Wijnkelder voor een gezonde oude dag

Levensmiddelentechnoloog Jan Sleegers (66) was geen wijndrinker. Tot hij eind jaren negentig op een camping in Frankrijk stond en zag hoe de Fransen leefden: „Jeu de boule spelen, flesje wijn erbij.” Sleegers kreeg de smaak te pakken en liet een wijnkelder bouwen.

Ondanks dat u in het levensmiddelenvak zat bent u vrij laat aan uw wijnhobby begonnen?

„Voor mijn werk gingen we destijds wel eens uit eten, en bestelden we een flesje wijn. Een goed flesje wijn. Wijn had daardoor al vaag mijn belangstelling. Maar pas nadat ik van een oud-collega een abonnement op het blad Wijnkoers had gekregen, begon ik me erin te verdiepen en dronk ik thuis frequenter een glaasje. Toen ik met de vut ging, heb ik twee wijncursussen gevolgd op de Volksuniversiteit. Twee keer dezelfde cursus, overigens. De hele klas vond het zo gezellig, dat we het met zijn allen nog een keer hebben gedaan.”

U was helemaal verkocht?

„Bij de wijnbeurs haalde ik steeds vaker een doosje wijn. Eerst de lichtere wijnen, later de soorten die nog een jaar moesten liggen. Maar waar? Gelukkig had ik een kruipkelder van tachtig centimeter hoog. Op mijn knieën schoof ik die dozen erin. Op een gegeven moment had ik honderd dozen wijn in die kelder staan. Ik had een soort houten glijbaan gemaakt om ze te kunnen schuiven, erg handig was dat niet. Mijn vrouw kreeg ik al helemaal de kelder niet in. Ik dacht, wat nou als mij wat overkomt? Dan kunnen we er nooit meer bij.”

Een mooi excuus om een officiële wijnkelder te laten bouwen.

„Ik zag deze in een folder staan en ben met mijn vrouw bij mensen thuis gaan kijken. Ze graven een rond gat in de grond van drie meter diep, waar ze een kunststof zak in doen. Daar bouwen ze de kelder in met losse elementen waar de flessen op liggen. Het grondwater was bij die mensen alleen wat hoog, waardoor die zak ging drijven als een schip. Maar dat hebben ze op kunnen lossen.”

Dus ze mochten aan de slag bij u?

„De kelder zou bij ons in de hal komen, alleen was het nog spannend omdat de nieuwe kelder dwars door de kruipkelder heen moest. Maar het is prachtig geworden. Bovenop ligt een glazen plaat.”

Bij binnenkomst kan uw bezoek de collectie direct zien?

„’s Avonds wel, dan doe ik daar de verlichting aan. Ledverlichting, anders wordt het te warm voor de wijn.”

En wat koste deze kelder?

„Je kan er een goede middenklasse auto van kopen van tussen de 25.000 en 30.000 euro. Maar het is zo mooi. Wij wonen in de grensstreek met België en daar zeggen ze: ‘een Nederlandse wijnkenner heeft een wijnencyclopedie, een Belgische wijnkenner een wijnkelder.”

U voelt u zich met uw wijnkelder nu ook meer Belg dan Nederlander?

„Ja en dat voelt een stuk beter. Met deze investering zijn mijn vrouw en ik trouwens wel van plan om oud te worden. Daar helpt wijn bij. Die drank is bijzonder goed voor je bloedvaten.”

Willemijn van Benthem