In de genen

Volgens zijn kleinzonen hadden zijn laatste woorden kunnen luiden: Trije, spul is út… Zevenmaal bevond overgrootvader Klaas zich in de winnende partuur (team) van de Koninklijke Permanente Commissie der Franeker Kaatspartij. Oftewel: de illustere PC, het Wimbledon van de kaatswereld. De generaties Saakstra die hem opvolgden gooiden en vingen op een beduidend lager niveau, maar vanaf de jaren zeventig wordt er door deze Friese familie weer serieus aan deze zomersport deelgenomen. Sipke (51) en Sake (53, en zesmaal in een winnende partuur van de PC) spelen het vanaf hun twaalfde en negentiende jaar, zijn daarvoor van mei tot en met september een kleine veertig dagen van huis. Voeg daarbij eenzelfde aantal trainingsavonden en het is duidelijk: het kaatsen, rond 1800 dé nationale sport van Nederland, is een mannenaangelegenheid die door de familie dient te worden verdragen. Elkaar jennen is ook hier toegestaan, mits de scheidsrechter zich op een gepaste afstand bevindt of bereid is zich doof te houden. Viel er vroeger een stamboekveulen, een handgeschilderd Makkummer bord, een geurende bloemenkrans en de Eeuwige Roem te verdienen, nu ontvangen de spelers daarbij honderden en bij de PC wel duizend euro voor een gewonnen partij. Zoon Hille (23) speelt en traint al vanaf zijn zesde, weliswaar nog niet op het hoogste niveau, maar heeft al het gras van het Sjûkelân, het hoofdveld van de PC, geroken.

Dit is de 21ste aflevering van een serie over familiebanden in de sport.