‘Topsporter moet risico’s durven nemen’

De olympisch kampioen van ’92 op de 800 meter wil vooral „gewoon Ellen van Langen zijn”. De oud-atlete is wedstrijdorganisator van de FBK Games die vandaag in Hengelo plaatsvinden.

Er gaat geen week voorbij of Ellen van Langen wordt aangesproken op haar olympische titel. En toch is het al weer zestien jaar geleden dat ze in Barcelona de gouden medaille op de 800 meter won. Wat beklijft, is het moment waarop Van Langen wankelend van vermoeidheid en met uitpuilende ogen over de finish komt. De foto van dat tafereel is historisch. Hoe trots de oud-atlete ook op die prestatie is, ze wil er niet dagelijks aan herinnerd worden. „Omdat ik ook gewoon Ellen van Langen wil zijn.”

Nee, je hoort haar niet klagen, dat klinkt zo verwend. Maar Van Langen zou willen dat mensen haar minder vaak met die olympische titel vereenzelvigen. Ze is een normale Hollandse vrouw, die zich al snel ongemakkelijk voelt als in gezelschap de aandacht naar haar uitgaat. „Begrijp me goed, ik vind het leuk dat ik op straat nog steeds word gefeliciteerd, maar het komt ook voor dat mensen in mijn nabijheid, bijvoorbeeld tijdens een vliegreis, vrij luid zeggen: ‘Dat is Ellen van Langen, die heeft één keer een titel gewonnen, daarna nooit weer.’ In dat gedoe heb ik niet altijd zin.”

Een gouden medaille zet allerlei mechanismen in werking, heeft Van Langen ervaren. Zoals de rechtvaardiging van haar keus voor topsport. „Als ik bij de Spelen in Barcelona vierde was geworden, zouden mensen zich hebben afgevraagd waarom ik geen baan had gezocht, maar op een houtje ben blijven bijten om een succesvolle sporter te worden. Maar doordat ik olympisch kampioen ben geworden, was het gerechtvaardigd dat ik aan topsport deed. Een houding die nergens op slaat, want je weet van tevoren niet of je olympisch kampioen wordt. Topsport is mede daardoor alleen weggelegd voor mensen die gepassioneerd zijn en bereid zijn risico’s te nemen.”

Haar afkeer van heldenverering ten spijt is Van Langen de atletiek trouw gebleven. Ze werkt al een tiental jaren als atletenmanager voor het bureau van oud-atleet Jos Hermens, een functie die ze de laatste jaren combineert met het samenstellen van deelnemersvelden voor de Fanny Blankers-Koen Games in Hengelo en de Grand-Prixwedstrijd in Sjanghai. Dat bevalt haar uitstekend. „Omdat ik al zo lang manager ben, was het inspirerend iets nieuws te kunnen doen. Op een goed moment ken je het kunstje wel. De omgang met atleten is nog steeds leuk, maar het spelen van kinderjuf niet. Met de zorg voor fout gelopen vluchten of vergeten spikes heb ik het wel gehad.”

Met haar ervaring als atleet, haar achtergrond als manager, haar zakelijke instinct en haar organisatorische kwaliteiten lokt Van Langen elk jaar grote namen naar de FBK Games. Maar die dubbelfunctie van organisator en atletenmanager blijft er een van tegenstrijdige belangen. Van Langen moet soms nee verkopen aan haar eigen atleten. „Dan moet ik zeggen dat ze niet goed genoeg zijn. En dat wordt niet altijd begrepen. Maar ik vraag onze topatleten ook weer niet in Hengelo onder de prijs te starten. Ja, Haile Gebrselassie is de uitzondering. Hij is een speciaal geval die door zijn vele wereldrecords een sterke band heeft met Hengelo. Maar Kenenisa Bekele komt echt niet voor minder geld; die is trouwens ook zakelijker dan Gebrselassie.”

