Rafelige rotsen

De verleidelijke Mourne Mountains in Noord-Ierland staan op de nominatie om het eerste nationale park van Ulster te worden. Natuurliefhebbers zijn er blij mee, maar boeren en bergbewoners niet: „Landbezit ligt hier heel gevoelig.”

De protestborden aan de elektriciteitspalen langs de smalle kronkelweg van Hilltown naar Newcastle vallen bijna niet op. De knalgele brem, de groengrijze heuvels, de mysterieus lichtgroene zee en de donkere, haast zwarte wolken boven de top van Slieve Meelbeg (708 meter) zijn zo overweldigend dat wanklanken moeiteloos kunnen worden genegeerd. Alleen degenen die wekelijks de boze brieven in de Mourne Observer lezen, hebben oog voor de triplex borden waarop posters met No National Park zijn geplakt. Alle andere passanten worden stomweg betoverd en raken blind voor het protest.

„De meeste boeren willen niet dat de Mournes een nationaal park worden”, vertelt berggids Loretto Coyle. Ze kan er wel begrip voor opbrengen. „In de 16de eeuw heeft koningin Elizabeth I van Engeland dit land weggegeven aan de protestantse adel die haar bijstond in de oorlog tegen de katholieke Spanjaarden. Eeuwenlang is deze grond vervolgens in handen geweest van de Schotse, protestantse families Magennis en Annesley. De oorspronkelijke bewoners waren in die tijd armoedige landarbeiders. Nu het land van henzelf is, willen ze daar liever geen afstand van doen. Bang om in dezelfde positie te belanden als hun voorouders, honderden jaren geleden.”

Op de vraag of deze angst realistisch is, glimlacht Loretto Coyle. „Dit is Noord-Ierland. De Britse provincie waar iedereen het geheugen heeft van een olifant en geschiedenis niet iets is van het verleden, maar van het nu. Hier wordt niet voor niets ieder jaar op 12 juli een veldslag uit 1690 herdacht.” Ze doelt op de Battle of the Boyne. Daarin versloeg de protestante koning Jacobus II. „Noord-Ieren verafgoden geschiedenis. Ze adoreren het verleden.”

Maar het zijn niet alleen boeren die protesteren tegen het voornemen om de Mournes tot een nationaal park uit te roepen. Ook verschillende bewoners van het berggebied roeren zich. Zij hebben zich zelfs verenigd in een actiegroep. De groep is bang dat de huizen in de Mournes onbetaalbaar worden als het gebied een nationaal park wordt. „Rijke ouderen kopen dan alle huizen op en voor jonge mensen is het dan onmogelijk om in hun geboortedorp een woning te kopen”, schrijft een actievoerster in de Mourne Observer. Ook is er angst dat er strengere regels komen als het berggebied het predikaat nationaal park krijgt. „Dat maakt het lastiger om bedrijven te beginnen. Of je huis te verbouwen”, meldt de schrijfster.

Aan de voet van Slievenaglogh (586 meter) pulkt Loretto Coyle een touw los, zodat ze een hek kan openmaken. „In dit hele gebied kun je vrij wandelen”, vertelt ze. „Je mag overal langs en doorheen, als je maar wel respect hebt voor de landerijen.” Bewegwijzering is nauwelijks te vinden. Alleen de 38 kilometer lange Mourne Way – een pad van Newcastle naar Rostrevor; dwars door het Mourne-gebergte – is met paaltjes gemarkeerd. „We krijgen daarom weinig Duitse toeristen in dit gebied”, grijnst Coyle. „Touroperators durven de Mournes niet op te nemen in hun aanbod, omdat er geen gemarkeerde wandelpaden zijn. Zij durven al die vrijheid niet aan.”

De gids dartelt over de berghellingen. Ze loopt al ruim veertig jaar in het Mourne-gebergte en zegt iedere uithoek te kennen. „Pas op!”, waarschuwt ze, als we op een helling komen waar vroeger turf werd gestoken. „Je kunt hier tot je knieën wegzakken in het veen.” Even later wijst ze naar flinke kraters in een bergwand, iets verderop. „Oude steengroeves. Al in de 18de eeuw werd hier graniet gewonnen. Het gesteente werd weggehakt en gebruikt voor molenstenen, drempels en vensterbanken. Later werden de stenen ook geëxporteerd. Er wordt gezegd dat het Engelse Lancashire zelfs helemaal bestraat is met het graniet uit het Mourne-gebergte.”

