Trendy tweedehands

Ze stammen uit de jaren tachtig. Ze hebben nog het imago van geitenwollen sokken. Maar sommige kringloopwinkels zijn tegenwoordig net zo modieus als IKEA. „Men noemt ons commercieel.”

Op het bord van de makelaar in de voortuin van de familie Kerssens zit een sticker: verkocht! Alles staat klaar in het gangetje van de doorzonwoning in een rustige wijk van Krommenie, als ‘de jongens’ van kringloopbedrijf Het Goed hun bestelbus voorrijden. Een Engelse kinderwagen en wat spelletjes: ganzenbord, mens-erger-je-niet. „We gaan kleiner wonen”, verklaart mijnheer Kerssens. Hij geeft zijn spullen graag een tweede kans. Daarbij denken hij en zijn vrouw eerst aan de kringloopwinkel: „Handig dat ze het komen halen.”

Kringloopwinkels, zijn dat niet van die donkere, muffe loodsen waar streekromans, blokfluiten en salontafels tot aan het plafond liggen opgestapeld? „Ze hebben inderdaad geen sexy imago”, zegt Bob Crébas, oprichter van Het Goed, de grootste kringloopwinkelketen in Nederland.

Dat het anders kan, bewees hij door samen met zijn vrouw en drie voormalige kopstukken uit de stylistenstal van Ikea de huisstijl voor Het Goed te ontwerpen. In de vestiging in Zaandam wisselen de kleuren Zoentje, Kans en Betovering elkaar ton sur ton af op de wanden. De grote, witte lampen komen van de buren: Loods 5, een hippe designwinkel. Er staan leestafels van onbehandeld steigerhout in de uitgestrekte boekenhoek en er is een koffiecorner, waar de klant die kocht, kan bijkomen met gratis koffie.

De winkel is groot als een Makro (2.000 vierkante meter), schoon als een ziekenhuis, en trendy als IKEA. Frans Schrijver (44), een van de twee directeuren van Het Goed: „Wij bieden dezelfde spullen aan als andere kringloopwinkels. Maar als je drie oude kasten naast elkaar hebt staan, dan kun je ze misschien voor 20 euro per stuk verkopen. Bij ons zetten we er een tegen een paarse muur, en dan kan je 50 euro vragen.”

In de kledingcorner hangt rok bij rok, broek bij broek. Er hangt niet te veel zodat persoonlijke smaak en maat snel te vinden zijn. Schrijver: „In die kringloopwinkels oude stijl zie je de salontafels op elkaar gestapeld. Maar hoe wil je die onderste ooit verkopen?”

De balie is zo groot dat je er een Smart in zou kunnen parkeren en neemt een strategische plek in het midden van de ruimte in. Hier wordt de klant op het einde van zijn ‘avontuurlijke winkelervaring’ nog eenmaal in verleiding gebracht. Onder de balie, goed in het zicht, schitteren de pronkstukken onder zachtgeel licht in een vitrine. Wat vazen, wat kandelaars, een gave set antieke, delftsblauwe kopjes. De baliemedewerkster vist er een porseleinen Mariabeeldje uit. De klant, met strakke gebloemde blouse en designbril, twijfelt. Het Mariabeeldje kost 14,50 euro, net geen ‘meeneemprijs’.

Annelies Verbrugge (28), art director, wil afrekenen. Ze is blij, want voor een televisieserie voor peuters heeft ze een extra grote maat paraplu nodig, en die vond ze vandaag bij Het Goed. Ze komt hier, maar ook bij andere kringloopwinkels. Dat zoeken en vinden van oude spullen prikkelt haar fantasie: „Ik zie een schaal die ik leuk vind, maak er een gat in, een draad erdoor en hup, ik heb een leuke lamp. Dat doe ik niet met iets nieuws.” Het huidige succes van die winkels is volgens haar te danken aan de interieurbladen die een trend laten zien van retro en zelf knutselen.

Verbrugge komt graag in Het Goed, maar heeft wel het idee dat de huisstijl de prijs opdrijft: „Ik kocht hier laatst een prachtige Chinese vaas. Dertig euro. Maar ja, ik moest en zou hem hebben. Toch dacht ik: het blijven wel spullen die ze gratis gekregen hebben.” Schrijver: „Natuurlijk is onze winstmarge bij zo’n mooie oude vaas groter. Dat is nou net zo’n ding waarmee wij dat verschil kunnen maken en kunnen groeien.”

