Socratische lessen leiden tot meer betrokkenheid

Scholieren die een half jaar elke week deelnemen aan een ‘socratische dialoogsessie’ ontwikkelen een onderzoekende houding en gaan beter nadenken. Bovendien voelen ze zich sterker betrokken bij hun klasgenoten en ook meer verantwoordelijk voor een goede sfeer in de klas. Dit blijkt uit onderzoek van de Zweedse pedagoge Ann Pihlgren. Begin mei promoveerde zij aan de Universiteit van Stockholm op het proefschrift Socrates in the classroom. Pihlgren noemt het socratisch filosoferen een goede manier om van leerlingen kritische, democratisch denkende burgers te maken – een belangrijke taak volgens haar van het onderwijs.

Van de Griekse filosoof Plato en de historicus Xenophon weten we hoe hun leermeester Socrates door een vraag/antwoord-dialoog zijn toehoorders prikkelde tot kritisch nadenken. Het leidde tot meer kennis en tegelijk tot het besef dat die kennis nooit onomstotelijk waar zal zijn. Uit literatuur over de socratische dialoog destilleerde Pihlgren een sessiemodel van stappen en regels dat zij liet toepassen door zeven docenten. Alle zeven voerden gedurende ongeveer een half jaar met steeds dezelfde groep leerlingen (8 tot 15 per groep) wekelijks een socratische sessie uit. De leeftijd van de leerlingen varieerde van 5 tot 16 jaar. Elke sessie begon met het (voor)lezen van een tekst en een eerste filosofische vraag. Bij de kleuters bijvoorbeeld een fragment uit Pippi Langkous en de vraag: zou jij Pippi als vriendinnetje willen hebben? Bij de achtjarigen een fragment uit De Klokkenluider van de Notre Dame en de openingsvraag: vind jij het goed dat er schuilplaatsen bestaan? Net als bij Socrates lokte elk antwoord een nieuwe vraag uit. Behalve met woorden konden de leerlingen ook met lichaamstaal uitdrukking geven aan hun gedachten en gevoelens. Pihlgren nam alle sessies op video op en analyseerde ze. Behalve de genoemde conclusies – leerlingen worden slimmere, sociale en democratisch denkende individuen – noemt ze ook valkuilen. De sessies kunnen alleen succesvol zijn als aan de regels is voldaan. Zoals een begintekst met een aantal duidelijke dilemma’s die vertaald kunnen worden naar persoonlijke ervaringen van leerlingen, en een goede openingsvraag. En de leraar mag niet naar een (in zijn ogen juiste) conclusie toewerken. Dat laatste kwam nogal eens voor. Marlies Hagers

Het proefschrift is te downloaden op www.su.se/english onder ‘pressreleases’.