De Radboud Universiteit, de luxe en de decadentie

Is een schaamlipcorrectie luxe of decadentie?

Ik kan maar twee plekken bedenken waar ze over zo’n kwestie een debat willen voeren, of een congres overwegen: de Tweede Kamer in Den Haag en de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Inzake de schaamlipcorrectie werd het initiatief genomen door Nijmegen. Ik herinner me nog de dagen dat in die stad het woord-alleen-al slechts onder het allerstrengste voorbehoud en dan nog in het bijzijn van een censor namens de bisschop van Den Bosch, mocht worden uitgesproken. Maar daarna zijn ze nog een poosje marxistisch geweest, en nu hadden ze vrijdag voor hun colloquium zelfs Wouke van Scherrenburg als dagvoorzitter gehuurd. Luxe lijkt me, want die komt niet voor niks. Maar decadent?

De show van vorige week draaide om Daniël Wigboldus, hoogleraar Sociale Psychologie. Niet voor niets werd hij voor de radio geïnterviewd door een verslaggever die, zoals het hoort in de journalistiek, deed alsof hij niets wist en vroeg: ‘Wat is decadent?’ Het bleef even stil in de ether. Toen zei Daniël: ‘Dat is een heel goede vraag! Omdat het zo moeilijk te definiëren is. Dat is ook de reden waarom wij er ruim achthonderd Nederlanders over hebben geënquêteerd.’

Ik moest denken aan het verhaal van twee agogen, die ook twee andragogen kunnen zijn geweest. ‘Hoe laat is het?’, vroeg de een. En de ander zei: ‘Wat denk je er zelf van?’ Alle sociale kennis in één notedop.

Wigboldus mocht de resultaten van het onderzoek in de aula presenteren, maar ik kon die dag niet, dus het blijft nog even gissen, want ik zag er ook niks over in het nieuws of op teletekst.

Wel vertelde de hoogleraar op de radio nog dat de enquête zelf moeilijk te interpreteren was geweest, omdat de ondervraagden er zo verschillend over dachten. Godzijdank was iemand op het idee gekomen om de antwoorden op te splitsen in vier menstypes: het bourgondische, het opportunistische, het tolerante en het calvinistische. Dus als je bijvoorbeeld vroeg of een salaris van 50.000 euro per maand kon, zei de opportunist: als ik ’t krijg wel, en de verdraagzame lag er niet van wakker. Met een bilverkleiningsoperatie had de Bourgondiër geen moeite, maar voor de aanhanger van Calvijn was het, net als een prik tegen polio, een ingreep die God nooit bedoeld had.

Maar waar eindigt de luxe (coma-zuipen, met vier achtereenvolgende maintenees vier keer per jaar met vakantie gaan en de vijfde keer ook nog met je eigen vrouw, je Rolls Royce inruilen als de asbak vol is), en waar begint de decadentie?

Ik had niet de indruk dat Wigboldus het antwoord paraat had, of dat het uit de onderzoeksresultaten helder naar voren was gekomen. Hij probeerde er nog even omheen te praten en toen de verslaggever aandrong kwam hij tot de volgende definitie: ‘Er is natuurlijk veel verwarring, ook veel grijs gebied tussen de twee, maar je zou kunnen zeggen dat we iets decadent noemen als het niet meer acceptabel is, als het verwerpelijk is geworden.’

Erst kommt das Fressen, und dann die Moral. Ik bedoel: het begint er mee dat je geen maat kunt houden, dan wordt het al gauw obesitas, je aanblik is voor de buurt onacceptabel om niet te zeggen verwerpelijk geworden en dan moet je kiezen: verhuizen of liposuctie. Altijd vervelend, het kost een paar centen, je had het kunnen voorkomen als je bijtijds was gaan matigen – maar kun je dat nou decadentie noemen?

Ik ben bang dat het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen aan nog eens 800, of voor de zekerheid misschien 8000 of desnoods 80.000 Nederlanders moet vragen of ze weten hoe laat het is.

Jan Blokker