Een neveneffect van de dubbele pet – „in de atletiek een vrij gebruikelijke combinatie” – is dat Van Langen kritisch heeft leren kijken naar haar eigen groep atleten. „Ik snap steeds beter waarom ik iemand ‘Berlijn’, ‘Zürich’, ‘Brussel’ of ‘Oslo’ niet binnenkrijg. Dat is best confronterend, omdat je als manager de neiging hebt te denken dat het toch móet lukken. Nee, die tegenstelling van belangen ervaar ik niet als een probleem, zo lang ik mezelf recht in de spiegel kan aankijken.”

De moeilijkheid bij het samenstellen van een deelnemersveld zit volgens Van Langen vooral in het gebrek aan professionalisme bij veel atleten en een afnemende belangstelling voor atletiek. Vooral die laatste ontwikkeling baart haar zorgen. „Een probleem is dat het internationale circuit voornamelijk uit Europese wedstrijden bestaat, maar steeds minder Europese atleten zich met de toppers kunnen meten. De belangstelling van het publiek en de media loopt daardoor terug. De kenners zeggen dat atletiek hip en trendy moet worden. Maar hoe realiseer je dat? Niet door Eurosport wedstrijden integraal te laten uitzenden. Wie gaat er nog kijken naar vier valse starts en pauzes tussen de nummers? Een uitzending van drie kwartier met hoogtepunten is weer te duur. De internationale atletiekfederatie IAAF zou kunnen beginnen met een heldere samenstelling van de kalender. Nu leidt de Grand-Prixreeks tot een finale en kan bij de Golden-Leaguewedstrijden een jackpot gewonnen worden. Om te beginnen zouden die twee wedstrijdenseries tot één finale moeten leiden. Het programma is te chaotisch; je moet goed in de sport thuis zijn om het te begrijpen.”

Maar de atleten treft ook blaam, vindt Van Langen. Die zouden minder egocentrisch en vooral professioneler moeten zijn. „Velen vinden het normaal zich zonder goede reden kort voor een wedstrijd af te melden. Dan bedenken ze twee dagen van tevoren: toch maar niet, want een weekje trainen is beter. Vaak staan ze er niet bij stil dat zoiets eigenlijk niet kan. Zij denken: het is goed voor mijn carrière, dus doe ik het zo. Als manager moet ik ze er van overtuigen dat ze een volgende keer minder gemakkelijk bij een wedstrijd binnenkomen. Bovendien houd ik niet van die mentaliteit.”

Maar er is weinig tegen te doen, weet Van Langen in haar rol als wedstrijdorganisator. „Waar moet ik mijn gelijk halen als iemand contractbreuk pleegt? Bij de rechter? Bij het internationale sporttribunaal CAS? Krijg ik binnen twee, drie dagen een uitspraak? Het heeft geen nut. Als je een atleet dwingt te komen, kan hij een blessure voorwenden. ‘Hengelo’ is gelukkig vroeg in het seizoen en daar willen de atleten graag komen. De wedstrijd in Sjanghai is in het najaar, aan het einde van het seizoen, dus problematischer; dan hebben de meeste atleten het gehad. In Hengelo komen ze voor een goede prestatie, in Sjanghai voor het geld. Voor de FBK Games kan ik ook scherper onderhandelen. Maar goed ook, want mijn budget voor Hengelo is met een half miljoen euro minder dan de helft van het budget voor Sjanghai.”

Hoewel er grote bedragen in de atletiek omgaan, worden afspraken volgens Van Langen niet vastgelegd in contracten. Vrijwel alle deals worden bevestigd per e-mail. Dat wordt weliswaar een contract genoemd, maar de afspraken zijn niet beschreven in een officieel document. En komt dat altijd goed? „Ja”, zegt Van Langen met een brede glimlach. „Omdat het gebruikelijk is, zelfs bij de Golden Leaguewedstrijden. In het circuit werken twee organisaties met officiële contracten. Voor wat het waard is, want ook zij houden zich er meestal niet aan en vallen terug op de e-mail. Ja, enerzijds is die werkwijze vreemd, anderzijds niet, omdat het systeem goed functioneert.”

