Receptioniste belast als graaiende rijkaard

Zijn medewerkers in de postkamer de dupe van de strijd van minister Bos (Financiën) tegen excessieve beloningen? Volgens de minister niet, maar volgens Ernst & Young wel.

Minister Bos wil onder meer de beheerders van private investeringsfondsen aanpakken. Particulieren vertrouwen miljoenen euro’s toe aan deze fondsbeheerders. Die private-equitymanagers kopen daarmee complete bedrijven op, opereren als hedgefonds of bouwen belangen op in beursfondsen die ze vervolgens in stukken snijden. Activiteiten die soms in een kwade reuk staan. Daar komt bij dat belastingadviseurs voor deze fondsmanagers een manier hebben bedacht om hun beloning bijna belastingvrij te toucheren.

De kern van de legale truc is dat de fondsbeheerder bij oprichting van het fonds een deel van het aandelenkapitaal in handen krijgt. Het gaat om een apart soort aandelen. De gewone aandelen van de investeerders geven bijvoorbeeld recht op de eerste 7 procent winst, terwijl de rest ook (of zelfs uitsluitend) naar deze bijzondere aandelen gaat. Die hebben bij de start van het fonds uiteraard nog nauwelijks waarde. Je moet eerst maar eens zien of er überhaupt winst wordt gemaakt.

De fondsbeheerders kunnen ze dus goedkoop verwerven. Als de beheerders de hoge verwachtingen waarmaken, stijgen de aandelen pijlsnel in waarde. Ze vormen de belangrijkste beloning voor succesvol werk. De constructie is zo opgezet dat die beloning niet progressief wordt belast als gewoon salaris.

De steeds vettere aandelen belanden in box 3 van de inkomstenbelasting. Net als het aandelenbezit van normale beleggers. Daar geldt een vast tarief van 30 procent dat wordt toegepast op een vast rendement van 4 procent. Daarmee fixeert box 3 de heffing op 1,2 procent van de waarde van het aandelenbezit. Het wordt geen procent meer als de aandelen exorbitant in waarde stijgen zoals in dit soort gevallen.

Dit is voor hooguit enkele duizenden belastingbetalers de weg naar exhibitionistische rijkdom. Maar dat juist deze inkomsten zo laag worden belast, is Bos een doorn in het oog. Zijn tegenmaatregel is simpel: dit soort aandelen wordt uit box 3 gelicht en overgebracht naar box 1. Daar wordt de opbrengst progressief belast, net als het gewone salaris. Het is nog best lastig een sluitende juridische afgrenzing voor deze gevallen te formuleren.

Slimme fiscalisten weten altijd wel een ‘ontsnapping’ te bedenken waardoor de regel net niet werkt. Daarom komt minister Bos met een zeer ruime wettekst die zowat alle participatieplannen voor werknemers fiscaal vogelvrij verklaart.

Vervolgens neemt hij in de toelichting gas terug door de bepaling alleen toe te passen op aandelenplannen die aan specifieke voorwaarden voldoen. Zo’n zelfstandige voorwaarde is dat de deelnemers iets van hun winst moeten inleveren als ze voortijdig vertrekken. Die voorwaarde staat inderdaad in elk contract van private-equitymanagers.

Maar volgens Jan-Bertram Rietveld van Ernst & Young worden tienduizenden gewone deelnemers aan een werknemersaandelenplan ook de dupe van deze aanpak van topinkomens. Hij meldde dit in De Telegraaf van afgelopen donderdag. Binnen enkele uren stond al een persbericht van het ministerie van Financiën op internet.

Ernst & Young snapt het niet helemaal: alleen als er bijzondere voorwaarden kleven aan de van de werkgever verworven aandelen, vallen ze onder de nieuwe maatregel. „Dat klopt”, zegt Rietveld tegen NRC Handelsblad, „maar het ministerie kent de praktijk kennelijk niet goed. De bijzondere voorwaarde dat de werknemer winst moet inleveren als hij vervroegd vertrekt, is niet uitzonderlijk. Ze staat in vrijwel elk werknemersaandelenplan waaraan ook de medewerkers in de postkamer kunnen meedoen.”

Ook die plannen dienen volgens Rietveld om werknemers aan het bedrijf te binden. Dat betekent dat ook bij die algemeen gebruikelijke aandelenplannen de aandelen van box 3 naar box 1 verhuizen. „De minister zegt, ook in de toelichting bij het plan, dat dit niet zijn bedoeling is. Maar ondertussen staat dat er wel”, zegt Rietveld.

Aertjan Grotenhuis

meer informatie: www.nrc.nl/geld