Donorlanden zeggen hulp Birma toe

De internationale gemeenschap is bereid hulp te geven aan het door de cycloon Nargis getroffen Birma, op voorwaarde dat de militaire junta hulporganisaties onbelemmerde toegang geeft.

Dat bleek gisteren op een donorconferentie in de Zuid-Birmese stad Rangoon, waar 51 landen een bedrag van 50 miljoen dollar aan noodhulp toezegden.

Vorige week beloofde de Birmese leider Than Shwe, na een gesprek met VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon, buitenlandse hulpverleners in de getroffen Irrawaddy-delta toe te laten. Maar donorlanden, waaronder Nederland, zijn sceptisch over de Birmese toezegging. „Mijn oprechte hoop is dat ze hun belofte nakomen – we zullen zien”, zei Ban na afloop van de conferentie. De VN-chef gaat ervan uit dat de hulpoperatie ongeveer een half jaar zal duren.

De Birmese premier Thein Sein zei dat alle hulp welkom is zolang er geen voorwaarden of politieke eisen aan verbonden zijn. Zelf kwam hij gisteren wel met beperkingen voor de hulpverlening. Birma zal geen hulp accepteren die afkomstig is van militair materieel in de regio. Amerikaanse Britse en Fransen vliegdekschepen liggen al meer dan een week voor de Birmese kust met vele tonnen aan hulpgoederen. De Franse regering heeft besloten haar schip naar Thailand te sturen om de ongeveer 1.000 ton aan hulpgoederen over te dragen aan de Verenigde Naties.

Het Internationale Rode Kruis meldde vanmorgen dat zeker 1,5 miljoen mensen dringend behoefte hebben aan noodhulp. Slechts een kwart van de getroffenen in het gebied zou tot nu toe hulp hebben gehad.

Volgens de Birmese regering is de fase van de noodhulp voorbij. De regering schat dat 11 miljard dollar nodig is voor de wederopbouw. Volgens internationale experts is dit bedrag uit de lucht gegrepen. Veel landen willen meer geld geven op voorwaarde dat eigen, onafhankelijke experts een raming mogen maken van de schade.

De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Scot Marciel sprak zijn verontwaardiging uit over het besluit van de junta om een referendum over een wijziging van de grondwet (die de militaire macht moet versterken) gewoon door te laten gaan. Op 10 mei werd in het grootste deel van het land al gestemd, zaterdag konden de inwoners van het getroffen gebied hun stem uitbrengen. Volgens de regering is het referendum, geheel volgens verwachting, met ruim 92 procent van de stemmen aangenomen. (AP, Reuters)