Van Iowa naar Iowa

Barack Obama heeft de Democratische nominatie binnen handbereik. Maar mede door de Clintons is hij alsnog de zwarte kandidaat geworden die hij nooit wilde zijn. „Mijn leden zijn geen racisten. Maar als ze die foto met die tulband zien, denken ze: ho.”

11 februari 2008

White Marsh, Maryland

Het duurt een paar dagen voordat duidelijk wordt dat Super Tuesday is uitgelopen op een ramp voor Hillary Clinton. De media en de kandidaten houden het er in eerste instantie op dat die dag, toen Democraten in twintig staten hun stem uitbrachten, onbeslist is geëindigd. Met nog 26 voorrondes te gaan lijkt nu wel vast te staan dat dit gevecht nog maanden zal duren.

Wie op campagnereizen klaagt over vermoeidheid krijgt een verveelde blik. Iederéén is moe – kandidaten, volgers, voorlichters, veiligheidsmensen – en de onderlinge oplossing is dat we er niet over praten. Ander onderwerp, graag.

Hier in Maryland – waar Clinton een autofabriek van General Motors bezoekt – is trouwens genoeg reden om extra op te letten. Op papier is Maryland een Clinton-staat. De vakbonden steunen er Clinton. De senatoren steunen Clinton. De gouverneur steunt Clinton.

Maar ter plaatse blijkt dat het bezoek van Clinton slecht is voorbereid. Werknemers van de zwaar gesubsidieerde fabriek, waar een milieuvriendelijke SUV wordt ontwikkeld, vertellen dat er ontslagen in de lucht hangen. Niet het verhaal waar een kandidaat mee geïdentificeerd wil worden.

Het tekent de zwakke organisatie van de Clinton-campagne in de staat, vertelt verslaggever John Fritze van The Baltimore Sun. Obama heeft Maryland de laatste weken overspoeld met aandacht, de Clinton-campagne was vrijwel afwezig. Het leek ze niets te interesseren, zegt Fritze. Nu is het te laat. „Clinton wordt verpletterd”, zegt hij over de voorverkiezingen, die morgen zijn.

Beetje bij beetje lekt die dagen uit dat het team van Clinton er vanuit ging dat Hillary de nominatie op Super Tuesday zeker zou stellen. Nu dat niet is gebeurd, is de fameuze Clinton-machine volledig stilgevallen. De medewerkers zijn ontredderd: er is geen planning, en geen plan.

Clinton heeft zelf vijf miljoen dollar bij moeten passen om haar campagne draaiende te houden. Campagneleider Patti Solis Doyle is op straat gezet. En afgelopen weekeinde heeft Obama haar al in vier staten forse nederlagen toegebracht, waarmee voor het eerst het patroon is doorbroken dat de strijd tot nu toe kenmerkt: zodra één kandidaat de overhand krijgt, kiezen Democraten de andere.

12 februari 2008

Washington, DC

Obama grijpt zijn kans. Zijn campagneorganisatie, met een recordaantal medewerkers en ongebruikelijk grote aanwezigheid op internet, maakt niet alleen in Maryland gebruik van Clintons afwezigheid. Ook in de hoofdstad Washington en de staat Virginia, waar vandaag eveneens verkiezingen zijn, beantwoordt hij Clintons desorganisatie met massale activiteiten. Washington is behangen met Obama-borden.

En zo wordt op 12 februari 2008, een week na Super Tuesday, de strijd om de Democratische nominatie alsnog beslist. Obama vermorzelt zijn opponent. In Maryland wordt het 60 om 37 procent, Virginia 64 om 35, de hoofdstad Washington 74 om 24 procent.

Het geluk voor Clinton is dat op verkiezingsavond de cijfers over afgevaardigden nog niet beschikbaar zijn. Pas een paar dagen later blijkt dat Obama in de week na Super Tuesday zijn voorsprong met maar liefst honderd afgevaardigden heeft vergroot – en kenners weten dat hij nu, door het systeem van proportionele vertegenwoordiging dat de Democraten hanteren, bijna niet meer in te halen is.

Clinton gebruikt een Amerikaanse klassieker om zich weer op de kaart te zetten: het tweede leven. Ze benoemt een andere campagneleider, ze heeft geleerd van haar fouten, ze is vol vertrouwen. Maar de weken erna zal blijken dat ze de analyse van de kenners accepteert: alleen als ze de supergedelegeerden, 800 partijbonzen met stemrecht op de conventie, weet te overtuigen dat Obama in het najaar kansloos is, heeft ze nog een kans op de nominatie.