Terwijl de klant denkt dat kringloopwinkels er speciaal voor de mens met de kleine beurs zijn, richt Het Goed zich vooral op modaal en bovenmodaal. Schrijver: „Men noemt ons commercieel. Dat zijn we ook.”

Commercieel? Maar wat onderscheidt een kringloopwinkel dan nog van een vintagekledingzaak, een antiquair of de rommelmarkt? Antwoord: de goede doelen. Goed Zooi, een van de eerste kringloopwinkels in Nederland, wilde volgens het bedrijfsplan „arbeidsplaatsen scheppen door middel van serieuze bedrijfsvoering én daarmee inspelen op de toenemende grondstoffenschaarste, het afvalprobleem en het verminderde te besteden bedrag per hoofd van de bevolking”. Het bedrijfsplan stamt uit 1982. Een jaar voordat Nederland een recordaantal van 639.000 werklozen telde.

Ook de oprichters van Goed Zooi, Bob Crébas en zijn vrouw Carla, zijn in 1982 werkloos. Het is op een avond in Welzijnscentrum Paspartoe in Emmeloord dat het idee voor een kringloopwinkel wordt geboren. Crébas: „Voor ons was Abbé Pierre het grote voorbeeld. Die was in Frankrijk al jaren succesvol met zijn Emmausketen. Van de opbrengst van tweedehandsspullen hielp hij daklozen. En we maakten ons zorgen om het milieu.”

Vijftien Emmeloordse werklozen banjeren een week later het gemeentehuis binnen met een plan. Niet lang daarna kan Goed Zooi (rotzooi is niet slecht maar goed) beginnen. Met behoud van uitkering mogen Bob, Carla en dertien anderen aan de slag.

Crébas: „Pioniers waren we, gewapend met jeugd en idealen en verder niets.” Spullen worden opgeslagen in een schuurtje, achterin de tuin bij Pietje. „Je zag in die tijd overal kringloopwinkels opduiken, typisch een jaren 80-fenomeen”, zegt Crébas. Wat begon als een kleinschalig werkgelegenheidsproject, is inmiddels uitgegroeid tot een keten met zeventien vestigingen: Het Goed.

Kleinschalige, platte bedrijfsstructuren die in de jaren tachtig ontstonden vanuit activistische burgerinitiatieven, groeiden uit tot succesvolle soms zelfs mondiale ketens. Een non-gouvernementele organisatie als Oxfam Novib is daarvan een voorbeeld, maar ook commerciële bedrijven als The Body Shop of het ijsmerk Ben en Jerry’s. Veel van die initiatieven hadden dezelfde opstartproblemen, zoals een te platte organisatie. Crébas: „We waren veel tijd kwijt aan meningsverschillen. De een vond dat er geen babyboxen verkocht moeten worden, want kinderen horen niet achter tralies. Een ander vond dat kooien, vissenkommen en hengels niet konden.” Uiteindelijk kwamen alleen bont en porno er echt niet in.

Het idealisme was niet altijd een voordeel. Want wie wil groeien wordt gedwongen commerciëler te denken. En commercie was toen bijna een vies woord. Crébas: „Gelukkig waren wij pragmatisch: waarom zou je folders van kringlooppapier uitdelen om te vertellen dat je het milieu wilt helpen door hergebruik van een tweedehands bank? Je kunt beter laten zien hoe mooi die bank is en hoe lekker die zit.” En ondanks hun lange haren en activisme – tegen de bom en voor abortus – richtten de werknemers van Goed Zooi zich vooral op CDA-publiek. Crébas: „De plaatselijke bevolking, dus de klant, bestond voor het grootste deel uit CDA-mensen en die waren netjes, dus waren onze spullen brandschoon en hadden we strakke openingstijden.”

Bob Crébas en partners hebben het ver geschopt. Hun Marktplaats.nl, dé digitale kringloopwinkel van Nederland, werd twee jaar geleden voor 225 miljoen euro verkocht aan eBay. Crébas: „Toen we Marktplaats begonnen knokten wij met De Telegraaf. We wilden concurreren met al die advertenties waarin mensen oude spullen te koop aanboden.” Schrijver beaamt dat Marktplaats.nl concurreert met kringloopwinkels: „Je kunt natuurlijk alles krijgen bij Marktplaats. Dat voelen we wél.”