Naast haar drukke werkzaamheden vindt Van Langen tijd voor de Atletiekunie, waarvan ze bestuurslid Talentontwikkeling en Topsport is. „Ik wil onbezoldigd iets terugdoen voor mijn sport. Daarnaast is het goed dat iemand met ervaring van de straat in het bestuur zit. Ik moet goed opletten niet in al mijn belangen verstrikt te raken. Maar dat lukt me goed. Er is me nooit gezegd dat ik te ver ben gegaan. Ja, mijn poging om in het bestuur van de IAAF te komen, heb ik gestaakt. Ik kwam er al snel achter dat de internationale federatie niet zit te wachten op iemand die tegen zaken aanschopt. In mijn nadeel was dat atletenmanagers binnen de IAAF een slechte naam hebben; ze zouden geldwolven zijn. Ten onrechte. Dat imago is trouwens ook achterhaald, want wij doen juist ons best atleten goed voorbereid op kampioenschappen te krijgen. Dat lijkt me ook in het belang van de IAAF.”

En dan doelt Van Langen niet op doping. Daar gruwt ze van. „Het klinkt naïef, ik weet het, maar ik meen oprecht dat doping niet in de sport thuishoort. Ik heb in mijn actieve loopbaan nooit dope gebruikt. Ja, de mensen moeten me maar geloven op mijn blauwe ogen. Wie dat niet doet, kan ik toch niet overtuigen. Voor mij is belangrijk dat ik het zelf weet en een schoon geweten heb. Nee, dat geldt niet voor de sprintster Marion Jones, die ik enige jaren geleden naar Hengelo haalde. Ik ben zeer teleurgesteld nu ze dopegebruik heeft bekend. Ik denk om een langere gevangenisstraf te ontlopen. Zij heeft gewoon keihard gelogen, dat vind ik nogal wat. Maar ik heb geen spijt haar te hebben gecontracteerd. Een boycot op basis van geruchten over dopegebruik vind ik niet correct.”

In haar werk gaat Van Langen de strijd tegen doping ook aan. Het bureau van Jos Hermens verbreekt de samenwerking met atleten die bewust dope hebben gebruikt. „Dat kan in extremis zelfs voor onze topatleten gelden. Ik kan met niet voorstellen dat het ooit gebeurt en ik beslis er niet alleen over, maar wat mij betreft is het dan zelfs voor hen schluss.”

Ten aanzien van Gebrselassie heeft Van Langen momenteel andere zorgen. De Ethiopiër wil alleen voor de 10.000 meter naar de Olympische Spelen in Peking en hoopt zich bij de FBK Games te kwalificeren, wat moeilijk genoeg is, omdat de nationale atletiekbond hem liever op de marathon had zien uitkomen en zich na de afzegging redelijk vijandig opstelt. Maar ook de Chinezen zijn teleurgesteld in Gebrselassie, heeft Van Langen ervaren. „De Chinezen hebben zijn afmelding voor de marathon opgevat als een weigering naar China te komen. Over zijn wens de 10.000 meter te lopen, hebben ze het niet. Ze denken dat hij een probleem met hun land heeft en voelen zich ernstig beledigd na zijn uitspraken over de slechte luchtkwaliteit in Peking. We hebben Gebrselassie al met de Chinese pers laten praten om dat beeld bij te stellen.”

Maar eerst de FBK Games, waar Van Langen hoopt op een stunt van Gebrselassie. Dat zou haar als wedstrijdorganisator zeer geruststellen, omdat Van Langen de FBK Games intens beleeft. „Vorig jaar waren vrienden die niets met atletiek hebben in Hengelo. Na afloop zeiden ze: ‘Ellen, dit is voor jou meer dan een baan, zo leef je mee.’ En zo voel ik dat ook.”