel was het een afscheid. Maar de Rus heeft aan twintig jaar gast- en chef-dirigentschap in Rotterdam ook een Nederlands paspoort overgehouden. Hij komt terug. Komende september zijn de dirigent en het Rotterdams Philharmonisch (RPhO) weer samen voor een Gergjev-festival.

Dat is geruststellend. Het is belangrijk dat Nederland aantrekkelijk blijft voor talenten als Gergjev. De combinatie van een prominent Rotterdams orkest en een Russische topdirigent laat zien dat de muziekculturen van beide landen verder reiken dan de zangers Hind en Dima Bilan, de Russische winnaar van het Europese songfestival.

In interviews heeft Gergjev laten blijken dat hij er niet zeker van is of de Nederlandse muziek wel op het huidige wereldniveau kan blijven. Daar is meer collectieve inspanning voor vereist. Gergjev heeft enig recht van spreken, gelet op de bestuurlijke problemen bij het RPhO waar hij lang mee is opgezadeld. Volgens hem moeten er sterke mannen komen. Zo niet, dan loopt de topkunst in Nederland gevaar.

Hier spreekt een kunstenaar uit Rusland, waar het heel normaal is dat een leider zonder aanzien des persoons orde op zaken kan stellen zodat de kunst kan floreren. Het byzantinisme dat daarbij komt kijken, is in Nederland onbekend. Maar het zou onverstandig zijn om de kern van Gergjevs waarschuwing in de wind te slaan.

Op korte termijn zijn er een paar gunstige ontwikkelingen. De Raad voor de Cultuur, het adviesorgaan van de regering, is meer dan vroeger geneigd om instellingen te beoordelen op bereikte resultaten in plaats van op hun toekomstplannen. Het gemeentebestuur van Rotterdam heeft, tegen de aanbevelingen van zijn adviesraad in, de subsidie voor zijn toporkest en voor het Gergjev-festival in stand gehouden. Maar ook particuliere donateurs zouden meer over de brug kunnen komen.

Toch is een goede muziekinfrastructuur niet slechts een kwestie van geld. Opleiding en vorming zijn belangrijk, niet alleen voor de musici maar ook voor het publiek. Te vaak moeten de Nederlandse toporkesten hun talenten voor veel geld uit het buitenland halen. Aan de Nederlandse conservatoria heerst een zesjescultuur. Goede musici worden door de bureaucratie weerhouden om daar te doceren. Juist topmusici moeten alert zijn op nieuw talent.

Gergjev zelf heeft andere dirigenten kansen gegeven door hen voor hem te laten invallen bij repetities en uitvoeringen. Zij zouden niet alleen moeten oefenen bij schoolconcerten, zoals veelal gebruikelijk is, maar ook bij artistiek veeleisender uitvoeringen. Daarmee wordt niet alleen het publiek uitgebreid, maar ook het reservoir aan talenten. Op het songfestival verliest Nederland altijd. Maar bij de klassieke muziek is dat nog niet het geval. Laat dat zo blijven.