Andere arbeidsmoraal

Schrijver Arnon Grunberg bericht vanuit Irak, waar hij enige tijd verblijft. Deel acht van een serie.

De eerste avond op Camp Taji stelt kapitein Geronimo voor dat ik met mensen ga praten.

Het spreekt vanzelf dat de mensen met wie ik praat door kapitein Geronimo zijn geselecteerd, maar dat betekent niet dat ze geen interessante dingen te vertellen hebben.

In een ietwat vervallen gebouw word ik in een vestibule tegenover luitenant Madden gezet. Een gezette en sympathieke jongeman die enige tijd als liaisonofficier op het hoofdkwartier van het nieuwe Irakese leger heeft gezeten.

De officieren hebben meestal enige opleiding genoten, daaronder begint de arbeidersklasse. Gevoelens voor of tegen het leger lijken hoe dan ook een klassenkwestie te zijn, zeker in Amerika, waarschijnlijk ook daarbuiten. Lippendienst aan pacifisme wordt vooral door de bourgeoisie bewezen.

Luitenant Madden heeft een uitstekende tijd gehad als liaisonofficier bij het Irakese leger dat ooit alles zal moeten doen wat het Amerikaanse leger nu doet.

„Wat viel je het meest op toen je daar op het hoofdkwartier zat?”

Luitenant Madden denkt na, dan zegt hij: „Op een gegeven moment was er een groot diner voor generaals en kolonels, maar bestek kwam niet op tafel. Ze aten met hun handen.”

Het wordt niet uitgesproken maar ik voel de twijfel: komt het goed met een leger dat met zijn handen eet?

„Het was verfrissend”, vult luitenant Madden aan.

„Speelt religie nog een grote rol in het Irakese leger?”

Luitenant Madden haalt zijn schouders op. Hij zegt: „Een collega van me is Joods en dat was geen enkel probleem. De Irakezen kwamen af en toe bij hem langs uit nieuwsgierigheid en om te horen hoe het nou precies zit met de Joden.”

Ik besluit dit onderwerp te laten rusten. We weten allemaal hoe het precies zit met de Joden.

„Wat zijn de grootste problemen van het Irakese leger?”

Luitenant Madden telt op: „Financiële problemen, logistieke problemen en ze houden er een andere arbeidsmoraal op na. Bijvoorbeeld middenin een vuurgevecht trok een Irakese eenheid zich terug omdat het lunchpauze was.”

„Ze gingen eten?”

„Ja”, zegt luitenant Madden nog altijd niet helemaal bijgekomen van de verbazing. „De andere kant schoot gewoon door, maar zij gingen lunchen.”

„Ze hadden honger”, concludeer ik.

„Zoiets is bij het Amerikaans leger ondenkbaar”, zegt luitenant Madden. „Wij lunchen niet middenin een gevecht.”

Er spreekt mildheid uit de stem en ogen van luitenant Madden. Waarschijnlijk denkt hij net als ik aan de boefjes van het Irakese leger die in het heetst van de strijd aan lunchpauze doen.