Opstapje naar het profpeloton

De wielerploeg Van Vliet leidde Sébastian Langeveld en Martijn Maaskant op tot prof. Een nieuwe generatie talenten rijdt deze week mee in Olympia’s Tour.

Hoofdschuddend stapt Iwan van Zandbeek, ploegleider van de wielerploeg van Van Vliet - EBH Elshof na de finish van de ochtendetappe in Olympia’s Tour uit de auto. „Bram is naar het ziekenhuis.” Zijn kopman Bram Schmitz is in de slotfase ernstig ten val gekomen en heeft een tandwiel in zijn rechterscheenbeen gekregen, met een diepe vleeswond als gevolg. „Pure pech, Bram was hier onze man voor het klassement.”

De Westlandse wielerploeg Van Vliet groeide in achttien jaar tijd uit tot een begrip in wat vroeger het amateurpeloton heette. Inmiddels is de status veranderd in ‘continentale ploeg’, het niveau net onder de profs. „Wij hebben een budget tussen de 2,5 en 3 ton”, zegt Van Zandbeek. „Onze ploeg bestaat uit een mix van ervaren renners en jonge talenten. De ouderen moeten met goede uitslagen de druk wegnemen, dan kunnen de jongeren zich in de luwte ontwikkelen.” Met groot succes. Dit voorjaar vielen bij de profs Sébastian Langeveld (tweede in Kuurne-Brussel-Kuurne, 18de in de Ronde van Vlaanderen), Martijn Maaskant (vierde in Parijs-Roubaix), Rick Flens en Tom Leezer op. Allen opgeleid tussen de kassen van het Westland.

De etappekoers Olympia’s Tour, die morgen eindigt met de koninginnerit naar Buchten, is voor ploegen als Van Vliet van oudsher een van de belangrijkste wedstrijden van het jaar. „Des te vervelender dat er de hele week nog geen televisie is geweest”, zegt Van Zandbeek. „Blijkbaar is wielrennen alleen interessant als er dopingschandalen zijn. Terwijl elk minuutje Sportjournaal belangrijk is voor ons. Gelukkig hebben we in het voorjaar al wat tv-minuten gehaald in de Ronde van het Groene Hart en de Ronde van Drenthe.”

Televisie of niet, de beleving is er niet minder om. Bij de proloog in Wassenaar maakte Van Zandbeek ruzie met de organisatie omdat kopman Schmitz, oud-prof bij BankGiroLoterij en T-Mobile, werd gedwarsboomd. „Hij had twee keer te maken met een stilstaande auto, op een parcoursje van vijf kilometer. Dan ga je door het lint, met als gevolg dat ik bijna uit koers wordt gezet. Je vertegenwoordigt een sponsor, dus je kunt het niet te gek maken. Maar het liefst had ik iemand een knal voor z’n harsens gegeven.”

De 48-jarige Brabantse ex-amateurrenner, acht jaar ploegleider bij Bert Story Piels en nu al zes jaar bij Van Vliet, stuurt zijn ploeg elke dag in de aanval. „Zo hopen we de hegemonie van de Raboploeg te doorbreken. Hun kopman Lars Boom is deze week enorm sterk bezig, maar zijn ploeg is smaller dan anders. Helaas willen de andere ploegen niet met ons mee in de aanval. Zo verschrikkelijk laf.”

Vorig jaar slaagde de Westlandse ploeg er na jaren van Rabo-winnaars (onder andere Joost Posthuma, Thomas Dekker en Stef Clement) in om Olympia’s Tour te winnen met Thomas Berkhout. Ook hij rijdt inmiddels voor Rabobank. „De afgelopen jaren zijn acht van onze renners naar Rabo gegaan en Floris Goesinnen naar Skil”, zegt Van Zandbeek. „Toch zal je mij niet horen zeggen dat wij die jongens allemaal hebben ontdekt. Leezer en Langeveld zijn supertalenten. Maaskant kwam van de junioren, daar ga je mee aan de gang en dan zie je in een paar jaar dat er groei inzit. Van Flens zei ik in eerste instantie: het lijkt wel of die jongen op de fiets gegooid is. Hij wordt nationaal kampioen tijdrijden, we zijn gaan bouwen en uiteindelijk lukt het toch.”

Waar het talent vandaan komt? „Wij hebben altijd renners gehad waar Rabo niet aan durfde te beginnen. Nu weer, met Johnny Hoogerland, die een verleden schijnt te hebben. Schrijven ze af bij Rabo, hij zwemt een paar jaar bij andere ploegen. Ik steek voor niemand mijn hand in het vuur. Maar ik zie een echte klasbak, die er altijd voor wil knokken. Dan pakken wij hem toch. Aan Langeveld zat ook een verhaal. Rabo neemt alleen risicoloos de hele goeden, maar er zitten genoeg jongens achter die ook een kans moeten krijgen.”

Bij Van Vliet kunnen ze zich volgens Van Zandbeek minstens zo goed ontwikkelen als bij het grote Rabo. „Daar lopen de renners keurig in het rijtje, wij laten ze iets vrijer. Van de week wilden ze in Giethoorn met z’n allen gaan varen. Prachtig, doe maar. Ik weet zeker dat de jongens van Rabo toen op bed lagen. Van mij hoeft het niet heel jong al zo strak. Dan houd je ruimte voor progressie.”

Ook in de 56ste Olympia’s Tour ziet hij in de eigen ploeg renners die de stap naar de profs kunnen maken. „Maurice Vrijmoed en mijn zoon Ronan rijden hier, en verder hebben we Lars Vierbergen. Als we die drie nog een jaar kunnen behouden, kunnen ze daarna doorstromen. Vervolgens kunnen wij weer makkelijker nieuwe jongens aantrekken om op te leiden. Ze zien: via deze ploeg kun je beroepsrenner worden.”

Volg de ronde live via www.olympiastour.nl