De Mournes zijn een ruig, kaal berggebied van bijna 250 vierkante kilometer met ruim dertig verschillende bergen. Op een heldere dag kun je vanaf Slieve Donard, met 850 meter de hoogste berg van heel Noord-Ierland, Belfast zien, maar ook Schotland, de Ierse republiek en Isle of Man. Dit laatste eiland was in de 18de en 19de eeuw een favoriete plek om smokkelwaar – drank, koffie, leer, kruiden en tabak – in te slaan. Handelaren staken vervolgens de Ierse zee over om bij het Mourne-gebergte aan land te gaan en via het Brandy pad naar Hilltown te lopen. Dit smokkelpad bestaat nog steeds en doorkruist de Mournes van oost naar west.

Loretto Coyle springt van de ene naar de andere steen en loopt in een stevig tempo Slievenaglogh op. Haast verliefd wijst ze naar Slieve Bearnagh (739 meter) schuin aan de overkant. „Dat is mijn favoriete berg”, zegt ze. „Moet je kijken hoe rafelig zijn rotsen ogen. Het is fantastisch om Bearnagh te beklimmen. Iedere keer weer word je verrast door zijn ruigheid.” Coyle wijst even later naar de Noord-Ierse variant van de Chinese muur, de Mourne wall. Twee meter hoog, 35 kilometer lang en in achttien jaar tijd aangelegd over vijftien verschillende bergen. „Een werkloosheidsproject uit 1904”, noemt Coyle het. „Werklozen werden hier te werk gesteld. Ze leefden maanden in de bergen om met het graniet uit de steengroeves de muur te bouwen.” Opdrachtgever was het Noord-Ierse waterbedrijf – eigenaar van het land én de twee grote meren binnen de Mourne Wall – dat zijn gebied wilde afscheiden van het boerenland.

Via een houten trap klimt Coyle over de muur om het Ben Crom-reservoir te kunnen aanwijzen. Een langgerekt, knalblauw water glinstert tussen de bergen. „Verderop heb je ook nog het Silent Valley-reservoir. Hier komt het leidingwater voor de inwoners van Belfast vandaan.” Langs de gestapelde muur wandelt Coyle richting Hare’s Gap, een spectaculaire kloof die de bergen aan de noordkant verbindt met het ongemarkeerde Trassey-pad. Maar Coyle doet niet aan vaste routes. Zij kiest haar eigen weg. „Wandelen is hier pure vrijheid. Daar moet je van genieten. Daarom probeer ik altijd een andere weg te nemen.” Ze haalt haar wandelstokken tevoorschijn en crost de laatste zeven kilometer naar beneden.

Op de parkeerplaats bij Clonachullion Hill verruilt Coyle haar loopschoenen voor gympies. De gids hoopt dat de Mournes een nationaal park zullen worden. „Dit gebied is zo bijzonder. We moeten het koesteren. En beschermen tegen iedereen die de natuur hier respectloos behandelt.” Maar het lijkt niet eenvoudig om daarover tot een besluit te komen. De Mournes staan al bijna vijf jaar op de nominatie om een nationaal park te worden. „De Noord-Ierse regering moet een beslissing nemen. Maar dat is de afgelopen jaren niet gelukt”, aldus Coyle. De politici hadden ook wel iets anders aan hun hoofd. Zij poogden een vreedzame oplossing te vinden voor de Troubles, het dertig jaar durende gewelddadige conflict tussen nationalisten (degenen die onderdeel van Ierland willen zijn) en unionisten (de Noord-Ieren die onderdeel van Groot-Brittannië willen blijven). „Maar sinds een jaar is het vrede en hebben we eindelijk weer een eigen regering”, lacht Coyle. „Wie weet komt er nu wel snel duidelijkheid.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Rafelige rotsen

Bij het verhaal Rafelige rotsen (Zaterdag &cetera, 24 mei) stonden twee foto’s van de noordkust van Noord-Ierland in plaats van de Mourne Mountains. In de tekst was een zinsdeel weggevallen over de Battle of the Boyne. Daar had moeten staan: „Daar versloeg de protestantse koning Willem III van Oranje de katholieke koning Jacobus II”.