Koopt men nu liever bij Het Goed vanwege het goede doel? Schrijver denkt van niet: „Wij willen een klant niet lastigvallen met dat verhaal van hergebruik. Men vindt dat al snel geitenharensokken gepraat.” Crébas: „Je ziet dat biologische eetwaar ook steeds populairder wordt. Niet omdat men milieubewuster is, maar omdat de producten lekkerder geworden zijn. Zo werkt dat bij ons ook: hoe meer gebruikte banken je verkoopt, hoe beter dat is voor het milieu. Dus moet je bezig zijn met de vraag: hoe verkoop ik zo veel mogelijk banken?”

Bij Het Goed kunnen bont en porno nog steeds niet. Verder is er van dat stoffige jaren tachtig sfeertje weinig meer over. Professionalisering zet door. Schrijver: „Onze strakke huisstijl zie je ook terug in de verantwoording. Alles wordt vertaald in cijfers. Nu willen we ook weten hoeveel bomen wij vorig jaar gespaard hebben.” TNO rekent op dit moment uit van hoeveel CO2-uitstoot het milieu verschoond blijft dankzij de ruim 200 kringloopbedrijven in Nederland.

Maar hoe zit het met dat andere goede doel: het scheppen van werkgelegenheid? Traditiegetrouw werken de meeste kringloopbedrijven met ‘mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt’. Uit principe én omdat het niet anders kan. Want hoe de kringloopwinkel zijn artikelen ook prijst, het blijft er goedkoop. De winstmarge is klein, de arbeidsintensiviteit hoog. Daarom is het, zelfs bij Het Goed, niet mogelijk om elke werknemer ‘gewone’ loondienst te bieden. Dus werken er veel vrijwilligers en mensen op gesubsidieerde arbeidsplaatsen.

Zou je je omzet niet verhogen als je frisse, jonge mensen van niveau achter een steigerhouten balie zet? Schrijver: „Ja, maar dit land stopt al veel te veel mensen weg achter de geraniums.”

Het is een van de speerpunten van de branche om mensen met een gesubsidieerde arbeidsplaats te laten doorstromen naar ‘gewone loondienst’. Dus als ze elders een vaste baan kunnen krijgen, ben je hen kwijt. Daarmee lekt ook expertise weg. Het mooiste is om deze mensen een vaste baan te kunnen bieden.

Jan Wiggerts (45) deed de pabo, maar op de lagere school „lukte het niet”. Jan met zijn schichtige, intelligente ogen is geen leraar. Na een lange geschiedenis van werkloosheid runt hij nu al ruim tien jaar de boekenafdeling bij Het Goed in Zaandam. Achter in het magazijn zit hij, half verscholen achter stapels boeken, als een slotbewaarder achter de torens van zijn fort. „Ik ben een boekenman, compleet met baard en bril. Eigenlijk wil ik een vest dragen, met van die knopen, maar dan ben ik helemaal zo’n rolmodel.”

Jan kwam hier ooit op een Melkert-baan binnen, maar is inmiddels „zielsgelukkig” in vaste dienst. „Kijk wat ik vorige week vond.” Hij wijst naar de sortering fotoboeken van Marilyn Monroe, beduimeld en als nieuw, maar allemaal met die zuigende gloed.

In de loop der tijd is Jan een vakman geworden. Welke schrijvers zijn in, en welke boeken leest toch niemand? Is het boek zeldzaam en mag het in de vitrine? Of moet het naar een museum? Hoe prijs je? Niet te goedkoop, anders komt er een handelaar die met jouw inboedel zijn eigen winkel vult. Maar ook niet te duur, want dan wil niemand het. Van heinde en verre betrekt Jan zijn klanten. Particulieren, handelaren, antiquariaten en er komt soms een uitgever. Jans expertise groeit en de klant is tevreden. Jan wil nooit meer ergens anders werken. Ziet zijn toekomst er rooskleurig uit? Schrijver: “Een Rolex zelf is niet interessant. Maar het verhaal achter de Rolex wel. Zo lang mensen die nostalgie waarderen, blijft de kringloopwinkel bestaan.”

Bob Crébas schreef een autobiografie. Titel: Iedere dag vrij