Thuis in een opberghokje

Schrijver Arnon Grunberg bericht vanuit Irak, waar hij enige tijd verblijft. Zevende deel van een serie.

Ten tijde van Saddam was Camp Taji een basis voor de ‘Republican National Guard’, ook werden er nu en dan chemische wapens gemaakt.

Tegenwoordig is het een grote Amerikaanse basis in de zogenaamde ‘sunni triangle’ ten noorden van Bagdad.

In augustus 2007 werd het kamp aangevallen met raketten waarbij twee Amerikaanse soldaten en twee Irakese burgers werden gedood.

Kapitein Geronimo die mij ontvangt zegt: „Je hebt geluk, het eten in Taji is het beste in Irak. Basra is ook niet slecht. Heb je honger?”

We lopen naar een eetzaal, formaat fabriekshal. Onder de foto van een Amerikaanse officier staat: „Neem zoveel als je wilt, maar eet alles op.”

Majoor Hing ontvangt me later in zijn kamer. Een vriendelijke man van Aziatische afkomst. Hij had ook hartchirurg kunnen zijn.

Majoor Hing gaat binnenkort met pensioen. „Dat is het mooie van het leger”, zegt hij. „Je kunt al met 42 met pensioen. De jongeren zullen het van me overnemen.”

Majoor Hing kijkt me aan. „Jij bent 37, niet?”

Ik knik.

„Je bent goed oud geworden,” zegt hij. „De komende dagen zul je veel moois meemaken. Je zult ook mooie foto’s maken. Prachtige foto’s.”

„Neem me niet kwalijk, majoor”, zeg ik. „Maar ik ben geen fotograaf.”

„Ik heb je website bekeken”, zegt de majoor. „De foto’s bevielen me zeer.”

Om op een luchtiger onderwerp over te gaan vraag ik: „Zult u het leger missen?”

„De bureaucratie niet”, zegt majoor Hing. „De kameraadschap wel. Er is veel veranderd hier. De eerste keer dat ik hier kwam, was in 2005. Toen werden we ongeveer elk moment van de dag aangevallen. Toen ik in december kwam kon het vliegtuig gewoon rustig landen. Kapitein Geronimo zal goed voor je zorgen.”

Kapitein Geronimo heeft een specialist Frieling vrijgemaakt om mij te begeleiden.

De kapitein zegt: „Help meneer Grunberg met zijn tas naar zijn kamer en zorg dat hij genoeg water heeft, Frieling.”

Dat kon er bij het Nederlandse leger in Afghanistan niet vanaf. Een persoonlijke tassendrager en waterverzorger.

Mijn kamer blijkt letterlijk een opberghok voor officieren te zijn.

Maar er staat een bed. Geronimo had gezegd: „Je bent nu bij het 1st brigade combat team van de 25th infantry division. Ons huis is jouw huis.”

Ik kijk om me heen in mijn opberghok. Ik ben thuis.