Zij zal kortom moeten bewijzen dat Obama te zwak is. Te onervaren, te onbetekenend. Te zwart. Zelf geeft ze die dag de aftrap. Ze reist naar Texas, betreedt op prime time het podium, en noemt hem, naar een oud Texaans gezegde, een praatjesmaker. ,,All hat, and no cattle.’’

25 februari 2008

Youngstown, Ohio

Het vakbondskantoor van de Teamsters in Youngstown, Ohio, staat aan zo’n straatje dat uitkijkt op rokende fabriekspijpen, roestende treinstellen en lege productiehallen. In Ohio zijn de laatste twee verkiezingen beslist. Dit is het deel van Amerika waar het openbare leven een stille dood sterft door de vrijhandel met China en Latijns-Amerika.

De wereld is te groot geworden voor de inwoners. „Ohio owned, Ohio proud”, heeft de lokale drogist op een bord voor het raam geschreven. Het heimwee naar de jaren negentig is enorm: Bill was de baas, het loon steeg, en niemand hoefde naar de oorlog.

Sinds de zuidelijke populist John Edwards uit de race stapte proberen zowel Hillary als Obama de kiezers van Edwards – laaggeschoolde blanke arbeiders – aan zich te binden. In eerste instantie won Obama die slag, in Maryland en Virginia. Nu is Clinton aan de winnende hand.

In Youngstown treedt ze op met de bokser Kelly Pavlik. Een lokale held sinds hij een jaar geleden, na eerst te zijn neergeslagen, de nationale bokstitel in het middelgewicht veroverde. Obama’s thema’s – Hoop, Verandering – zijn voor de aanhangers van Pavlik vage praatjes van een studeerkamergeleerde.

Bovendien is er nog altijd een ondergrondse campagne tegen hem gaande. Net vanochtend heeft een populaire website een foto van Obama in Afrikaanse klederdracht gepubliceerd, genomen tijdens een dienstreis: witte jurk, tulband op het hoofd. De site meldt dat de foto is gelekt door een medewerker van Clinton.

Op het kantoor van de Teamsters schudt Charlie Byrnes het hoofd. Zijn baas, James P. Hoffa, heeft vorige week besloten dat zijn bond dit jaar officieel achter Obama gaat staan. En Byrnes benadrukt dat hij het er volledig mee eens is. Ze hebben veel Reagan Democraten als lid, en dat zijn mannen die willen dat hun president samenwerkt met de andere partij.

Hij strijkt door zijn geföhnde kuif, hij trommelt op zijn bierbuik. „Mijn leden zijn geen racisten. Maar als ze die foto met die tulband zien, denken ze: ho.” Dus Clinton doet er slim aan dit soort materiaal te verspreiden? „O, dit werkt enorm hier. Ze verslaat hem dik.” En in het najaar stemmen de leden McCain? „Ik ben er bang voor.”

4 maart 2008

Austin, Texas

Bob en Jo-Anne Wheeler hebben pijn aan hun voeten. Drie maanden geleden zijn ze voor Obama een nieuw leven begonnen – maar oude kwalen blijven: als je te lang langs de deuren gaat krijg je blaren, en als je die een paar dagen negeert kun je ineens niet meer lopen.

Boven een kopje groene thee vertellen ze in het Sheraton Hotel van Austin waarom ze eind vorig jaar besloten dat alles moest wijken voor hun nieuwe held. Bob gaf zijn miljonairssalaris in de financiële wereld van New York op, en Jo-Anne moest een nog grotere horde nemen: Hillary verlaten, de vrouw voor wie zich ze sinds 2000, toen zij campagne voerde voor de Senaat, uit de naad had gewerkt.

Hun onbegrensde liefde voor Obama ontstond toen ze op een zaterdagavond, de kinderen sliepen eindelijk, vermoeid langs de kanalen zapten. Obama’s speech over eenheid en verzoening ging over hén – hij blank, zij latina – en, meer nog, over hun kinderen. De volgende ochtend stond vast dat ze hem moesten helpen. Een groot risico was het niet. Bob Wheeler had net zijn eindejaarsbonus binnen, en als hij daarmee twee Porsches zou kopen was er nog genoeg van de bonus over om de rest van het jaar vakantie te vieren.

