Nieuw-Beerta- Oudeschans

Zwaluwen zwenken over onze hoofden. „Zomer”, zeg ik automatisch. Wandelpartner Rineke herinnert zich een ontmoeting met een zwaluw in een Spaanse stad. Ze viste ’m halfdood van de stoep, verzorgde ’m en hij redde het. Altijd heeft ze het sms’je bewaard van de vrouw die de zwaluw wegbracht: „The bird is perfect. I threw it in the forest and it flew away.’’

We verlaten Nieuw-Beerta via een verzakt kerkhof waar de doden lijken te denken dat de Jongste Dag nabij is – ze hebben hun zerken omgeduwd en hun grafstenen maar vast gespleten.

Hemel en land zijn maximaal met elkaar in gesprek. Wolken als platbodems hangen laag boven het Groningse land, dat steeds maar door gaat. Een hooggelegen spoorbaan noch de bomenrijen houden het tegen, de herenhoeves evenmin en de verre autoweg waar onhoorbaar een motorclub voorbij schuift, ook niet. Op de akkers groeit beginnend koren, de wind rent er doorheen, over de op-en-neerbuigende halmen beweegt pasgewassen zonneschijn.

„Lekker kaal”, zegt man.

„Vijftien kilometer naar school fietsen”, grijnst Rineke. Ze spiedt om zich heen als een vriendelijk roofdier, schat in wat ze ziet en bedenkt wat bijvoorbeeld zo’n constellatie van schouderhoge koolzaadbloesem voor het oog kan betekenen, als je er een vrouw tegen laat afsteken.

Ha, een oude dijk, hoog verheven in het landschap. Hij is overdekt met grasgewas in soorten en maten en met paarse pluimen. Schapen komen groeten als honden en laten zich over hun kop aaien (dat is aardig, schapen zijn meestal stresskippen). Boterbloemen verzorgen polkadots en voor me uit zie ik om Rinekes kuiten sterretjes stijgen en vallen. Ideetje van Walt Disney? Nee, de natuur animeert met uitgebloeide paardenbloemen. Wandelende voeten schudden de pluizebollen, wandelende benen veroorzaken wat wind en losse paardenbloempluisjes waaien dan op.

We volgen een kanaal. Het heeft twee gezichten. Voor me uit pruttelen zoete golfjes. Kijk ik om, dan blijkt de wind het water tegen de haren in te strijken. Daar zijn de golfjes woest, van structuur en ook van kleur – zacht-bleu is ineens Metalblau. En ook weer niet.

„Wij fotografen doen in dingen die onophoudelijk verdwijnen”, schreef de fotograaf Henri Cartier-Bresson. Waarheid en schoonheid liggen in vlietende dingen, bedoelde hij. Die zijn het interessantst (en het persoonlijkst: wat de één ziet, ziet de ander heel anders). Dat weten de fotografen die zulke momenten najagen en vastleggen. Dat begrijpen instinctief de wandelaars die rondkijken en omkijken en zelf deel willen zijn van de stroom.

Joyce Roodnat

15,5 km. Kaart 29 uit: Wad- en wierdenpad (uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2003). Aansluitend kaarten 1 en 2 uit: Noaberpad (uitg. NIVON, Amsterdam, 2000). Tel. regiotaxi 0900 2022702.