Een subtiel sociaal drama

De Gouden Palm op het filmfestival van Cannes is onverwachts gewonnen door een docudrama over een ‘moeilijke school’.

De Franse regisseur Laurent Cantet, tweede van rechts, tussen zijn ‘acteurs’, leerlingen van een Franse middelbare school. Hij won voor ‘Entre les Murs’ de Gouden Palm Foto AP French director Laurent Cantet, second right, poses with students from a Paris junior high school, with the Palme d'Or for his film, "Entre Les Murs" during the awards ceremony at the 61st International film festival in Cannes, southern France, on Sunday, May 25, 2008. (AP Photo/Jeff Christensen) Associated Press

Peter de Bruijn

De verrassende winnaar van de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes is Entre les Murs (‘Tussen de muren’) van de Franse regisseur Laurent Cantet. Het is voor het eerst in 21 jaar dat een Franse film wint. De keuze voor dit docudrama over een leraar op een zwarte school is vooral verrassend omdat de film zo laat in het festival zat. In de verhitte discussies en speculaties over mogelijke winnaars speelde de film daarom nauwelijks een rol.

Het docudrama is pas op de laatste competitiedag van het festival vertoond, toen Cannes al grotendeels was leeggelopen. De perspremière vond zaterdag plaats voor een halfvolle zaal, die de film wel met een warm applaus beloonde.

Entre les Murs is gebaseerd op de gelijknamige roman van de voormalige leraar François Bégaudeau, die ook de hoofdrol speelt. Hij speelt/is een docent die niet gelooft in de harde hand, maar met grappen en overredingskracht zijn klas bij de les probeert te houden. Ook de leerlingen zijn allemaal amateurs. Ze zijn door regisseur Cantet langdurig gecoacht en spreken en bewegen onvoorstelbaar naturel en levendig voor de camera. De leerlingen treden bijna allemaal op onder hun eigen naam, net als leraar François.

Haast ongemerkt laat de film de machtsverschuivingen zien tussen de leraar en de leerlingen. Zonder enig didactisch moralisme komen veel hete hangijzers van de multiculturele samenleving voorbij: opvoeders die bij de ouderavond geen Frans blijken te spreken, leerlingen die zichzelf wel en niet als ‘Frans’ beschouwen, en de machocultuur van de straat.

Als de Frans-Afrikaanse Souleymane na een vechtpartijtje van school dreigt te worden gestuurd, staat François voor een dilemma: als de jongen weg moet, stuurt zijn vader hem misschien terug naar Afrika. Maar in hoeverre kan hij daar rekening mee houden? En is hij niet medeverantwoordelijk voor Souleymanes wangedrag? Het knappe van de film is dat niemand echt goed of slecht is - kinderen, ouders noch leraren.

Vervolg Cannes: pagina 9

Authentieke amateurs spelen hoofdrol op filmfestival van Cannes

Cantet maakte eerder veelgeprezen films als Vers le Sud, (2005) over blanke vrouwen op leeftijd die als sekstoeristen in een Afrikaans land verblijven, en L’Emploi du Temps (2001), over een man die verstrikt raakt in leugens als hij voor zijn familie probeert te verbergen dat hij werkloos is.

Veel minder verrassend is de Camera d’Or (de prijs voor de beste debuutfilm) voor de Britse beeldend kunstenaar Steve McQueen. Zijn buitengewone Hunger is vrijwel unaniem geprezen. De film is een intense studie naar de barre omstandigheden waaronder IRA-gevangenen leefden in de Maze-gevangenis, even buiten Belfast, begin jaren tachtig. De gevangenen gingen uiteindelijk in hongerstaking.

De prijs voor beste actrice is weer wel een verrassing. De winnares, Sandra Corveloni, is fantastisch in Linha de Passe van het Braziliaanse regieduo Walter Salles en Daniela Thomas. Ze speelt een alleenstaande moeder van vier zoons, die opnieuw zwanger raakt. Zo doorleefd en levensecht ziet de bezoeker het niet vaak in de bioscoop.

Dat geldt in mindere mate voor Benicio Del Toro, die de prijs voor beste acteur in ontvangst mocht nemen voor de titelrol in Che van Steven Soderbergh. Natuurlijk is het een tour de force; vierenhalf uur lang is Del Toro in elk beeld aanwezig. En hij heeft het charisma en het gezag om de guerrillastrijder Ernesto ‘Che’ Guevara te spelen. Maar een visie op Che als persoonlijkheid brengt Del Toro minder helder over.

De Grand Prix (informeel: de prijs voor de op-een-na-beste film) gaat naar de Italiaan Matteo Garrone voor Gomorra, een indringende ensemblefilm over de ijzeren greep van de onderwereld in het gebied rondom Napels. De film is gebaseerd op de faction-bestseller van journalist Roberto Saviano, die sinds de publicatie moet leven onder zware politiebewaking. Ook in Cannes werd de équipe van Gomorra zwaar bewaakt. Net als Entres les Murs is de film briljant gecast: met zeer geloofwaardige maffiatypes, die hun acteren deels in de gevangenis hebben geleerd.

Authenticiteit en geloofwaardigheid lijken belangrijke criteria te zijn geweest voor de jury, onder voorzitterschap van acteur Sean Penn. Hoewel, dat geldt juist weer minder voor de film die de Prix de jury kreeg (informeel: de derde prijs). Met inventiviteit en creativiteit, lol en lef heeft Paolo Sorrentino de prijs verdiend voor Il Divo. De film is een hoogst origineel en swingend portret van de omstreden Italiaanse staatsman Giulio Andreotti en blaast het even populaire als platgetreden genre van de biopic nieuw leven in. Sorrentino is een groot stilist, die alle registers tegelijk bespeelt: realisme, droom en satire.

Jammer – sterker nog: een misser – dat de jury Waltz with Bashir niet heeft beloond; de indrukwekkende animatiefilm van de Israëlische regisseur Ari Folman over de Israëlische inval in Libanon in 1982.

Maar die film komt er toch wel, na twee weken aandacht op het festival. Dat is het voordeel van vróeg in de competitie zitten.