Texas is hun tiende staat, en ze zijn vastbesloten te blijven vechten totdat Hillary het opgeeft, ook al zal dat niet snel gebeuren. „Zij begrijpt wel dat ze al verloren heeft”, zegt Jo-Anne. „Maar Bill niet. Bill wil door.” Uit ervaring weet ze dat in de wereld van de Clintons winnen boven alles gaat. De foto van Obama in Afrikaanse klederdracht is nog maar het begin, zegt ze.

Als Spaanstalige heeft de Obama-campagne haar verzocht zich in Texas op de latino’s te concentreren. Hispanic outreach, in campagnetermen. Zodoende zaten ze de laatste weken in het zuiden, ze zijn pessimistisch teruggekomen. „De Clintons brengen zéér effectief over dat Bill erbij zal zijn als Hillary president is”, zegt ze. In folders loopt hij op de gang terwijl zij achter haar bureau zit.

En ze is somber over het openlijke racisme onder latino’s. „Als ik mensen vroeg waarom ze niet op Barack stemmen, zeiden ze alleen: ‘Moreno’.” Moreno is Spaans voor kleurling.

Toen ze in 2000 meewerkte in Hillary’s campagne, heeft ze geleerd hoe de Clintons onderbuikgevoelens bespelen. Het laatste televisiespotje van Hillary, waarin ze zich voordoet als de enige kandidaat die om drie uur ’s nachts klaar is om te beslissen over leven en dood, is er een voortreffelijk voorbeeld van. Obama reageerde met een spotje waarin hij zijn beoordelingsvermogen benadrukt – hij voorzag dat de invasie van Irak zou mislukken – maar dat bevestigt mensen alleen in hun aarzeling over hem. „Barack is erin getrapt. Als het om terreur gaat willen ze iemand die optreedt, niet iemand die nadenkt.”

18 april 2008

Allentown, Pennsylvania

Het zijn zware weken geweest voor Obama. De nederlagen in Ohio en Texas op 5 maart hebben zijn kansen op de nominatie nauwelijks aangetast, zeker omdat hij daarna won in Wyoming en Mississippi. Neen, het echte probleem was zijn huwelijk.

Nadat videoclips van zijn ex-dominee Jeremiah Wright uitlekten – ‘God damn America’ – moet Obama afstand nemen van hem, en dat ligt volgens insiders erg gevoelig bij zijn echtgenote Michelle. Anders dan Obama, geboren in Hawaii en opgegroeid in Indonesië, woont zij haar hele leven al in Chicago, en de kerk van Wright is een onderdeel van haar identiteit geworden.

Als Obama in Philadelphia de ideeën van Wright afkeurt en zijn ressentiment tegen blanken een logisch resultaat van het verleden noemt, wordt Michelle huilend in de gang gesignaleerd. De speech krijgt een goede ontvangst, maar aanhangers van Clinton zullen, net als FoxNews, blijven hameren op één element: heeft Obama, zoals hij zegt, in de twintig jaar dat hij de kerk bezocht nooit kennis genomen van de radicale ideeën van Wright?

En de campagne van Clinton trekt nu openlijk in twijfel dat Obama in november cruciale ‘swing states’ kan winnen. Hij reageert met een bezoek aan een bowlingbaan in Pennsylvania, centrum van vertier voor de gewone man, maar valt door de mand als de meeste van zijn ballen in het gootje naast de kegelbaan belanden.

De raciale kwestie is in zijn hoofd gaan zitten, signaleert de (zwarte) columnist Bob Herbert in The New York Times. Hij schrijft erover nadat een nieuwe affaire is ontstaan na opmerkingen die Obama achter gesloten deuren maakte op een bijeenkomst met rijke donoren in San Francisco.

Een van de miljonairs vraagt Obama waarom hij niet wint in staten die worden gedomineerd door laaggeschoolde blanken? Obama zegt dat deze kiezers bitter zijn over hun krimpende kansen en zich liever „vastklampen” aan wapens en religie. Een sociaaldemocratische analyse die in de VS voor elitair doorgaat, en Obama weet niet hoe snel hij moet verklaren dat hij zijn woorden onzorgvuldig gekozen heeft. Maar Herbert analyseert dat hij nu eenmaal niet het echte antwoord kon geven – omdat hij dan de Clintons gelijk zou geven: „Een heleboel mensen steunen me niet omdat ik zwart ben.”

‘Bittergate’ breekt tien dagen voor de voorverkiezingen in Pennsylvania uit, juist op een moment dat hij in de staat een sterke comeback in de peilingen doormaakt. Clinton is er als de kippen bij om voor het oog van de camera de kroeg in te duiken en een pul bier te bestellen. Ze zegt dat Obama „elitair” is en „het contact heeft verloren” met de gewone man. Hij kan niet eens bowlen.

2 mei 2008

Kokomo, Indiana

Obama heeft besloten dat hij zijn fouten niet zal herhalen. Op de avond dat zijn nederlaag in Pennsylvania bekend wordt – het verschil is negen procentpunt, alweer te weinig voor Clinton – treedt Obama in Indiana op aan de zijde van blanke rocker John Mellencamp. Zijn zoete hit Our Country is voor veel Amerikanen een tweede volkslied.

In het dunbevolkte Indiana, land van eindeloze akkers, hangt niet de wanhoop van Ohio en Pennsylvania. En een kwart van de staat ontvangt bovendien televisiezenders uit Chicago, waar Obama al tien jaar wordt behandeld als een rijzende ster, dus Obama’s kansen zijn hier beter.

Totdat Jeremiah Wright zijn gezicht weer laat zien. Hij herhaalt in openbare optredens zijn controversiële opvattingen, bijvoorbeeld dat Aids een complot is van de regering om het zwarte ras uit te roeien. En overigens zou hijzelf geen onaardige vicepresident zijn.

Eerste peilingen wijzen uit dat Obama nu mogelijk de komende voorverkiezingen in Indiana en zelfs North Carolina verliest, in welk geval supergedelegeerden alsnog massaal de overstap naar Clinton kunnen maken. Obama breekt rigoureus met Wright, de man die zijn huwelijk inzegende en zijn kinderen doopte, en Michelle Obama vertelt nu in interviews wel dat ze het er mee eens is. Zo weet Obama het probleem als een volleerde politicus in te perken, al blijft onzeker hoe nadelig de dominee in het najaar zal zijn.

Nu al heeft hij overal in het land kleinschalige pogingen tot verzoening verpest die waren ontstaan na Obama’s succes. In Kokomo, een uur rijden ten noorden van hoofdstad Indianapolis, vertelt Dave Hart, een zwarte predikant, dat hij er dankzij Obama de laatste maanden in slaagde meer blanken bij zijn kerkje te betrekken.

Kokomo heeft een ongemakkelijk verleden – tachtig jaar geleden werd er de grootste Ku Klux Klan-bijeenkomst ooit gehouden. En hoewel Hart naar eigen zeggen gemakkelijk contact met blanken legt, bleef er altijd een groep, hij schat zo’n twintig procent van de bevolking, die elke toenadering uit de weg ging. Juist die mensen ontdooiden de laatste maanden. Volgens hem valt het wel mee met het racisme in de VS. „Het is vooral angst.” Maar toen hij die week op televisie het wederoptreden van Jeremiah Wright zag, had hij moeite zich te beheersen. „Zo destructief. Barack kan helemaal opnieuw beginnen. En ik ook.”

20 mei 2008

Washington, DC

Zo strompelt Obama naar de finish. Omdat de peilingen veel slechtere uitslagen voorspelden, worden zijn kleine nederlaag in Indiana en ruime zege in North Carolina op 5 mei uitgelegd als grote zege. En wat de week na Super Tuesday al vaststond, verandert ook vandaag niet door de verkiezingen in Kentucky en Oregon: met nog drie voorrondes te gaan, komt nu ook formeel vast te staan dat Obama een meerderheid van de gedelegeerden heeft gewonnen.

En het is logisch dat Obama daarom terugkeert naar Iowa, de staat waar zijn zegetocht in januari begon. Een staat waar bovendien 98 procent van de bevolking blank is, en waar zijn huidskleur nooit een rol speelde.

Dat was de Barack Obama zoals hij zichzelf graag ziet. Een zwarte man die zijn identiteit niet aan zijn huidskleur ontleent; een man die gelooft in eenheid en verzoening. Maar door vijf maanden strijd met Hillary Clinton is hij nu een andere Barack Obama. Een zwarte man die zich volgens circa de helft van de kiezers te lang vereenzelvigde met mensen die hun identiteit aan hun huidskleur ontlenen – zodat de vraag is of hij zijn belofte van eenheid en verzoening kan waarmaken.

Het eerste deel van het campagnedagboek verscheen op 9 februari. www.nrc.nl/vs